Hoofdredactioneel |
|
|
|
| donderdag, 12 april 2012 11:55 |
|
Verderop in het maartnummer een korte impressie van een actieprogramma van Jumbo-franchiser Titus Vogt uit Dokkum, waar ook lokaal ondernemen met hoofdletter wordt geschreven. Dat komt niet zozeer vanuit de wortels van de formule, maar verschillende Jumbo-ondernemers maken hier werk van. En dan zouden we Albert Heijn nog bijna vergeten, dat sinds enkele jaren net zozeer werk maakt van ‘lokale betrokkenheid’, maar dan eerder in de zin van hulp en steun om de leefbaarheid van een wijk te verbeteren en erop toezien dat in achterstandswijken werknemers uit de wijk bij voorrang worden aangenomen. Verder beijvert AH zich al een tijd ervoor dat de eenvormigheid van de keten AH zo moet worden omgevormd dat een AH plaatselijk ‘fans’ van klanten in het marktgebied krijgt.
Nieuw is lokaal onderscheid niet. Tientallen ondernemers hebben sinds jaar en dag al laten zien, bijvoorbeeld tijdens Vakcentrum-evenementen, wat zij ermee doen. Nieuw is wel de omarming ervan op ketenniveau. Lokaal onderscheid als een nieuwe ‘p’ van de klassieke marketing-p’s (prijs, plaats, product, presentatie etc.) leidt tot een nieuwe waarde, die niet meetbaar is. Moeten we dat jammer vinden? Prijs is meetbaar. Maar de prijsgerichtheid van een sector, eigenlijk een wijdverbreide angst om je uit de markt te prijzen, heeft genoeg schade toegebracht aan de staat van eten en drinken in ons land. Dat is geen elitaire overweging, want de productie en distributie van voedsel gaat nog altijd ten koste van de kwaliteit van een mensenleven.
Voedselfabrieken sluiten en mensen staan op straat. De productie van voedsel tast de aarde zozeer aan dat er een hogere prijs voor gevraagd zou moeten worden. En verkeerd eten en drinken is vaak te verleidelijk geprijsd. Milieu, fair trade, een billijke verdeling van inkomsten (in arme landen, maar ook gewoon hier, tussen handel en industrie), obesitas... Hoe meer supermarkten in staat zijn om andere waarden dan lage prijzen te verduidelijken, zodat die zich in het hoofd en hart van consumenten nestelen, hoe beter.
Dat lokale betrokkenheid niet meetbaar is, het zij zo. Lokale betrokkenheid wordt daarmee een instrument waarvan de consument met eigen hoofd en hart maar moet bepalen wat hij of zij ervan vindt. Een veel beter instrument dan de voortdurende prijspeillijstjes in de Consumentengids.
Als lokale betrokkenheid echter een onderdeel wordt van duurzaamheid, dan wordt het wél degelijk de moeite waard om een en ander meetbaar te maken. Omdat ketens de neiging ontwikkelen om duurzamer te zijn dan andere ketens en er een sportwedstrijd van maken. Duurzaamheid meten wordt echter een crime. Onlangs plaatste publicist en partner bij een duurzaam adviesbureau Jacco Kroon in NRC Handelsblad de opmerking dat het bij Marqt, duurzame keten bij uitstek, niet mogelijk is om van de kassabon af te zien - of je wilt of niet, er wordt altijd een bonnetje geprint - terwijl dat bij AH een tijd al wel mogelijk is. De vraag is dan: wie Puur en Eerlijk koopt bij AH en het bonnetje niet laat drukken is duurzamer bezig dan de Marqt-consument? Als we zo moeten gaan wikken en wegen, wordt het nooit wat. Dat is nu net die roemruchte complexiteit van een samenleving waardoor mensen als burger en consument afhaken.
Gé Lommen
|






LOKAAL, DUURZAAM, MEETBAAR - Lokaal ondernemen is steeds meer een nieuw concurrentiemiddel aan het worden. In het maartnummer FoodPersonality komen drie managers van C1000 aan het woord die uitleggen hoe lokaal ondernemerschap bij C1000 vormgegeven wordt. Hun uitleg maakt duidelijk dat C1000 een kernwaarde aan het ontwikkelen is die identiek is aan een van de kernwaarden van Plus. Die zodoende steeds meer op dat punt gaan concurreren. Daarmee zijn Plus en C1000 nog lang niet de enige die daar werk van maken.
