Acht man net zo rijk als de 3,6 miljard armsten

0
De vergelijking die u in de titel leest, gaat over de verdeling van welvaart in onze wereld. Hij staat voor het aantal mensen (mannen!), van wie het vermogen tezamen even groot is als dat van de 3,6 miljard armste mensen op de wereld. Dat is wat Max Lawson van het Britse onderdeel van Oxfam onlangs presenteerde tijdens de Max Havelaar Lecture in Rotterdam. Het publiek (incluis mijzelf) was geschokt toen ons dit ter ore kwam. Te meer omdat een steeds kleinere groep (acht was tot voor kort tien) een groot deel van het vermogen in de wereld bezit. De ongelijkheid wereldwijd is dus enorm en neemt toe. En ongelijkheid levert volgens onderzoekers (o.a. Piketty, 2014) plat gezegd ‘gedonder’ op. Maar hoe zit dat eigenlijk in Nederland. Hoe groot is de ongelijkheid in ons kleine kikkerlandje?
Als ik op zoek ga naar een antwoord op mijn vraag, stuit ik vrijwel direct op een bericht van het CBS in september dit jaar. De eerste regel luidt: “De ongelijkheid in besteedbaar inkomen van huishoudens is sinds 2001 vrijwel niet veranderd.”. Het verrast mij positief, want je hoort nogal eens geluiden die het tegendeel beweren. Ik ben getriggerd en duik het artikel dieper in. Hoe zit dat nu echt?
Het blijkt dat de verschillen uit ons primaire inkomen (de beloning voor arbeid, opbrengst van vermogen en resultaat van een eigen onderneming) wel degelijk zijn toegenomen. De ginicoëfficiënt (ik zal u niet vermoeien met de technische details) steeg van 0,53 (2001) naar 0,56 (2015). Maar omdat wij in Nederland belastingen en premies heffen en allerlei uitkeringen verstrekken, is de verdeling van het besteedbaar inkomen vrijwel gelijk gebleven, namelijk met een ginicoëfficiënt van 0,29. Dus wij nivelleren erop los. Zo verkleinen we het gat met bijna de helft. En vanaf 2001 is er geen verandering op dat niveau. Goed nieuws dus.
Naast die actieve interventie van onze overheid spelen andere zaken een rol. Zo heeft de samenstelling van de bevolking ook invloed. Door de groeiende arbeidsparticipatie van vrouwen hebben wij in ons land de ongelijkheid flink verkleind. Dat werd echter deels tenietgedaan door de vergrijzing. Maar onder aan de streep is er dus geen effect. Is het dan echt rozengeur en maneschijn bij ons?
Nou, niet helemaal. Ook in Nederland hebben we ‘uitersten’ in de verdeling. En het verschil tussen die uitersten is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Of in gewoon Nederlands: het armste deel van Nederland is armer geworden, het rijkste deel rijker. Wat de exacte vergelijking hiervoor is, weet ik niet. Maar de trend is vergelijkbaar met die in de wereld, waarmee ik deze column begon.
En, denkt u nu, wat kan ik hiermee? Ik bespeur naast de altijd aanwezige prijsfocus in de markt ook een gevoel van ‘méér en beter’. En terecht, het kan weer, dus laten we gebruik maken van betere tijden. Maar het blijft cruciaal om ‘zuinig’ te zijn op dat wat ons groot maakte: betaalbare en veilige levensmiddelen. Want voor u en mij is het inmiddels verdraaid lastig om te voelen wat de armste gezinnen in Nederland dag in, dag uit doormaken. Dus gaat u eens een maand leven met het budget van minima. Ga eens een maand dubbeltjes draaien. “Op dat wij niet vergeten voor wie wij werken…” Ik heb het onlangs gedaan en ik kan u verzekeren, ik stond heel snel met beide benen op de grond en kreeg (bijna) begrip voor belastingen…
Melanie Murk-Severijn