Albert Heijn als teken van ‘gentrificatie’

0
Leestijd: 2 minuten

Kunstenaar Sjoerd ter Borg is bezig met een project over gentrificatie: ‘stadsverhipping’, noemen we het maar even. Door beelden van winkels aan consumenten te laten zien en dan kiezen ze ja of nee. Maar bij het beeld van een AH blijkt er een groot meningsverschil.

Gentrificatie: een stadsdeel veroudert en verpaupert, maar na jaren komt er opeens leven in de brouwerij. Klassieke reeks: eerst komt er een kunstenaar die leegstaand pand nodig heeft als atelier, dan nog een en dan nog een…. Dan komen er jonge stellen – ‘cultural creatives’ – die geen dure huur kunnen betalen en vinden dat de wijk er ‘iets authentieks’ heeft, ook al omdat er ateliers zijn. Dan doet de gemeente nog een zetje met een beetje modernisering van oude panden. En dan gaat het als vanzelf; dan komen er leuke winkeltjes. En vegetarische hamburgerrestaurantjes en cafés met tientallen soorten thee.

Prima, zo’n gentrificatie… Maar nee, wereldwijd is allang ontdekt dat vooral grote vastgoedbedrijven – denk vooral aan Blackstone Group, ‘’s werelds grootste huurbaas’ – zo’n wijkvernieuwingsontwikkeling hebben leren aanwakkeren en dat ze daarmee na verloop van tijd flinke huurverhogingen doorvoeren. Gemeenten weten dus inmiddels wel beter, van New York tot Londen tot Berlijn tot Amsterdam.

Het project van Ter Borg, lid van een kunstenaarscollectief, komt in een artikel van NRC Handelsblad aan bod. Proefpersonen kregen beelden te zien van winkels, en moesten – zoals bij Tinder – naar links of naar rechts swipen. Naar links: de matrassendiscounter. Naar rechts: de winkel met duur houten kinderspeelgoed. Naar links: de allochtonenslager met kiloknallers. Naar rechts: de vegetarische hamburgertent. U voelt ‘m wel aan.

Maar Albert Heijn bleek in dit hele gedoe een groot twijfelgeval. Sommigen vonden de komst van een AH net zo ‘verhipt’ als andere kekke winkeltjes als de yogamatjesverkoper, de kruidentheewinkel of de kledingzak van een mevrouw die die kleren zelf maakt en er hangen in zo’n zaak dan hooguit twaalf gewaden. Anderen daarentegen vonden een AH niks meer en niks minder dan ‘gewoon, een supermarkt als alle andere’. Wat nou hip!

Nou, dat is eigenlijk wel een uitslag waar iedereen in Zaandam zich wel in zou moeten kunnen vinden. Je wilt niet weggezet worden als ‘kekke winkel’, daar is AH trouwens gewoon te groot voor: AH moet immers op veel meer klanten een appèl hebben dan alleen maar die jonge mensen in verhipte stadswijken. Want in dát geval ‘ben je ook nog duur’. En dat is een imago dat AH om de zoveel jaar van gruwt. En sinds vier jaar aan één stuk door.