Albert Heijn en Plus: allebei verliefd op de boer

0
Leestijd: 4 minuten

Deze week maakte Plus Retail bekend dat het met een nieuw versmerk komt: ‘Boerentrots van Plus’. “Het is een volgende stap waarmee de supermarkt laat zien veel waarde te hechten aan de samenwerking met haar boeren en de keten te willen versterken en verduurzamen’, aldus Plus Retail in het bijbehorende persbericht.

In FoodPersonality maart omschreven we wat Albert Heijn de laatste maanden doet met advertorials in landelijke dagbladen bijvoorbeeld, de campagne ‘Beter eten’. Met allemaal voorbeelden van verduurzaming bij de leverancier: de kippenboer, de varkensboer, de koeienboer…

En nu komt Plus Retail met Boerentrots. De twee formules die qua kwaliteit en maatschappelijke en milieu-overtuigingen het meest van zich doen spreken, beginnen communicatief en ‘marketingwise’ behoorlijk in elkaars vaarwater te zitten. Je zou bijna zeggen dat AH en Plus beiden als vrouw een weekendje bij hun favoriete boer logeren. Met Yvon Jaspers die dan vraagt: ‘En hoe voelt dat dan?’ (yeeeaaakks).

Plus Retail weet sinds een paar jaar: we willen de meest …. formule worden, klantvriendelijk, verantwoord, duurzaam, beste wijnformule, noem het maar allemaal op. En dat is prima.
Maar ja, ook AH wil flink die kant op. ‘Beter eten’ is een campagne die voortdurend wijst op ‘varkens met meer ruimte’, ‘kippen met een langer leven’, ster hier, ster daar. En het laatste weekend opeens ‘biodiversiteit’. AH zegt in zo’n artikel: “Dat doen we samen met onze vaste boeren en telers en met Naturalis Biodiversity Center. Bovendien kun je met onze MoestuinMaatjes de biodiversiteit in je eigen tuin ook een handje helpen.” We bedoelen maar.
We meldden het al in FoodPersonality maart. Plus zegt: ‘goed eten’. En sinds een tijd zeg AH: ‘beter eten’.
Alsof de een de ander de loef moet afsteken
Is dit erg?
Ja.

Maar we leggen eerst uit waarom het níet erg is.
Prima zo. Dit is zelfs een grote sprong voorwaarts als je dat met vijftien jaar terug vergelijkt. Toen er nooit werd geconcurreerd op kwaliteit, maar alleen op prijs. Met borden in een winkel, toen, van een boodschappenlijst bij concurrent a, concurrent b en concurrent c, en die waren dan alle drie een euro of twee duurder dan de winkel zelf, op een bedrag van pakweg vijftig euro. En: ooit zei een CBL-woordvoerster: “De leden hebben afgesproken dat ze niet op kwaliteit met elkaar concurreren.” Eén: dat zou je nu niet meer zomaar mogen zeggen. Klinkt ‘veels te kartellerig’. Twee: we hadden toen best wel borden van eigen merken willen zien met kreten als ‘die van a, b en c smaken minder lekker’. Alleen al om te kijken wat zoiets in gang zou zetten.

Maar heeft dat charme-offensief van AH en Plus met ‘blije boeren’ alleen maar voordelen dan? Nee, zeker niet. Ten eerste is het wellicht veel te ver van de werkelijkheid verwijderd, het klinkt allemaal te paradijselijk, als je beseft dat er elke dag wel ergens in een medium, tv, krant, radio, sociale media etc., een boer te vinden is die gewoon het tegendeel beweert en de schuld van zijn moeizame financiële bestaan bij de supermarkten legt. Ook erg makkelijk gezegd bij een export van 70% waar CBL-directeur Marc Jansen altijd naar verwijst, maar toch, het verwart de consument en dus interfereert het met al die geuite goede bedoelingen van AH en Plus.

Daarnaast, het gaat altijd maar om beperkte projecten. Varkensvlees, kip, rund, een groentesoort meer of minder… terwijl iedereen wel weet dat al die andere producten die dan ‘Laagblijvers’ of ‘Prijsfavorieten’ zijn, ook ergens op een stuk land of een boerderij zijn begonnen met groeien. Ook verwarrend voor de consument. Een pond spruiten voor zeventig cent, je kan er als alleenstaande víer dágen van eten, en wat is daar duurzaam aan als je boeren hoort klagen en je zelf beseft dat vier dagen lang je groente per keer avondeten nog geen 19 cent heeft gekost?

Ja, maar je moet klein beginnen, zeggen AH en Plus dan. Klopt, zeggen wij dan deemoedig terug. Maar dan, als waren wij Yvon Jaspers: ‘Flink verduurzamen met artikel a, en dan weer diep afprijzen met artikel b, voelt het dan wél goed?’

Maar het allergrootste risico is misschien wel dit: meer dan bijvoorbeeld Jumbo wijzen AH en Plus op de kwaliteit en de verduurzaming van hun assortiment of het nu ketenperikelen zijn, fairtrade, dierenwelzijn, biodiversiteit, de ‘hele susteenebel rimram’. AH en Plus zijn daarmee lijstaanvoerder op de ranglijst van Nederlandse formules. Ze zijn de trekkers… nee, niet die op het Malieveld, met Henk Bleker als ophitser… ‘de trekkers’ die zogezegd ‘de kwaliteit van het aanbod en de kwaliteit van de keten erachter omhoogtrekken’. Maar in dat geval zou het jammer zijn dat met name deze twee formules om een been vechten, terwijl een derde ermee vandoorgaat. De vreemde situatie doet zich voor dat de formules waar in theorie leveranciers het meeste aan kunnen hebben, te veel met elkaar in een houdgreep raken.

En denk ook hieraan: Deen stopt er al mee. AH heeft veel geld, want het is onderdeel van Ahold Delhaize. Plus Retail is een coöperatie van supermarktondernemers. Alhoewel; is een beursnotering niet riskanter dan het vermogen van 220 supermarktondernemers? Leuke vraag, hebben we geen antwoord op. Maar hoe dan ook: laat de blauwe ogen en de groenig beurse plekken van de onderlinge mishandeling achterwege. Laat de pijn ergens anders belanden.
Maar verduurzamen moet, dát wel.

Dus ga zo door, FC Zaandam versus FC Utrecht en vice versa. Maar neem genoegen met een gelijkspel en vermijd ‘ellebogen van de week’ en andere rooiekaartwaardige spelsituaties. Speel als een duurzaam kartel. ‘Fix deze match’. Inderdaad, slechte suggestie! Maar een goed uitgangspunt.