Anneke Ammerlaan las ‘Andere kost’

0
Leestijd: 3 minuten

Anneke Ammerlaan, trendwatcher en tweemaandelijks columniste in FoodPersonality, las het boek ‘Andere kost’, van Jutka Halberstadt en Jaap Seidell. Dat boek is onlangs op de markt verschenen en vormt een pleidooi voor de consumptie van zo onbewerkt mogelijk eten en drinken. Jaap Seidell is hoogleraar humane voeding aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, Jutka Halberstadt is psycholoog-onderzoeker aan dezelfde universiteit. Seidell en Halberstadt zijn geen onbekenden in de sector. Met name Seidell geldt als voedingsautoriteit met grote invloed. Hier de bespreking dat boek van Anneke Ammerlaan:

De overgang van ultrabewerkt naar onbewerkt voedsel is bijlange na niet voltooid, maar het boek ‘Andere kost’ van de invloedrijke wetenschappers Jaap Seidell en Jutka Halberstadt geeft wel een aanzet.
‘Andere kost’ gaat over de acute noodzaak van verandering van ons huidige eetpatroon. Op macroniveau, dus over de noodzaak op mondiaal niveau met betrekking tot klimaatverandering en de gevolgen. En op microniveau, over de acute noodzaak van verandering van ons eetpatroon om ons lijf gezond te houden. De belangrijkste (en zeker niet nieuwe) boodschap: eet zo min mogelijk ultrabewerkt voedsel. Of zoals de Amerikaanse publicist Michael Pollan het jaren geleden formuleerde: ‘Eet niet wat je grootmoeder niet als voedsel zou herkennen’.

De wetenschappelijke omschrijving van ultrabewerkt voedsel is: voedsel dat wordt gemaakt op basis van bewerkte vetten en eiwitten, zetmeel en suikers (o.a. transvetten, soja-isolaat, maltodextrine) en waar meestal ook nog zoetstoffen, kleurstoffen, smaakversterkers, emulgatoren en glansmiddelen aan zijn toegevoegd. Je denkt dan misschien direct aan frikandellen, frisdrank en soep uit pakjes, maar ook veel vleesvervangers zijn ultrabewerkt. De supermarkt staat vol met allerlei ultrabewerkt eten en drinken. Lees de ingrediëntenlijsten maar op de verpakkingen.

Om te weten wat ultrabewerkt voedsel echt met je doet, nam de Engelse wetenschapper en programmamaker Chris van Tulleken letterlijk de proef op de som. Voor zijn BBC-programma ‘What are we feeding our kids?’ at hij een maand lang 80% ultrabewerkt voedsel, voornamelijk uit de supermarkt. Het eetpatroon van zo’n 20% van de Engelse bevolking. In de maand waarin Van Tulleken dit ‘dieet’ volgde, nam zijn gewicht met 6,5 kg toe, ging hij slechter slapen, werd hij langzamer in zijn handelingen, nam zijn libido af, nam zijn darmwerking af en ging hij zich tien jaar ouder voelen.

Volgens Van Tulleken werd het eten van ultrabewerkt voedsel iets wat zijn hersen gewoon van hem wilden. En dat bleek ook zo te zijn. Scans van zijn hersenen wezen uit dat in de maand waarin hij hoofdzakelijk ultra bewerkt voedsel at, het gebied gelinkt aan verslaving sterk werd geactiveerd. Gelukkig nam die activiteit af nadat Van Tulleken weer op zijn normale dieet van onbewerkt voedsel was overgestapt. En hij ging ook weer beter slapen en het kwam ook weer goed met zijn humeur. Maar hij schrok wel van dit experiment: als dit dieet in een maand al zoveel veranderingen bij hem teweegbrengt, wat doet zo’n dieet dan in een kinderbrein dat nog gevormd moet worden?

Het fijne van ‘Andere kost’ is dat het boek wetenschappelijk is onderbouwd en daarmee laat zien wat onderzoeken uitwijzen. Maar Halberstadt en Seidell houden de lezer goed bij de hand en dat maakt het ook voor de geïnteresseerde leek een heel waardevol boek.

Hieronder: de zogeheten ‘NOVA-indeling,’ om de mate van voedselbewerking aan te duiden, wordt wereldwijd gebruikt door de wetenschap (en bijvoorbeeld ook door de WHO, de Wereldvoedsel¬organisatie). ¬Fabrikanten zijn niet verplicht om de kwalificatie te gebruiken op etiketten:

1/ Groep 1
Onbewerkt of minimaal bewerkt voedsel (agf, vlees, vis… of anders: gedroogd, gemalen, gekookt, geroosterd, bevroren enz.).

2/ Groep 2
Bewerkte ingrediënten zoals olie, boter, suiker, zout, azijn, toevoeging van voedsel uit groep 1 en gebruikt om voedsel uit groep 1 mee te bereiden.

3/ Groep 3
Bewerkt voedsel: kaas, brood, ingeblikte vis. Meestal gemaakt door ingrediënten uit groep 2 toe te voegen aan ‘groep 1’, om ze houdbaarder en lekkerder te maken.

4/ Groep 4
Ultrabewerkt voedsel en drank: bevat doorgaans niet of nauwelijks intact voedsel uit groep 1. Wordt op grote schaal gemaakt op basis van industrieel bewerkte vetten en eiwitten, zetmeel en suikers (transvetten, soja-eiwit isolaat, fructoserijke maïssiroop, maltodextrine) en met ¬toevoegingen als synthetische kleurstoffen, smaakversterkers, glans¬middelen, emulgatoren, zoetstoffen.
Voorbeelden van ultrabewerkt voedsel zijn: industrieel gemaakte koekjes, roomijs, frisdrank, zoete en hartige verpakte snacks en repen, instantsauzen en -soepen en toetjes.