Climate Neutral Group helpt foodbedrijven op weg naar klimaatneutraal

0
Leestijd: 6 minuten

Geregeld komen in de sector berichten voorbij uit de foodretailsector en van levensmiddelenproducenten, die een stap hebben gezet op weg naar klimaatneutraliteit. Climate Neutral Group is daar geregeld de begeleider van. Climate Neutral Group helpt bedrijven om de klimaatimpact van hun organisatie en hun producten te verminderen naar ‘zero CO2’: in 2050 moet dit gerealiseerd zijn.

Algemeen directeur René Toet van Climate Neutral Group verbaast zich geregeld over die nieuwsberichten. “Er wordt te makkelijk gesproken over klimaatambities, zonder dat bedrijven er zich van bewust zijn wat ervoor nodig is om ze te realiseren. Of ze zeggen bijvoorbeeld dat ze nu klimaatneutraal zijn. Maar dan blijkt het alleen maar om een deel van de activiteiten te gaan en dat ze hun claims niet waar kunnen maken.”

Climate Neutral Group bestaat nu bijna twintig jaar, een organisatie in Utrecht, met ruim vijftig medewerkers. Met vestigingen in België, Zwitserland en Zuid-Afrika. Toet was er destijds al van overtuigd dat het klimaatprobleem urgent was. Nu hoeft hij geen bedrijven meer te overtuigen. “Uiteindelijk gaf het klimaatakkoord van Parijs eind 2015 het inzicht, maar pas in 2019 kwam de klimaatkwestie echt in een stroomversnelling. We zien nu dat het overal steeds meer gaat leven. Bedrijven, nationaal en internationaal, weten ons te vinden met de vraag hen pragmatisch te helpen grote stappen te zetten, van CO2-footprints, reductiestrategieën, compensatie tot certificering.”
Op de site van Climate Neutral Group staan inmiddels aardig wat cases van bekende bedrijven die Climate Neutral Group in de arm hebben genomen, zoals Albert Heijn, Plus Retail, ‘Beemster-kaasmaker’ Cono, online-bloemenbezorger Bloomon en verpakkingsleveranciers als Bunzl en Janssen Packaging. Met de certificering van Climate Neutral Group.

Parijs, linksom of rechtsom

2050, dat is ‘het jaar van de waarheid’. Dan moeten de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs behaald zijn. Dat geldt voor de hele ‘BV Nederland’. Iedereen – de overheid, het bedrijfsleven en de consument – zal eraan moeten bijdragen. Parijs, linksom of rechtsom, daar kan niemand omheen. Ten eerste om de aarde te redden voor toekomstige generaties. En ten tweede, je wil als bedrijf ook niet in het verdomhoekje komen te staan. 29 jaar, dat is nog ver weg, maar er moet nog veel gebeuren.

Klimaatneutraal worden, dat klinkt best ingewikkeld of abstract.
Toet: “Abstract is het helemaal niet, omdat de CO2-uitstoot concreet te berekenen is. Ingewikkeld… Ja, dat kan het soms ook zijn, maar dat hangt van de sector of de productgroep af. En door een vertaalslag naar doelen en reductieplannen in 2025 en 2030 maken wij klimaatneutraliteit, ‘net zero CO2’ in 2050, haalbaar.”

En hoe gaat dat dan?
“We berekenen de CO2-voetafdruk en we komen met een aanpak om die te verminderen. En daar waar je niet kunt verminderen, kun je je uitstoot compenseren. Dat laatste is net zo essentieel, omdat compensatie niets anders is dan reductie op een andere plek. En aangezien we wereldwijd een uitdaging hebben om de ‘doelen van Parijs’ te halen, is compensatie dus ook een noodzakelijke stap. Elk jaar zet je stappen richting ‘net zero CO2’ in 2050, door de uitstoot te verlagen, met een percentage waar je gemiddeld aan moet voldoen. In de praktijk zal dat percentage per jaar variëren, zeker als er investeringen nodig zijn. Maar achteropraken is onverstandig. Die hele aanpak, dus ook de reductie en de voortgang, wordt gecertificeerd. Dat is echt uniek! Maar dat je in het proces met complexere kwesties te maken zult krijgen, is een feit.”

‘Complexere kwesties’, zoals?
“In het begin kijkt een bedrijf vooral naar de CO2-uitstoot in de operationele processen, of in de productie. Je kijkt naar voor de hand liggende zaken zoals je energieverbruik: energie bij het produceren van je assortiment. Je moet echter ook denken aan transport, zelfs aan zakelijke vliegreizen.
Maar: juist de klimaatimpact van het product zelf verkleinen kan lastig zijn. Het is vooral zaak om alle partijen in de keten mee te krijgen. In productgroepen zoals zuivel, koffie, thee en rijst zien we in de keten goede initiatieven ontstaan. Als je erin duikt, blijkt elke productgroep z’n eigen uitdaging te hebben. Maar: elk product kan in de keten worden verduurzaamd.
Consumenten, overheden, ngo’s en andere stakeholders verlangen dat deze verduurzaming van de keten er komt. Het is de kunst om de vermindering van de klimaatimpact van jouw producten en de resultaten die je boekt, zichtbaar te maken. Zodat bijvoorbeeld de consumenten van jouw producten waarderen wat je doet en daarin geloven. Dat kan alleen maar door over jouw aanpak en resultaten – een duurzame supply chain – eerlijk en transparant te communiceren.”

Hoe kom je tot een duurzame supply chain?
“De klimaatimpact in die supply chains verminderen, dat is precies waar veel van onze relaties nu mee aan de slag zijn. Die ketens moeten worden uitgeplozen, bijvoorbeeld van ‘boerderij tot op het bord’ of van de ‘plantage tot in het schap’. Iedere stap moet je weten: van de ingrediënten, grondstoffen tot en met alle leveranciers, producenten, distributiepartners etc. Dit is dé basis voor het berekenen van de ‘product carbon footprint’. Vandaaruit kan voor iedere stap het reductiepotentieel bepaald worden. Vaak wordt gedacht dat je daar geen invloed op kunt hebben. Maar wij zien dat er kansen zijn. Denk bijvoorbeeld aan zeetransport. Daar kan de keuze voor transporteur a of b zomaar tot een significante reductie van de CO2-uitstoot leiden. Dan praat je over duurzaam inkopen. Samen met een verpakkingsproducent zoeken naar duurzamere materialen is ook een oplossing. Voor onze experts is het een soort ‘zero CO2-puzzel’, die we met onze klanten oplossen.
‘Net zero CO2’ bereik je niet van vandaag op morgen. Maar we zetten de route uit en zorgen voor monitoring, zodat je reductievoortgang op koers blijft. Overigens is het belangrijk dat er draagvlak is vanuit de directie, juist omdat het een traject is dat je voor jaren aangaat.
Aanvullend op reductie is compensatie het middel om nu al klimaatneutraal te zijn; met andere woorden, door te investeren in duurzame projecten waarmee je je uitstoot dus zogezegd ‘compenseert’. De aanplant van bomen en bosbehoud, de opwekking van hernieuwbare energie, kleinschalige biovergisters bij boeren en ‘cookstoves’ in Afrika en Azië. Als je stapsgewijs naar nul CO2-uitstoot in 2050 reduceert, ben je klimaatneutraal zonder te compenseren.”

‘License to operate’

En wat is certificeren in dit verband?
“Je zult elk jaar willen en moeten laten zien dat je reductieresultaten hebt geboekt. Alle stakeholders zullen daarnaar vragen. Denk bijvoorbeeld aan de steeds kritischere consument en investeerders die zelf een duurzaamheidsbeleid hebben en weg willen blijven van elke omstreden activiteit of marktspeler.
Stel nu, je bent als bedrijf elk jaar 3% aan het reduceren en compenseren, dan wil je daar een bewijsvoering van hebben als ernaar gevraagd wordt. Wij zorgen daarvoor via het certificeringsprogramma, Climate Neutral Certified. Voor alle stappen in dat certificeringsprogramma zijn er heldere criteria, die ervoor zorgen dat je in 2050 ‘net zero CO2’ uitstoot. Door tussenstappen te nemen die ervoor zorgen dat je ieder jaar gradueel reduceert. Of je organisatie, dienst of product voldoet aan de certificering, wordt onafhankelijk door instanties als Ecocert en Preferred by Nature getoetst.
Die certificering is voor een bedrijf op het gebied van verduurzaming een bewijs van een ‘license to operate’. Het keurmerk laat zien dat je ook reduceert en je niet alleen tot compenseren beperkt.”

Climate Neutral Group Certified

Het logo van Climate Neutral Certified, het certificeringsprogramma van Climate Neutral Group.

Waar stáát de Nederlandse levensmiddelenindustrie op dit moment eigenlijk?
“Dat is niet zomaar te zeggen. Er zijn koplopers die al jaren ervaring hebben met verduurzamen en reduceren, maar er zijn ook bedrijven die pas net begonnen zijn. De verschillen zijn erg groot.”

Wat zijn de drijfveren van de directies van producenten die hiermee beginnen?
“Allereerst het gevoel van verantwoordelijkheid. Wij komen maar weinig bedrijven tegen die de verduurzaming voor zich uitschuiven. Het leeft heel sterk. Daarnaast wil bijna iedere directie de verantwoordelijkheid voor hun klimaatimpact nemen. Uitstellen betekent immers dat je een enorme inhaalslag moet maken, met alle risico’s op hoge kosten en reputatieschade van dien.
Ten tweede hebben de directieleden ook een duidelijk besef van die kritische consument. Die ‘license to operate’ waar ik het over had, is: de consument zal op elk mogelijk moment je op relevante thema’s zoals het klimaat willen beoordelen. En die zal met zijn aankoopgedrag stemmen.
Maar er is ook nog een derde factor die steeds meer mee begint te spelen. Er gaan steeds meer stemmen op om CO2-uitstoot te beprijzen. Wat die prijs gaat worden, is nog niet bekend. Maar dat deze er gaat komen, staat voor mij vast. En dan kun je maar beter voorbereid zijn.
Ik heb bijvoorbeeld een directeur gesproken die in alle berekeningen de kosten laat meetellen voor het verder verduurzamen van het assortiment. Je hebt een consumentenprijs, een inkoopprijs die supermarkten betalen en een marge, die de brutowinst op een product voorstelt. Hij telt daar de CO2-uitstoot bij op. Als extra prijsfactor. Met die berekening laat hij zien wat er aan ‘prijsverhoging’ bij komt kijken als er niet verduurzaamd wordt. Je prijst je met je bestaande assortiment, zonder verduurzamingsinnovatie, uit de markt. En dus: verduurzamen uitstellen drukt zodoende op je marktpositie en je winstgevendheid, en die waarschuwing houdt hij zijn mensen voor. Dit soort ‘true cost’-benaderingen zullen steeds belangrijker gaan worden voor alle spelers in de levensmiddelensector.”