Dag, taai reptiel

0
Leestijd: 2 minuten
Een markant figuur uit de Nederlandse levensmiddelenbranche is van ons heengegaan, nu alweer bijna twee maanden geleden. Ik heb het over Jaap Louisse, jarenlang directeur van Trade Service Nederland (TSN), de organisatie die inkocht voor Schuitema (C1000) en Sperwer (Plus). Jaap is 80 geworden, een mooie leeftijd die voor een aantal andere branchegenoten die ons de laatste jaren zijn ontvallen, helaas niet was weggelegd.
Bij mijn entree in de foodbranche, begin jaren negentig, trof Jaap Louisse mij als een scherpe denker, die in vele artikelen, interviews en presentaties feilloos de zwakke plekken in de sector wist bloot te leggen. Dat maakte hem niet bij iedereen geliefd, hoewel de meesten dat listig probeerden te verbergen. Daar prikte hij met een zeker genoegen doorheen. ‘Ik ben benieuwd hoeveel uitnodigingen voor voetbalwedstrijden ik nog krijg als ik straks met pensioen ben’, zei hij dan sarcastisch. Zelf wist Jaap ook wat relatiemanagement was. Als hij je als een waardevolle investering beschouwde, kreeg je elk jaar rond Kerstmis een fiks pakket boeken ter vergroting van je algemene ontwikkeling opgestuurd, allemaal hoogstpersoonlijk geselecteerd door de meester zelf en voorzien van een educatief commentaar.

Afficheerde Jaap zich graag als intellectueel, de expertise die hij etaleerde kon vaak net zo down to earth zijn als het assortiment waarin hij handelde. Zijn beschouwingen varieerden van het geringe vochtopnemend vermogen van polyamide damesslips tot kritische analyses van de winkels van de concurrentie die hij op zijn vrije zaterdag bezocht. Op een levensmiddelencongres leverde hij keiharde kritiek op het introductiebeleid van A-merkfabrikanten. Enkele van zijn stellingen: ‘Gebrek aan creativiteit en durf leidt tot weinig echte productvernieuwing’; ‘Het niet kunnen verwerken van onwelgevallige informatie leidt bij marketeers tot bij voorbaat mislukte productintroducties’; ‘Vele fabrikanten struikelen regelmatig over de arrogantie van hun voorgaande succes’. Lijken Jaaps observaties niet nog even fris en valide als in de tijd waarin ze werden gepleegd? We schrijven 1990…
Twee politici heeft Jaap altijd zeer bewonderd. Gorbatsjov vanwege zijn moed en Van Agt vanwege zijn flair. Over de laatste zei hij een keer in een interview: “Die heeft zich eens een ‘taai reptiel’ genoemd. Dat zou je van mij ook kunnen zeggen. Een taai reptiel.” Een hogere diersoort had wellicht een fraaiere vergelijking opgeleverd, maar geen betere. Want ik zie het beeld levendig voor me. Een hagedis, roerloos afwachtend, oneindig geduldig en zorgvuldig het juiste moment kiezend. En dan, opeens, de aanval. Een flitsende tong, een trefzekere beweging: de prooi is binnen.
Met zijn snelle, cerebrale geest maar beheerste motoriek zou Jaap Louisse ongetwijfeld een goed politicus zijn geweest. De moed was stellig aanwezig, en aan de flair ontbrak het ook niet. Evenmin als aan een aantal andere eigenschappen – nieuwsgierigheid, maatschappelijke belangstelling, ijdelheid – die hem naast het politieke handwerk trouwens ook uitstekend zouden hebben gekwalificeerd voor het wetenschappelijke of journalistieke ambacht.
Het werd de inkoop, en daar heeft de levensmiddelenbranche jarenlang van kunnen profiteren. Scherpzinnig waren zijn observaties, vlijmend soms de kritiek op anderen. Dat laatste was niet altijd even leuk, maar ik vind dat het mag – iemand die zichzelf een reptiel durft te noemen, gun je graag een scherpe tong.
Frits Kremer