Deen en de pluriformiteit van de sector

0
Leestijd: 2 minuten

In het meinummer van FoodPersonality presenteerde hoofdredacteur Gé Lommen een opsomming van ruim zeventig verschillende supermarktformules die in de afgelopen decennia verdwenen zijn uit het Nederlandse supermarktlandschap. Formules als Super de Boer, Konmar, Edah, Sanders, C1000, Emté en Agrimarkt liggen bij iedereen ongetwijfeld nog vers in het geheugen. Maar wie herinnert zich nog ketens als Uitgekiend & Beter, De Vrije Vogel en Club 199? Of u en ik daar nou wel of geen herinnering meer aan hebben, feit is dat de consolidatie als een rode draad door onze supermarktsector loopt. Met de aanstaande ombouw van Deen staat de volgende consolidatiefase alweer voor de deur.

Met de verkoop van de tachtig winkels aan Albert Heijn (39 winkels), Vomar Voordeelmarkt (22 winkels) en Dekamarkt (19 winkels) komt er na bijna negentig jaar een einde aan het familiebedrijf Deen Supermarkten. In het licht van die verkoop is het opmerkelijk dat Deen nog steeds een financieel kerngezonde onderneming is. Hoewel het marktaandeel sinds de piekjaren 2016-2017 licht onder druk staat, realiseerde het supermarktbedrijf in 2020 een netto-omzet van ruim € 800 miljoen en hield het onder aan de streep een nettowinst van circa € 20 miljoen over (mijn inschatting).

Kortom, de verkoop is zeker niet uit financiële nood geboren. De risicovolle combinatie van toekomstige investeringen in e-commerce en geautomatiseerde dc’s enerzijds en de beperkte bedrijfsomvang en vraagtekens bij het online-verdienmodel anderzijds heeft uiteindelijk tot het moeilijke, strategische besluit geleid om het familiebedrijf te verkopen. Of dat een juiste keuze is? We zullen het nooit weten.

Wat ik wel weet, is dat de kopers van de Deen-winkels een aantal interessante uitdagingen wacht. Zo ligt vooral bij Albert Heijn het kannibalisatiegevaar op de loer: van de 39 Deen-winkels die binnenkort naar Albert Heijn worden omgebouwd, liggen er hemelsbreed zes op minder dan 1 kilometer en nog eens veertien op 1 tot 2 kilometer afstand van een andere Albert Heijn-vestiging.

Een vraagstuk voor alle drie de kopers, is om de versprestaties van Deen te evenaren. Kijken we naar de fair shares in vers totaal van GfK (MAT Q2-2020), dan worden Albert Heijn (99), Vomar (100) en Dekamarkt (99) ‘geoutperformd’ door Deen (106). Gecorrigeerd voor de fair share van 267 in de categorie bloemen en planten is de afstand met Deen weliswaar minder groot, maar hebben Albert Heijn, Vomar en Dekamarkt nog steeds in zes van de tien andere versgroepen een lagere fair share dan Deen.

Kortom, werk aan de (vers)winkel! Met de overname van de Deen-bloemencentrale doet Albert Heijn overigens een goede poging om het aanbod van Deen deze iconische versgroep te matchen en wellicht zelfs breed uit te rollen. Of dat lukt binnen een corporate omgeving waar de échte, diepgewortelde liefde voor die productgroep ontbreekt, zal blijken. Een ander vraagteken is natuurlijk of het Deen-winkelpersoneel gaat ‘aarden’ in de afwijkende bedrijfsculturen van Albert Heijn, Vomar en Dekamarkt.

De aanstaande ombouw van Deen is voor Albert Heijn, Vomar en Dekamarkt dus geen abc’tje. Toch is de overname van de Deen-winkels voor deze supermarktorganisaties een uitgelezen kans om hun winkelnetwerken (verder) uit te breiden. Persoonlijk vind ik het jammer dat er weer een mooie formule met een rijke traditie verdwijnt en de pluriformiteit van het Nederlandse supermarktlandschap verder afbrokkelt. Dat laatste is wellicht vals sentiment van mijn kant. Door de komst van nieuwe spelers als Picnic, Gorillas, Crisp en hun vernieuwende formules en businessmodellen is het supermarktlandschap misschien wel pluriformer dan ooit tevoren.