Die dure Jumbo’s en AH’s maken de stad onleefbaar, jaja…

0
Leestijd: 3 minuten

In een hoofdredactioneel artikel in NRC Handelsblad van woensdag 7 oktober staat dat steden te duur worden voor mensen met een smallere beurs. En in het voorbijgaan worden ook AH en Jumbo genoemd.

Je hebt dat wel eens. Dat er iemand een welgemeend pleidooi voor iets en dan een hele vreemde schuiver als argument gebruikt. Een bijzonder voorbeeld uit vervlogen jaren. Toenmalig VVD-voorman Frits Bolkestein was eens spreker op het Nationaal Food Congres, zo rond de millenniumwisseling. Bolkestein was op dat moment Europees commissaris voor onder andere ‘de interne markt’.

Unilever had toen wat proefballonnetjes in de vorm van merkwinkels. Bijvoorbeeld, een Unox-soepwinkel in Rotterdam en een Bertolli-lunchcafé in Den Haag. Tijdens zijn presentatie waarschuwde hij ‘mensen van Unilever in de zaal’: als Unilever mocht denken dat het zomaar van een producent ook een detailhandelsbedrijf kon worden, dan zou hij ‘dat nauwgezet volgen’.

In de zaal proefde je iets van ‘huh?’. Het ging om twee vestigingen. En binnen de sector weten we – en wisten we toen al – maar al te goed dat Unilever niet echt uitblinkt in het winstgevend maken van merkwinkels of -cafés. Het waren gewoon probeersels, uithangborden voor het merk, meer niet.

Maar ja, een Europese commissaris zegt ook wel eens iets over een situatie waarvan hij nog niet echt diep in heeft zitten graven. Zelfs als je Bolkestein bent, komt er nog wel eens zo’n boodschap.

En nou het NRC. Die wijst erop dat het inmiddels duidelijk genoeg moet zijn voor de regering dat mensen met een smalle beurs zich een leven in een grote stad steeds minder kunnen veroorloven. Dat zegt die krant op basis van wat een ‘Raad voor de leefomgeving’ onlangs heeft gemeld. Hypotheken voor Amsterdamse huizen zijn voor velen niet meer bereikbaar. Publieke voorzieningen zijn wegbezuinigd. Mensen met lage inkomen en zelfs mensen met een ‘middeninkomen’ kunnen nauwelijks nog rondkomen bij het dagelijkse leven in een stad. En wie erheen zou willen, kan de toegang tot dat stadsleven gewoon niet financieel opbrengen.

Maar: de krant schrijft ook: ‘Lokale middenstand op diezelfde plekken (bedoeld worden: stadscentra, red.) maakte maar al te vaak ruimte voor eenvormige koffietentjes en waar goedkope buurtsupers verdwenen, keerden dure Jumbo’s en Albert Heijnen terug.’

Jammer voor het imago van de branche, zo’n slordige bewering. Kijk, het komt wel vaker voor dat bijvoorbeeld het CBL dan ergens landelijk moet zeggen dat om dit of dat de supermarkt ten onrechte in een ‘kwaad daglicht wordt gesteld’. Nou ja, dat is wel zo, maar het CBL weet best dat de consument dat binnen een week alweer kwijt is, dus ‘maak je niet druk’, denken wij dan weer. Maar deze keer doen wij het even in plaats van het CBL.

De passage ‘dure Jumbo’s’ zal in Veghel knarsetandend gelezen worden – hebben we dáár nou jarenlang voor geroepen dat een laagsteprijsgarantie hanteren? En het woord ‘Albert Heijnen’ is weliswaar een mooie vondst, maar o ja, was het niet AH dat de laatste tijd flink bezig is met diepe promo’s en ‘prijsfavorieten’?

Maar het meest ongefundeerde ervan is de passage ‘waar goedkope buurtsupers verdwenen’. Even los van de inflatie en van prijsstijgingen die supermarkten ook wel eens doorvoeren: heeft de schrijver van dit stuk wel eens in Amsterdam of Den Haag in zo’n buurtsuper van vroeger boodschappen gedaan? Die buurtsupers van vroeger waren juist flink duur. Omdat zo’n winkel zo weinig artikelen had, moest het wel met een flinke marge-opslag verkocht worden. Volume was er niet.

Denk aan Spar of de andere vele Spar-lookalikes in steden, twintig jaar terug, veel dkw, altijd 15% meer dan bij de concurrentie. Inslaan kon je er niet want parkeren lukte er niet, dus iedereen kwam op de fiets even een vergeten boodschap halen.

Jaren geleden was er in Duitsland een regionale formule – sorry, we weten niet meer wie… – die zijn zoveelste-jarig bestaan wilde vieren en ‘de consument in dat feestgevoel wilde laten delen’. Het idee: een week lang voor alle artikelen de prijzen uit eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Er werd snel van afgezien. Want die prijzen waren niet lager, maar soms zelfs bijna vijftig procent duurder.

Maar zeg, wáár haalden mensen in de grote stad zo eind jaren tachtig dan hun eten? Nou, bondig gezegd, in een AH als het hun niks uitmaakte dat het wat duurder was en dat je meer keuze erbij kreeg. In een Aldi als het hun wél wat uitmaakte, of in een van de vele Dirk’en, die toen nog Bas heette in Rotterdam en Dirkson in Utrecht, of, nog ietsje verder terug, een Jac. Hermans Prijsslag. En Edahs had je toen nog.

Moeder de vrouw kocht overdag boodschappen, man was op het werk (in die zin zijn we wel vooruitgegaan). En moeder de vrouw ging overdag in Amsterdam bijvoorbeeld ook naar de Albert Cuip-markt, Ten Kate-markt of de Dapper-markt, en er kwamen allochtonenwinkels waar de kip niks kostte en de groente net zo min. En in Amsterdam woonden alleen mensen ten zuiden van het Vondelpark of van De Pijp in een gekocht huis. De rest huurde.