Dustin Woodward (FrieslandCampina): ‘Wij willen onderdeel van de oplossing zijn. En daar werken we hard aan’

0
Leestijd: 7 minuten

Dustin Woodward roept namens FrieslandCampina op tot een ‘duurzaam zuivelschap’. Wat is dat? En wat vinden retailers daar dan van? En waarom introduceert FrieslandCampina naast zuivel ook plantaardige producten, terwijl de eigenaren van de coöperatie melk leveren?

Hij is nu ruim een jaar aan het roer als managing director van FrieslandCampina Nederland en Export Europa. Dustin Woodward: Engelser kun je een naam niet bedenken. Maar begin een gesprek met hem en Nederlandser kan het niet klinken. “Mijn vader is Brit, mijn moeder is Nederlandse. Ik ben in de VS geboren, maar gewoon in Nederland opgegroeid.”

Ook heel Nederlands: hij heeft gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht. En als contrast daarmee is zijn loopbaan daarna juist weer zeer internationaal. Naast de middelbare school en universiteit in Nederland studeerde hij ook in het buitenland, met een MBA bij INSEAD in Parijs. Hij was negen jaar werkzaam als strategieconsultant, voornamelijk in het buitenland en woonde daarbij in steden als New York, Londen en Singapore – en kwam uiteindelijk terug in Amsterdam. In 2013 maakte hij de overstap naar FrieslandCampina in Amersfoort, als directeur strategie. Na ruim een jaar ‘ging hij de business in’, zogezegd, en was uiteindelijk zes jaar als ‘managing director’ verantwoordelijk voor de positie van de zuivelonderneming in 42 Afrikaanse landen.

Vanuit Ivoorkust kwam hij vorig jaar zomer met zijn gezin opnieuw terug naar Nederland, voor de functie waar we mee begonnen, op de thuismarkt van FrieslandCampina. Hij volgde daarmee Bas Roelofs op, in oktober 2021.

Wie FrieslandCampina zegt, denkt aan zuivel, maar denkt meteen ook aan een coöperatie van melkveehouders. Boeren dus. Woodward: “Het is mijn taak om te zorgen dat de melk van onze leden zo goed mogelijk verwaard wordt in de consumentenproducten die wij in Nederland en Europa ontwikkelen en verkopen. Daarbij is het belangrijk dat onze leden-melkveehouders, die via de zuivelcoöperatie de eigenaren van de onderneming zijn, een eerlijke prijs krijgen voor hun zuivel en dat zij genoeg inkomsten hebben om verder te verduurzamen. Als FrieslandCampina moeten wij een assortiment bieden
dat relevant, innovatief en aantrekkelijk is voor zowel onze klanten, de supermarkten, als ook de consumenten die uiteindelijk beslissen wat we verkopen. Hoe meer toegevoegde waarde wij met onze producten voor klanten en consumenten kunnen creëren, hoe meer waarde wij uiteindelijk realiseren voor onze leden-melkveehouders.”

De inkomsten van een lid-melkveehouder: kun je dat eens uitleggen?
“Dat begint bij de garantieprijs die wij uitbetalen aan onze leden-melkveehouders. Daarbovenop ontvangen leden toeslagen voor bijvoorbeeld weidegang of resultaten op het gebied van klimaat of biodiversiteitsverbetering. Als keten hebben we een grote verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen
dat we deze additionele waarde uit de markt halen – en ervoor zorgen dat die middelen direct terecht komen op het boerenerf, bij de boeren die daarmee de noodzakelijke verduurzamingsstappen kunnen zetten. Tot slot, als de onderneming voldoende winst maakt, ontvangen leden ook een contante nabetaling.”

En dat eerlijke inkomen voor de boer, is dat er nu niet?
“Onafhankelijk onderzoek laat zien dat, ondanks een hoge melkprijs vandaag de dag, het inkomen van de melkveehouder al jaren onder grote druk staat. Marges zijn heel klein of helaas ook vaak negatief, gezien de druk op de consumentenprijs voor melk, hogere kosten voor energie, voer, maar ook door investeringen in duurzamere productiemethoden. Dat is niet acceptabel. En we kunnen niet verwachten dat een boer ‘groen doet als-ie rood staat’.”

En wat moeten we hieruit afleiden?
“Als wij als samenleving aan boeren vragen om verder te verduurzamen, dan moeten wij hun naast duidelijke spelregels ook de financiële middelen bieden om dat te kunnen doen. Vandaag is dit simpelweg onvoldoende – en we moeten er met de hele keten voor zorgen dat we Nederlandse boeren voldoende steun, middelen en perspectief geven om de transitie te maken. Het maakt ook deel uit van onze missie. FrieslandCampina wil consumenten van duurzame en gezonde voeding voorzien, met een goed verdienmodel voor de boer. En als wij de consument helpen nóg meer en nóg vaker voor duurzame producten te kiezen, dan zorgen we er uiteindelijk ook voor dat boeren de stap kunnen maken om hun
melkveebedrijven verder en sneller te verduurzamen. Een duurzaam voedselsysteem, daar is iedereen bij gebaat, boer, producent, supermarkt en consument – en daar hebben we allemaal een rol in te spelen.”

Wat is een duurzaam zuivelschap volgens jou? Is dat een ander zuivelschap dan wat het nu is? En zo ja, wat is daar anders aan?
“Een duurzaam zuivelschap bestaat uit producten die voldoen aan hoge eisen op het gebied van duurzaamheid. Wij hanteren daarom eisen voor verschillende duurzaamheidsthema’s, waarvan we de resultaten transparant maken en onafhankelijk laten controleren. Het belangrijkste aan verduurzaming is dat we ons niet op één thema alleen richten, maar juist een integrale aanpak stimuleren – zodat we alle noodzakelijke uitdagingen tegelijk aanpakken. Denk dan aan natuur, klimaat en dierenwelzijn, dat zijn eigenlijk de belangrijkste drie. Al deze thema’s komen samen in het onafhankelijke keurmerk ‘On the way to PlanetProof ’, een van de weinige onafhankelijke keurmerken dat een integrale aanpak op het gebied van ons duurzaamheid stimuleert. En het gaat daarbij om een continue verbetering – elk jaar weer een stukje beter – op alle thema’s. We moeten daarbij onze melkveehouders in staat stellen om steeds nieuwe stappen vooruit te kunnen zetten.”

En wat zie ik als consument als ik zo’n duurzaam zuivelschap in een supermarktaantref?
“Dat duurzame zuivelschap is een aanbod van zuivelproducten die allemaal een bijdrage leveren aan integrale verduurzaming en dus de drie thema’s natuur, klimaat en dierenwelzijn. Deze producten moet je dan ook duidelijk kunnen herkennen. Onze producten bijvoorbeeld, met het On the way to PlanetProof-keurmerk, dragen een apart blauw logo. We kijken continu hoe we onze producten nog herkenbaarder kunnen maken voor de consument zodat ze die duurzamere keuze ook kunnen maken. We ervaren dat consumenten als gevolg van de verschillende keurmerken door de bomen het bos niet meer zien – daar hopen we de komende jaren als keten samen iets aan te kunnen doen.”

Heb je hier al eens met retailers over gesproken?
“Uiteraard. Sales director Bob Mulder is de persoon die met zijn team dagelijks contact heeft met de retailers. Maar bij meer strategische gesprekken met onze klanten sluit ik graag aan om naar hun perspectief, feedback en behoeften te luisteren, en samen de dialoog aan te gaan over de kansen en uitdagingen die voor ons liggen. Daarbij ervaar ik veel gezamenlijke ambitie op het punt van verduurzaming en de transitie van ons voedselsysteem. Veel retailers willen net als wij onderdeel van de oplossing zijn, daar werken we gezamenlijk hard aan. De barrière is echter vaak: ‘ik kan niet in mijn eentje in duurzaamheid investeren en daarmee de zuivelprijzen verhogen, terwijl de concurrentie dat niet doet. Dus we moeten het samen doen’. Samenwerkingen waarbij onder andere consument, producent, retailer én boer gezamenlijk investeren in een duurzame toekomst, maken uiteindelijk het verschil. We willen echt een beweging creëren. Duurzamere producten kunnen alleen worden gerealiseerd als iedereen in de keten aan deze beweging bijdraagt. Daar nemen wij graag het voortouw in, samen met een aantal belangrijke partners.”

Dustin WoodwardHeeft FrieslandCampina zelf duurzaamheidsdoelen en zijn die in getallen uit te drukken?
“Jazeker. Als onderdeel van ons integrale duurzaamheidsprogramma willen we in 2050 volledig klimaatneutraal zijn. We investeren hier € 1,5 miljard in, over een periode t/m 2030. Volgend jaar zal onze CO2-uitstoot 10% minder zijn, ten opzichte van 2019; op al onze zuivel. Dit kunnen we meten. Onze afnemers vragen dat ook van ons. Zij moeten immers in de verduurzamingsslag kijken naar de verduurzaming van hun toeleveringsketen, en het gebruik van de consument, in de keten ná hen. We zijn aangesloten bij SBTI – Science Based Target Initiative – voor de onderbouwing van ons verduurzamingsproces. Met ons Campina-merk willen we nog sneller. Daar werken we hard om de volledige uitstoot van het gehele assortiment binnen vijf jaar gereduceerd en gecompenseerd te hebben, volledig binnen onze eigen keten met onze eigen boeren. Dat is echt een enorme uitdaging voor ons, maar wel uniek in de sector. Een pak Campina Langlekker van 1 liter heeft bijvoorbeeld een CO2-uitstoot
van 1,7 kg. Vergeleken met een biefstuk van 100 gram is dat weinig, want die heeft een uitstoot van 15 kg CO2. Maar nog steeds is het een enorme uitdaging waar we voor staan.”

Naast de trend van verduurzaming zien we dat consumenten steeds meer plantaardig gaan consumeren. Dit jaar is er Friesche Vlag Barista-haverdrink en sinds kort Chocomel plantaardig. Hoe help je melkveehouders door plantaardige alternatieven in de levensmiddelenmarkt te introduceren?
“Uiteindelijk is het onze opdracht als onderneming om zoveel mogelijk waarde te creëren voor onze leden-melkveehouders. Zoals gezegd is er, naast de garantieprijs en allerlei toeslagen, ook een contante nabetaling als de onderneming voldoende winst maakt. Dus als wij succesvol zijn met plantaardige alternatieven, hebben de ledenmelkveehouders daar dus ook profijt van.”

En hoe moeten we de plantaardige alternatieven van FrieslandCampina zien? Het klinkt bijzonder en innovatief, maar wat zegt dit over FrieslandCampina?
“Wij zijn een voedingsbedrijf met een sterke kern in zuivel. Voor FrieslandCampina zijn dat grote innovatieve stappen, bijvoorbeeld als je bedenkt dat mijn kinderen Chocomel plantaardig net zo lekker vonden als de traditionele Chocomel. Daar is twee jaar lang keihard aan gewerkt door onze afdeling innovatie & productontwikkeling. Ik ben enorm trots dat we na veel experimenteren en testen met verschillende recepturen erin geslaagd zijn om echt zo’n lekker product te maken, met dezelfde smaakbeleving. En dat zegt iets over de kracht van ons bedrijf. Tegelijkertijd willen we nog veel meer vernieuwing zien in ons portfolio. Vooral ook in zuivel zien we enorme kansen – met steeds meer consumenten die s’ ochtends met zuivel ontbijten voor een sterke start van de dag, of sinds corona meer gewend zijn om thuis te koken, met bijvoorbeeld kaas. Wij willen voor elke gelegenheid het juiste product kunnen bieden, dat lekker is en met de juiste voedingswaarde die wij zo belangrijk vinden. Met betrekking tot plantaardige alternatieven zien we dat veel consumenten zuivel en plantaardig naast elkaar gebruiken. Bijvoorbeeld iemand die met Campina-yoghurt ontbijt en daarna een Friesche Vlag Haver Barista in de cappuccino drinkt.

We zien dat consumenten vaak bewust voor zuivel kiezen, omdat het zo’n voedingsrijk product is, van nature rijk aan eiwit, calcium, vitaminen en mineralen. Van de andere kant zijn er ook juist momenten waar een ‘zuivel-achtig’ product wenselijk is, maar niet vanuit die behoefte van eiwitinname. Als iemand Chocomel wil drinken, is dat omdat-ie het zo lekker vindt. En als iemand een lekkere kop cappuccino wil, verlangt hij naardie kop met een goede kwaliteit melkschuim en niet naar eiwitrijke voeding. Daarom hebben we bijvoorbeeld plantaardige Chocomel – het smaakt precies als de oorspronkelijk Chocomel. Maar dan dus zonder zuivel. En als iemand een smaakvolle cappuccino wil, kan dat nu ook met Friesche Vlag Barista-haverdrink, en dan net zo smaakvol. Dat zijn consumptiemomenten waarbij proteïnen voor de consument minder van belang zijn en daar bieden wij graag een plantaardig alternatief als de consument daar behoefte aan heeft. Met de introducties van deze plantaardige producten bieden we variatie voor de consument; het beste van beide werelden.”