Duurzaam verkopen op het platteland?

0
Leestijd: 2 minuten

Dit hieronder is geen onderzoek, geen statistiek. Maar wel een hoopgevend verhaal. In Eys zijn ze ‘in voor duurzaam’. In wát? In Eys. Klein gehucht tegen de Belgische en Duitse grens. Met kleren en met vlees…

De foto die u hier ziet, is van Eyserhalte. Een winkel met levensmiddelen die veelal afkomstig zijn van kwekers, telers en andere agrariërs in de omgeving. Oké, laat de wijn uit Frankrijk komen en de koffie uit Ethiopië. Het is een foto van Erik Hemmes, uit FoodPersonality oktober 2016 (bekijk hier de hele reportage nog eens).

In de serie over ‘veranderingen in dorpen’ in de krant NRC Handelsblad kwam afgelopen week een bijzondere reportage voorbij. Twee ondernemers die duurzaam te werk gaan – en dus hogere prijzen vragen – houden het hoofd boven water. Terwijl iedereen in hun vrienden- en kennissenkring zei: waar begin je aan?

Nou even terug naar ‘onze perceptie, in onze sector’… Een Marqt slaagt alleen in de Randstad. En dan niet in De Kwakel of De Rijp, om maar eens twee kleine kernen in die Randstad te noemen, nee, in de grote steden en anders niet. Dát, is de perceptie van duurzame levensmiddelen verkopen, met bijzondere kwaliteitsclaims of de claim van regionaliteit en kleinschalige leveranciers.

Je laat het maken rondom een dorp, maar je verkoopt het in de grote stad. Want alleen dáár is het hoogopgeleide en welvarende publiek dat genoeg verdient om geld daaraan uit te geven. In de dorpen ver weg van de steden is men niet bezig met dat soort keuzes. Geen geld, of als er wél flink geld is, vindt men het onzin om aan duurzaamheid extra geld uit te geven. Net als aan mooie kleding of sjieke restaurants. Plattelandscultuur = andere cultuur, en geen extra cent naar een mooiere wereld, zoiets…

Natuurlijk wel een Mercedes op het erf van de boerderij. Omdat-ie veel kan. Maar geen ‘smaakvolle’, laat staan, ‘trendy’ Mercedes.

Astrid Decker heeft in die reportage van NRC Handelsblad een kledingwinkel in Eys. Eys: zo’n 1.700 inwoners, merendeels in het dorp zelf, maar ook verspreid over het heuvelland daar in Zuid-Limburg. En haar winkel, met uiteraard best dure kleren, want duurzaam, draait nog steeds. Niet zonder moeite, dat geeft ze grif toe. Maar het draait. Eerst waren er vooral toeristen. Uit Duitsland. Of dagjesmensen uit Maastricht (hoogopgeleid, natuurlijk). Maar gaandeweg zijn ook de Eysenaren haar kledingwinkel binnengelopen. En omdat ze met de opening van haar kledingwinkel eigenlijk weer een beetje terug op haar geboortegrond kwam (niet Eys, maar het naburige Ransdaal), heeft ze een verbintenis met die inwoners (klanten) kunnen aangaan.

In dat naburige Ransdaal (net iets meer dan 900 inwoners) is ene Zef Soogelee alternatief aan het boeren. Vlees, maar dan anders dan het vlees dat iedereen koopt. Tachtig vleeskoeien. Negen maanden weidegang. Het soort? Een kruising tussen ‘Belgische witblauwen’ met Blonde d’Aquitaine en Parthenais. Zijn onderneming is energieneutraal. Voer voor een deel van eigen land en voor een ander deel van naburige bedrijven, geen soja van Bolsonaro, zogezegd. Zijn bedrijf? ‘Hemels Vlees’. En het verkoopt, in het dorp en in de omgeving van het dorp.

Duurzaamheid op het platteland. Groot is het nog niet. Maar het bestaat. Het is mogelijk. En dus hoopgevend.