Eindejaarsperikelen: wie lijdt er het meest?

0
Leestijd: 4 minuten

Het is nog maar net november, maar inkopers van supermarktketens en verkopers van levensmiddelenfabrikanten lijken zich al op te maken voor een lastige periode. Althans, dat zou je kunnen opmaken uit een artikel van Het Financieele Dagblad over fabrikanten en food retailers en prijsstijgingen. Retaileconoom Sebastiaan Schreijen van Rabobank meldt dat onderhandelingen die al moeizaam verliepen, er niet makkelijker op worden. “Als de voorgestelde prijsverhogingen nog eens 10% tot 20% bedragen, lijkt het me evident dat de onderhandelingen spannend worden”, aldus Schreijen.

Maar ook directieleden uit de supermarkthoek komen aan het woord. “We zien dubbele cijfers bij alle producten waar bijvoorbeeld granen en suikers in zitten”, aldus Joris Beckers van Picnic. En directeur Aart van Haren van Vomar zegt: “In heel veel productcategorieën krijgen we dubbelcijferige prijsverhogingen voorgesteld.” En, zo zegt de krant zelf, andere supermarktdirecteuren bevestigen dat beeld.

Trouwens, de timing van de krant mag prima zijn, maar we weten ook dat ingrijpende gesprekken dit jaar niet uitgesteld worden tot de ‘eindejaarsgesprekken’. Zo zei Joost Houben (commercieel verantwoordelijk voor Unilever Nederland) in FoodPersonality-editie juli/augustus al: “het is net of we nu voortdurend jaargesprekken hebben”.

De krant verwijst ook naar de eerste perikelen op dit vlak, A-merkartikelen die begin dit jaar een tijd lang uit de schappen waren. En toen was ‘Oekraïne’ nog niet eens aan de orde. Volgens Schreijen (Rabobank) hebben supermarktbedrijven een tijd lang de prijsstijgingen deels voor lief genomen en die stijgingen niet altijd of niet helemaal aan de consument doorberekend. Maar, zegt hij: “Daar is de rek nu wel uit.”

Een directielid van een supermarktketen, die anoniem wil blijven, legt uit dat een slecht onderhandelingsresultaat met een leverancier niet snel weggewerkt kan worden. “Nu kan het zomaar 5% schelen. Die achterstand tikt jaar op jaar door. Misschien heb je er wel tien jaar last van.” En, zo laat hij weten, hij heeft ‘zijn onderhandelaars’ extra getraind. Ook die opmerking komt ons vreemd over: stel, je doet een keer een deal en naderhand kom je erachter dat dat een slechte deal is. En dan heb je geen mogelijkheid om dat zo snel mogelijk vlot te trekken? Terwijl jouw concurrenten dan jarenlang betere condities hebben?

Beckers (Picnic) zegt begrip te hebben voor gestegen grondstof- en energieprijzen. Maar de recente winstcijfers van grote A-merkartikelfabrikanten maken hem wantrouwend. Hij wijst op levensmiddelenfabrikanten die in hun rapportages melden dat ze hun prijzen met zo’n 10% hebben weten te verhogen. “We vermoeden dat zij, met dank aan hun marktmacht, niet alleen de kosten doorberekenen. Hoe maatschappelijk verantwoord is dat?”

Deze vraag van Beckers is sowieso opmerkelijk. Je zou kunnen stellen: in een tijd waarin de consument het moeilijk heeft, zou je dat maatschappelijk onverantwoord kunnen noemen. In de zin van ‘nog meer mensen afhankelijk van de Voedselbank’. Maar je kunt ook volhouden dat van veel levensmiddelenartikelen de consumentenprijs jarenlang lager is geweest dan-ie zou moeten zijn, zoals de aanhangers van ‘true price’ geregeld verklaren.

Vomar-directeur Van Haren vreest net als Beckers dat fabrikanten de situatie gebruiken om winstmarges te verbeteren. “Zij willen veel minder dan leveranciers van huismerken en versproducten uitleggen waarop zij hun prijsstijgingen baseren.”

Het Financieele Dagblad heeft ook de FNLI, de koepelorganisatie van Nederlandse levensmiddelenproducenten, om een reactie gevraagd, maar het antwoord is bekend voor wie wat meer thuis is in de sector: de FNLI mengt zich nooit in die discussie.

Van Haren (Vomar) ziet dat fabrikanten met wie een onderhandeling over prijsstijgingen is stopgezet, daarna hun artikelen bij Lidl of Action leveren. “En daar liggen ze dan voor lagere prijzen in de schappen dan waar wij over spreken. Ik kan dat niet los zien van de discussies die deze merken (bedoeld worden; de leveranciers van die merken, red.) met retailers hebben. De fabriek loopt immers door. Dan moeten leveranciers op zoek naar andere afzetkanalen.”

Bij die opmerking kan de boodschap twee kanten uit. Ofwel de Vomar-directeur heeft er kritiek op dat die merken opeens bij de discountconcurrent voor een lagere prijs te koop zijn. De boodschap: ‘leverancier, je benadeelt mij.’ Of je kunt eruit opmaken dat hij fabrikanten daarvoor waarschuwt, omdat het dan met die winstmarge voor die fabrikanten nog erger gesteld is. De boodschap: ‘leverancier, je benadeelt jezelf.’

Hoe zat het ook alweer? Begin dit jaar boycotte Albert Heijn bijvoorbeeld een tijdje artikelen van Nestlé (o.a. KitKat, Maggi, Nescafé en Starbucks) en van Van Geloven, Jumbo boycotte de artikelen van de merken Kellogg’s en Pringles van leverancier Kellogg’s. Maar andere formules hadden ook zo hun gaten in de schappen. In België verkocht Colruyt een tijd lang geen producten van Ferrero en Mondelez en in Duitsland was Edeka even klaar met PepsiCo en L’Oréal.
En inderdaad, het moet gezegd worden, Unilever, KraftHeinz en Coca-Cola maakten onlangs goede resultaten bekend. Die drie kwamen onlangs voorbij met kwartaalcijfers.

Maar ja… de eerste resultaten volgens de jaarlijkse Quote-500? Jumbo-‘pater familias’ Karel van Eerd zag volgens dat blad zijn vermogen met 7,4% stijgen, tot € 2,9 miljard. En het vermogen van Vomar-eigenaar Cees Zwanenburg steeg volgens Quote met 16,7%, tot € 350 miljoen. O, het zij iedereen gegund, zulke bedragen. Of je nu levensmiddelenfabrikant bent of supermarkteigenaar.

Wat ons echt vervelend lijkt, is dit: dat je ofwel bij een fabrikant met uitstekende concernresultaten, ofwel bij een formule met een alsmaar meer vermogende eigenaar werkzaam bent en het gevoel hebt dat je door de voortgaande inflatie zelf onderbetaald wordt, maar dat je wel die nare gesprekken over prijsstijgingen moet voeren om de onderste 0,0001 cent. Of – zeker zo vervelend – dat je tijdens zo’n onderhandeling over die onderste 0,0001 cent iemand tegenover je zit van wie je bijna zeker weet dat-ie tien keer meer verdient dan jij.