Én eenzaam, én heel erg op de ander letten

0
Leestijd: 4 minuten

Eenzaam zijn we. En tegelijk houden we ‘de ander’ enorm in de gaten. De ander wordt verantwoordelijk voor ons geluk, terwijl we op onszelf zijn. Aldus NRC-columniste Floor Rusman.

O, wat een empathische tijd was dat, die maart. Dat zomaar veel mensen op balkons voor alle mensen uit de zorg stonden te applaudisseren!
En: allerlei ‘(trend)watchers’ hadden het over ‘het nieuwe normaal’ en schreven of zeiden in media iets als ‘mensen gaan anders kiezen in het nieuwe normaal’. Veel te hooggegrepen! De meeste mensen willen gewoon terug naar het oude normaal, punt uit. Die ‘innoveren zichzelf niet’. Die weten niet eens wat dat is.

En die paradijselijke empathische grondhouding hield het ook niet lang: we gaan niet opeens in collectief verband maanden- of jarenlang heel veel van elkaar houden.
En zo bleek het ook te gaan. Het land viel uiteen.

Zoals in de Gouden Eeuw, tussen rekkelijken en preciezen. Nou, voor degene die dat op grond van zijn gezindheid allang weet en voor degene die tijdens zijn middelbareschooltijd zijn geschiedenisboeken thuis bij het huiswerk tegen de muur gooide; we houden het kort. De rekkelijken, dat waren de Arminianen, die vonden dat de mens tijdens zijn leven nog extra airmiles kon verdienen. ‘Ethische’ airmiles, welteverstaan. En je had de Gomaristen, die ervan overtuigd waren dat de mens zozeer ‘gepredestineerd’ was dat hij bij zijn geboorte al voorbestemd was voor ofwel hemel, ofwel vagevuur, ofwel hel. Wat-ie verder ook zijn verblijf op deze aarde deed. Wie iets goeds deed, deed dat omdat god hem of haar zo ‘gemaakt had’.
Die rekkelijken en preciezen, die kwamen we de laatste maanden overal tegen.

‘Het is niks anders dan een griepje!’ De rekkelijken.
‘Wat? Je bent naar binnen gekomen zonder je handen te desinfecteren?’ De preciezen.
‘Samen!!’. We komen er sámen doorheen!

Den Haag… Op de wand achter Mark Rutte en Hugo de Jonge (sinds Rutte weet dat Klaas Dijkhoff hem niet gaat opvolgen, tovert hij telkens nieuwe doventolken uit zijn hoge hoed).
AH… In de nieuwste brief van AH-directeur Marit van Egmond; ‘samen komen we erdoorheen’.
Bezweren, ‘nudgen’, ‘deëscaleren’ zonder politie.
Niemand staat nog op z’n balkon in z’n handen te klappen.
Den Haag… CDA’er Pieter Omtzigt werd ruim een maand geleden voor de poort van de Ridderzaal gemolesteerd door ‘coronawaarheid’-demonstranten.
AH… In Callantsoog, vlakbij dat drukbezochte strand, kreeg afgelopen zomer die AH-franchiser daar een kistje sinaasappels naar zijn hoofd geslingerd.
Van kwade klanten. Kwaad omdat niet meer dan één iemand hun groep naar binnen mocht.

Rekkelijken, preciezen… maar altijd als je zo’n indeling maakt, zijn er best wel wat mensen die daar weer ‘zo’n beetje tussenin zitten’. Yuppie of niet-yuppie, hipster of niet-hipster, extreem rijk, straatarm… In het ergste geval: bijna 17 miljoen Nederlanders.

Neem nou ondergetekende zelf, die afstand houdt van andere klanten bij de plaatselijke AH – is die FoodPersonality-schrijver een AH-fan? Nee. Die FoodPersonality-schrijver woont in een plaats met een AH en een Plus en de club van Marit en de club van Duncan mogen aan zijn keukenblok en in zijn koelkast om de week een thuiswedstrijd spelen; eerlijk verdeeld, gelijk speelveld – en ik heb er een ‘var’ bij: de kassabon.

Maar dit was dus in die AH. We vertellen het maar zoals Ronald Koeman altijd praat, nooit ‘ik’, maar altijd ‘je’, ‘veralgemeniserend’ (wat laf, zeg). Je houdt aan de kassa met je winkelwagen vóór je goed afstand van de man vóór jou in de rij. Sterker nog, de man vóór jou in de rij denkt dat jij een ‘rekkelijke’ bent, en dus houdt zijn winkelwagentje ‘achter zich’, zodat er meer dan anderhalve meter afstand is. Hij bang voor jou, jij iets minder voor hem, zoiets. Wat je zelf dan weer overdreven vindt van hem. Maar dan komen er opeens twee jongemannen met wat boodschapjes achter je, en omdat je al zo ver van die man vóór je staat, en die twee mannen samen maar één mandje aan boodschappen hebben, dan… ze leggen meteen hun artikelen op de band – maar de band is niet meer lang genoeg en dus staan ze zonder dat ze erop letten al uitpakkend op een afstand van pakweg 30 cm in jouw nek te hijgen. Met z’n tweeën.

Twee zeer rekkelijken (‘wij kijken nergens naar, allemaal gezeik’) achter je, één precieze voor je… ‘clowns to the left of me, jokers to the right, here I am – stuck in the middle with you’ (Ken je wel. En anders, zoek maar op: Stealers Wheel.)

NRC-columniste Floor Rusman heeft een veel mooiere gedachte over hoe we nu in het leven staan. Sinds eergisteren is er weer wat van ons gedroomde leven afgenomen. Geen sport meer, cafébezoek, nee, zomaar bij toeval onbekende mensen ontmoeten, nee, ‘teruggedirigeerd’ naar het op jezelf zijn zoals afgelopen voorjaar.

Eenzaam, noemt Rusman dat, in navolging van schrijfster Noreena Hertz. Elk online-contact is een echt contact minder. Elke Micosoft Teams-meeting is een echte bespreking minder. “Corona duwt ons volgens Hertz nog verder de neoliberale tunnel in. Ieder achter zijn scherm, ieder voor zich.”

Maar, Rusman wijst ook op iets wat in opkomst is, wat daaraan tegengesteld is: we letten wel veel meer op ‘de ander’. Het is weliswaar ‘ieder voor zich’, maar we monitoren de ander, we proberen zo goed mogelijk waar te nemen hoe de ander zich gedraagt. Want die ander is een mogelijke bedreiging. En we oordelen ook over dat wat we niet eens met eigen ogen zien. “Als studenten blijven feesten, kan ik straks geen kerstdiner geven. Als arbeidsmigranten op elkaars lip zitten, moet ik thuiswerken. En andersom: als ik te veel mensen in mijn huis uitnodig, ligt er straks iemand extra op de IC.”

We hadden in de sector – en in alle sectoren die geld verdienen aan de consument – al ‘de calculerende consument’, maar nu blijkt er zoiets als een ‘calculerende burger’ te ontstaan, die zichzelf rekenschap geeft van zijn dagelijkse besluiten, maar net zozeer van de dagelijkse besluiten van alle anderen.

Een waterbedeffect van waardering en verwijt: wie helpt mij aan die kant van het bed met extra eenzaamheid, zodat aan mijn kant van het bed straks wat extra vrijheid van de overheid voor mij omhoogbobbelt?

Dat wordt nog wat als we elkaar straks weer in de AH of de Plus aan de kassa staan. Een eenzame precieze voor me, twee gezellige rekkelijken in mijn rug. Die vóór me vindt mij een onverantwoord iemand. Die twee achter me vinden me een zeiksnor.
En daar komen wij samen doorheen.