Van ‘er is genoeg!’ naar ‘problemen voedselproductie’

0
Leestijd: 3 minuten

‘Er is genoeg te eten!’, dat riep Jan en alleman binnen en buiten de supermarktsector toen de hamsterwoede zich deed gelden. Dat was om de paniek te bezweren. Maar inmiddels is nu zelfs het NOS-journaal van acht uur met het item gekomen dat de voedselproductie in Europa in gevaar komt.

Zelfs Mark Rutte riep het in een van zijn persbijeenkomsten, weken geleden, en hij was niet de enige, want daarvóór riepen bestuurders in de sector (CBL, AH, fabrikanten etc.) dat ook. En dat is begrijpelijk. Zicht op een productie-uitval van de levensmiddelenindustrie was er nog niet en in de agrosector ook niet. Alleen, de vraag overschreed het aanbod ineens ruimschoots. Een week geleden publiceerde NRC Handelsblad een reconstructie; het kabinet zou zozeer in z’n maag hebben gezeten met die hamsterwoede dat het een rantsoenering overwoog.

De supermarkten zouden uiteindelijk er van alles aan gedaan hebben om dat te voorkomen. Helaas, de mensen die in dat artikel naar voren komen, zijn allen anoniem (op Mark Rutte en voormalig minister Bruno Bruins na).

In FoodPersonality beschreven we al dat in Duitsland het patroon van zulke persbijeenkomsten anders was: bondskanselier Angela Merkel was uiteraard geregeld op tv, maar er was ook een persbijeenkomst met minister Julia Klöckner van Voedsel en Landbouw en in haar gezelschap de directeur van de Duitse tegenvoeter ons LTO Nederland. Om hetzelfde te doen: bij de burger de angst wegnemen voor een eventueel voedseltekort.

Maar wel met een waarschuwing voor de nabije toekomst: het is misschien op termijn nodig dat we meer mensen op de akkers en velden nodig zullen hebben. En dat zei kort daarop ook Marc Calon in interviews met kranten: zorg dat de grenzen openblijven, anders krijgen we aanvoerproblemen. En anders komen die Polen ook niet meer zomaar hierheen.

Wie op woensdagavond (29 april) het NOS-journaal van acht uur heeft gezien, weet inmiddels dat de problemen in de voedselproductie aan het aanzwellen zijn. In Nederland zijn jaarlijks zo’n 170.000 mensen nodig om te oogsten, in Duitsland zo’n 300.000 en in Italië blijken doorgaans zo’n 700.000 mensen jaarlijks dat oogst- en plukwerk te doen. En de zomer staat voor de deur. Met name in Italië zwellen de zorgen aan. De coronacrisis doet zich daar veel sterker voelen. Op dit moment is de regering-Conte aan het nadenken over een versoepeling van de illegaliteitswetgeving, zodat de vele illegale vluchtelingen in dat land (denk aan al die mensen die vanuit Afrika met een bootje de Italiaanse kust hebben weten te bereiken, die schrijnende beelden van de laatste jaren) in de komende maanden op die akkers gaan werken.

In Duitsland wordt nagedacht over vliegtuigverbindingen met Roemenië, om zodoende sneller aan landarbeiders uit dat land te kunnen komen als het nodig is. In dat Journaal-item komt ook een landbouwer uit Engeland aan het woord die niet meer weet hoe hij aan mensen moet komen. Het werk wordt in Engeland net zo goed als in Nederland en Duitsland voornamelijk door Oost-Europeanen gedaan, maar die zijn én door de coronacrisis, én door de brexit-ontwikkelingen grotendeels weer naar Oost-Europa teruggekeerd.

In Engeland verschijnen filmpjes uit de Tweede Wereldoorlog kennelijk nu op tv; van de vrouwen die tijdens die oorlog het werk in de landbouw van de mannen overnamen, omdat die mannen aan het front waren. Maar, zegt die boer, Engelsen gaan dit zware werk niet overnemen, zolang de Britse overheid mensen financieel ondersteunt die door de coronacrisis geen werk meer hebben. Het NOS-journaal meldt erbij dat van de oorspronkelijke landarbeiders in Engeland er nog maar een derde beschikbaar is.

Het eindigt toch ook weer met een bezwerende opmerking: Nederland zou hier minder last van hebben omdat ‘wij’ vooral exporteur zijn. Daar stel je de landbouwer en veeteler niet mee gerust: export of niet, het moet hoe dan ook van het land af. Bovendien, Italië exporteert net zo goed.