Food-markt-hal

0
Leestijd: 2 minuten
Markthallen en foodmarkten zijn in opkomst, of in zekere zin terug van weggeweest. In het buitenland zonder meer, maar nu ook in Nederland. Eigenlijk zien we nogal wat begripsverwarring, want de woorden foodhal, markthal en foodmarkt worden door elkaar gebruikt. Eigenlijk bepalen de naamgevingen van de bestaande foodhallen, foodmarkten en markthallen de betekenis ervan, zoals de Foodhallen in Amsterdam, Jumbo Foodmarkt (in Breda, A’dam en Veghel) en de Markthal in Rotterdam.
Je zou eigenlijk een strikter onderscheid in die begrippen en naamgeving willen zien. Dat zou dan zijn: een foodhal is een ruimte met verschillende horecazaken onder één dak (jaren geleden werd er ook het woord ‘foodcourt’ voor gebruikt), een markthal is een ruimte met verschillende levensmiddelenzaken onder één dak en een foodmarkt is een marktachtige en daarom naar verhouding grote levensmiddelenzaak. Hét verschil tussen markthal en foodmarkt: de eerste is een verzameling van meer levensmiddelenondernemingen, de tweede líjkt een verzameling, maar is in feite één onderneming.

In de praktijk zie je uitzonderingen op deze begripsbepaling; een markthal bijvoorbeeld bevat soms horecavoorzieningen, denk aan de Rotterdamse Markthal.
De beste markthallen staan in Zweden, vind ik. In Stockholm zijn er maar liefst drie. Ze liggen niet eens zo ver van elkaar en toch zijn ze nog springlevend. De oudste en statigste, de Ostermalms Saluhallen, staat zelfs voor een grote restauratie. De Södermalmhallen en Hötorgshallen zijn minder luxe, maar hebben een fantastisch divers aanbod. De kracht van al deze hallen is juist de ‘blur’ tussen horeca en thuisverbruik bij elke afzonderlijke ondernemer.
Bij de koffiebrander kun je koffie ter plekke drinken, maar ook meenemen voor thuisgebruik. Vis proeven bij, en/of meenemen van de visboer, mezze proeven, en meenemen van de Turkse mezzespecialist et cetera. De eetplekken zijn daardoor klein en liggen verspreid door de hal, met als resultaat – als het goed is – sfeer, gezelligheid en geroezemoes. Er valt altijd iets te zien; is het geen product, dan zijn het wel de andere gasten, een terrasjesgevoel.
De foodmarkt wil graag de markthal imiteren, maar voor mij is er maar één bedrijf dat daar goed in slaagt: Eataly. Vorige maand heb ik de nieuwste bezocht: die in München, direct naast de openluchtvariant van de markthal, de Viktualienmarkt. Eataly heeft zijn foodmarkt ingedeeld in ‘specialiteitenspots’. Waar het product wordt verkocht, kun je het ook eten (retail en horeca bij elkaar). Je kunt op zo’n plek ook niets anders krijgen: dus voor vlees ga je naar slagerij, voor vis naar de visafdeling en voor antipasti naar de antipastibar. Precies zoals in een markthal. De horecapunten verschillen niet alleen door deze manier van aanbieden (vis bij de visafdeling en verder nergens etc.), ook is de uitstraling per horecapunt anders: van een snelle take-away, knusse statafels, bars waar je direct bij de kok in de keuken kijkt, tot formele zitplekken. En ook hier zorgt dat voor datzelfde geroezemoes en gezelligheid. En daarbovenop: altijd goede kwaliteit en goed personeel.
Authentieke markthallen blijven; ze zullen meegaan met de conjunctuur. De foodmarkt heeft zeker kansen, niet alleen Eataly, maar ook in het lagere segment. Maar: wie zijn foodmarkt tot een succes wil maken, moet de aantrekkingskracht van een markthal door en door willen kennen en begrijpen.