Frans Muller hoeft er zomaar nog geen winkels bij, nóg niet

0
Leestijd: 2 minuten

In een artikel over de gevolgen van de coronacrisis voor de kantorenmarkt in Nederland in Het Financieele Dagblad komen ook twee bestuursvoorzitters aan het woord. Een van hen is Frans Muller, ceo van Ahold Delhaize. Meer thuiswerken is niet te vermijden, is zijn boodschap.

En ergens ziet hij het ook als gewenst. Niet dat ze vooral thuis werken en nog nauwelijks op de zaak komen, maar een mix van thuis en op kantoor op een manier die hun de beste balans tussen werk en privé biedt. “Dat hoor ik vooral van jonge mensen: ze kunnen nu nog even een kind naar de crèche brengen en een was tussendoor doen. Het is nog iets te vroeg om te zeggen: we gaan twee etages inleveren.”

Dat geldt al helemaal niet voor de medewerkers in supermarkten en dc’s. Ahold Delhaize blijkt een werkgroep te hebben gevormd die kijkt naar ‘wat de manier van werken na covid-19 wordt’, wat dat voor de onderlinge samenwerking en voor het sociale aspect betekent.

Maar: Muller wijst er ook op dat als de anderhalvemeterregel lang van kracht blijft, er ook nagedacht zal moeten worden over de indeling van winkels. Bijvoorbeeld: de breedte van de gangpaden. Of de manier hoe nu een winkelwagentje moet worden gepakt.

Grote gevolgen voor de onroerendgoedmarkt ziet hij nog niet meteen voor zich, als het om winkels gaat. Winkelruimte is immers volgens Frans Muller nog steeds niet makkelijk te krijgen. “Je kunt niet zomaar tien nieuwe supermarkten openen in Amsterdam of zeggen; ik pak er een etage bij. Dat kost jaren tijd.”

Dat laatste zal zeker zo zijn. Van de andere kant, hoe groot zal de leegstand nog worden als we al sinds maart aan één stuk door horen hoe slecht het de winkels vergaat. In de laatste weken… in de VS is het roemruchte Brooks Brothers al bijna in andere handen, in België blijkt FNG niet meer te redden, in Engeland zien we forse ontslagrondes bij Marks & Spencer en warenhuis Debenham. En terzijde: in ons land moest opeens de Bijenkorf in Amsterdam dicht. Niet vanwege gebrek aan verkoop, maar vanwege coronabesmettingen.

Leegstand kan ook ontstaan doordat veel horecavestigingen het niet overleven als het coronavirus nog lang zal aanhouden. Dan zijn heel wat onroerendgoedeigenaren maar wat blij met een verzoek van Albert Heijn en collega’s. Die dus – in de visie zoals Frans Muller dat uitspreekt – juist meer ruimte nodig hebben. Vergelijkbaar met maanden geleden, toen Sligro-groothandels open waren voor particulieren, alleen maar om te zorgen dat er veel vierkante meters food in Nederland beschikbaar waren.

Maar ja, een beeld van over acht jaar met 40% van voormalige detailhandel en horeca inmiddels omgebouwd tot supermarkt, dat klinkt toch ook niet fijn.

Maar ook tegenover het schrikbeeld van een uitstervende detailhandel staat weer een ander beeld. Het Financieele Dagblad berichtte een week terug over de ‘Conjunctuurenquête Nederland’ van het VNO-NCW. Daaruit bleek dat onder ondernemers het vertrouwen zeer laag is. Behalve: bij ondernemers uit de detailhandel. Raar? Enerzijds wel, daar zitten immers ook modezaken bij, die nauwelijks nog klandizie over de vloer krijgen. Anderzijds: supermarkten en ook flink wat formules op het gebied van woninginrichting, keukenknallers en doe-het-zelfzaken. Die maakten een opleving mee met al die mensen thuis.

Voorbehoud: de resultaten waren van eind juli. Toen de zorg over een tweede coronagolf nog niet zo speelde.