‘Fygitale retail’: goh, die hadden we nog niet gehad

0
Leestijd: 3 minuten

Het is eigenlijk niet meer dan een oproep om ergens aan mee te doen. RetailDetail roept op om een schermsessie bij te wonen. Een van de onderwerpen heet ‘fygitale retail’. Alsof we nog niet genoeg woorden hadden als ‘shopper’, ‘omnichannel’ of ‘customer journey’. Fygitale retail is retail die zowel fysiek als digitaal de consument – nee! de shopper! toch? – verleidt om ergens op in te gaan.

‘Fygitale retail’ is een term die…ja, die wát eigenlijk? Het gaat om een consumentenbenadering… er is corona en er ontstaat dus een groter zwaartepunt om de consument digitaal te benaderen, want die zit zoveel mogelijk thuis. Niet omdat hij dat wil, maar meer omdat de regering hem en haar daartoe oproept – of dat nu in Nederland of in België zo is. En dus is ‘beleving’ in een winkel slechts een nauwelijks voorkomend verschijnsel.

‘Beleving’ is vooral digitaal. Maar niet voor supermarkten, want daar komen nog veel klanten. En – inderdaad, sinds gisteren – er zijn in Nederland afhaalmogelijkheden bij ‘niet essentiële’ winkels.
Fygitaal is een combinatie van fysiek en digitaal. Niks mis mee als je dat vanuit retailmanagementjargon wilt omschrijven. En het is ook te begrijpen dat je daar een term voor wilt gebruiken.

Maar die hadden we toch al? Omnichannel. Toch?
Maar goed, nou blijken we ene Karel Demeester , ene Sarah Steenhaut en ene Jan Callebaut te hebben die daar in een onlangs gepubliceerd boek een ander woord voor meenden te moeten gebruiken, ‘fygitaal’. En daaruit ontstaat dan fygitale retail. Dat doen zij in een boek met de titel ‘Act human’.

En zij presenteren hun bevindingen op een schermbijeenkomst die… ‘RetailDetail Fygital Congress’ heet? Nee., de bijeenkomst wordt gewoon ‘RetailDetail Omnichannel Congress’ genoemd. Niks fygitaal, gewoon omnichannel.

Wat zou het toch fijn zijn als dat soort opeenvolging van nieuwe termen, die niet meer omvatten dan oude wijn in nieuwe zakken, gewoon niet in de supermarkt- en /of detailhandelssector bestonden. Al is het maar om alle management-lelijkheid uit die sector te weren, te bestrijden.

‘Fygitaal’ is enerzijds fysiek, van ‘fysieke retail’, en anderzijds ‘digitaal’. Nou ja, twee kanalen, in de winkel en op internet. En daar hadden we toch al ‘omnichannel’ voor, ja-toch-niet-dan?
Alsof omnichannel niet al erg genoeg is.

In plaats van ‘fygitaal’ zouden we ook ‘disiek’ kunnen zeggen. ‘digitaal’ en ‘fysiek’. Of desnoods ‘digisiek’, alsof je via internet nog een griepprik moet halen.

Het ellendige van dat soort consultants is dat ze een sector volproppen met nieuwe woorden als fygitale retail, die dan graag door ‘early adopters’ (mensen die wél zo’n congres of schermcongres hebben bijgewoond) worden gebruikt om te laten zien ‘kijk, ik kan met dit woord omgaan’, een soort ‘begrippensnobisme’ binnen de sector zelf.

En dat dat in onze sector plaatsvindt, is een stilistisch minpunt in de sector. Nouja, het zal in elk sector voor kunnen komen.
En het is ook een minpunt als het gaat om gelijkwaardigheid: kijk mij, een woord gebruiken dat nog bijna niemand gebruikt… Kijk mij, hoe ik laat zien dat ik er wél bij hoor en jij kennelijk nog niet…’

Fygitaal is een term die niet alleen – subjectief gezien – spuuglelijk en het vermijden ervan stilistisch aanbevelenswaardig is, het is ook een term die de ongelijkheid van mensen in dezelfde sector in de hand werkt – uitgeoefend nota bene door de mensen die de term wél gehoord hebben, en ‘m nabrabbelen.

Taal als acceptatie van de een en afkeuring van de ander; even hard uitgedrukt: ongeveer zoals Boeddhistische Myanmaren de moslim-Rohingya het land uit konden jagen. Maar dan op basis van ‘what’s hot in retail?’. Niet inclusief, maar exclusief.
Het boek heet ‘Act human’. Handel op een menselijke wijze. Het verzinnen van weer een nieuw buzzword is het tegengestelde van een humane handeling.