Hoe de ene sector de andere de das omdoet tijdens corona

0
Leestijd: 2 minuten

Afgelopen dinsdag hebben Mark Rutte en Hugo de Jonge verklaard dat er voorlopig geen versoepeling van de coronamaatregelen aan zit te komen. Sterker nog, op 22 december komen Rutte en De Jonge met nieuwe informatie, en de premier liet duidelijk weten dat als de besmettingscijfers tegen die tijd niet naar beneden zijn gegaan, er zelfs extra beperkingen bij kunnen komen, zoals het sluiten van parkeergarages.

De horeca heeft al zo zwaar. Maar waar komt dit nu door? Door de omzethonger van de non-foodretail – de drukte in de winkelstraten van Black Friday en Sinterklaas. En met een beetje fantasie kun je stellen dat de non-foodretail de horecasector de das om heeft gedaan.

Dat sectoren met elkaar concurreren, dat is al zo oud als, nou, niet als Metusalem, maar in elk geval zeker sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Drogisterijen verkopen snoep, supermarkten verkopen paracetamol, de pompshop verkoopt belegde broodjes en het ontbrak er nog maar aan dat de horecasector benzine verkoopt, supermarkten verkopen vakantiereizen (Aldi bijvoorbeeld, maar sinds de corona zie je dat niet meer), Hema verkoopt notarisakten… hoe dan ook, iedereen concurreert met iedereen en de komst van internet heeft dat alleen maar verhevigd.

Nieuw is dat een sector door middel van overheidsmaatregelen een andere sector kan treffen. De horeca had gehoopt dat de regering afgelopen dinsdag maatregelen zou versoepelen, maar zolang de daling van besmettingen niet doorzet, zat dat er niet in. In bijvoorbeeld het NOS-Journaal wees RIVM-functionaris Aura Timen (de vrouw die de laatste tijd nog vaker op tv uitleg geeft dan directeur Van Dissel zelf, omdat zij ook secretaris is van het Outbreak Management Team) al op de beelden van drukke winkelstraten in met name de afgelopen twee weekends. Rutte herhaalde dat nog eens in een Tweede Kamer-beschouwing gisteren.

Nou moeten we erbij zeggen: het zijn natuurlijk de consumenten zelf die elkaar besmet hebben op hun strooptocht langs allerlei winkels, op zoek naar cadeautjes ‘voor een ander of voor jezelf’. Inderdaad. Maar het zijn natuurlijk veeleer de enorme kortingen en andere verleidingstactieken van de non-foodwinkeliers, die zelf in hun winkels hun coronaregeltjes goed op orde hebben (je moet er eens op letten hoeveel mensen in de media dat tussen neus en lippen over hun eigen bedrijf beweren, ‘bij óns is het allemaal goed voor mekaar, maar…’, om dan uit te halen naar iets heel anders), maar die niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de massale drukte in de winkelstraten zelf.

En dus kunnen we zeggen: horecamensen, klaag gerust bij de overheid, maar doe dat dan ook bij de non-foodretail in de straat naast en tegenover jullie. En we kunnen ook zeggen: supermarkten, geniet de komende weken stiekem na van die recente omzethonger van die non-foodwinkeliers, want door hun toedoen gaat die kerstomzet in de supermarktsector nog hoger uitpakken dan al te verwachten was. De non-foodwinkelier die het uitgangspunt ‘eigen omzet eerst’ zo onomstotelijk gehanteerd heeft, zou eigenlijk verplicht moeten worden om z’n kerstmaal niet zelf te koken, maar af te halen bij een van zijn gedupeerde horecacollega’s.