Hoeveel dozen in het weiland willen we er nog bij?

0
Leestijd: 5 minuten

Kom op, doe het eens. Zeker in deze tijd van thuiswerken. Pak de auto. En: rij niet zelf! Laat je rijden, door je partner, door een vriend, vriendin, gezinslid. Plof je achterste in de bijrijdersstoel. Laat hem of haar de A4 of de A2 op rijden. En ga kijken, links en rechts om je heen. En tel. Tel ze.

Enkele weken geleden haalde een oproep van Wouter Veldhuis, lid van het ‘College van Rijksadviseurs’, Het Financieele Dagblad. Veldhuis pleitte voor een voorlopige stopzetting van de uitgifte van grond voor grote distributiecentra. Anders gezegd: laten we eens gaan tellen hoeveel vierkante meter dc’s en andere magazijnen en hallen we overal in het land hebben staan. En ook; laten we meten hoe hoog ze zijn. Want vierkante meters zijn in theorie tweedimensionaal en dus plat. Maar dc’s zijn toch echt driedimensionaal. Kijk maar naar de foto: het dc van Bol.com in Waalwijk (fotobron: Van Berlo Bedrijfsvloeren). Bovendien: het zijn niet de dc’s van techdetailhandelsbedrijven als Amazon en Alibaba, die het Nederlandse landschap verlelijken.

Die twee grootheden uit de VS en China doen dat niet eens. Althans, niet hier. Amazon heeft in ons land in juli een eerste logistiek gebouw in gebruik genomen, nabij Schiphol. Maar – nou ja, geen kleintje, hoor, daar niet van – dat is geen dc. Het is een bezorgcentrum. Het is met andere woorden een ‘dc voor bezorging’, als afgeleide van een echt dc. Een ‘subhub’. De dc’s van Amazon in o.a. Duitsland en Centraal Europa hebben wel wat andere vierkante en kubieke meters.

Alibaba heeft ook nog niks in Nederland staan, het grote dc van dat bedrijf voor een deel van Europa wordt, zoals het er nu naar uitziet, medio volgend jaar in gebruik genomen. Maar dan in Luik, niet in Nederland. Nederland was wel aan het pitchen om deze ‘klant’. Kwestie van: kabinet-Rutte III en ‘hoe houden we het bedrijfsleven te vriend?’, naast discussies over de afschaffing van dividendbelasting, naar aanleiding van de hybride vrienden Unilever en Shell.

Ook de ‘vooroplopers van e-commerce in eten en drinken’ zijn flink aan het bouwen: Albert Heijn en Jumbo. Geholpen door het andere consumentengedrag sinds de coronapandemie (meer e-commerce, meer thuisbezorging) hebben Albert Heijn en Jumbo de afgelopen tijd stevig doorgebouwd aan ‘fulfillment centres’ en ‘hubs’ of hoe ze ze dan ook graag willen noemen – kennelijk doorgaans zo Engels mogelijk (en dat Engels, dat bekt goed als je vindt dat je een techbedrijf aan het worden bent).

Deze week Albert Heijn nog. Het achtste ‘home shop center’ in Roosendaal. Geopend omdat? Omdat – zoals Albert Heijn het in een persbericht zegt: “Om de snelle groei op de online-markt in Nederland en België mogelijk te maken, opent Albert Heijn morgen het inmiddels achtste Home Shop Center (HSC) in Roosendaal. Het nieuwe HSC heeft een oppervlakte van 23.000 m2 en gaat 40.000 bestellingen per week verwerken voor klanten in België, Roosendaal, Bergen op Zoom, Zeeland en Breda.”

Wie de flitsbezorgers met hun ‘dark stores’ en hun busjes van leveranciers op de stoep voor zo’n winkelpand met een voorraadfunctie en het fietsgedrag van hun koeriers een aanslag op de ‘kwaliteit van leven’ vindt en daarmee zich afzet tegen disruptie, mag zich ook afvragen in hoeverre de traditionele partijen in de levensmiddelensector geen bijdrage leveren aan de verslechtering van levenskwaliteit. Want zeg nou zelf, Albert Heijn en Jumbo bouwen maar door.

We hebben bij dit artikel voor een foto gekozen van het dc van Bol.com, maar we hadden net zo goed een foto kunnen laten zien van de familie Van Eerd met veiligheidshelmen op bij bijvoorbeeld een zoveelste ‘e-fulfillment center’.

Logisch ook, dat blikveld van AH en Jumbo. Ze willen aan de ene kant niet dat Picnic ‘het nieuwe food-Amazon van Nederland’ gaat worden, laat staan dat ze door Amazon en JD.com weggevaagd willen worden, maar ze willen aan de andere kant juist zoveel mogelijk onderscheid ten opzichte van de vele Superunie-leden, die doorgaans met een boogje om e-commerce heen lopen. Wat dat oplevert, hebben we dit jaar gemerkt: Deen zegt nee tegen nieuwe logistieke investeringen en aan het eind van het lied worden de meeste Deen-supermarkten uiteindelijk Albert Heijn-supermarkten. En door telkens maar verder in e-commerce te investeren en door de consument ook daartoe te verleiden (die uiteraard totaal geen idee heeft over dit soort gevolgen bij de bestelling van het volgende topje of smartphonehoesje of grootverpakking wasmiddel voor een fluitje van een cent), is de kans eigenlijk des te groter dat de levensmiddelensector over een paar jaar bestaat uit Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi en het – dan nieuwbakken – fusiebedrijf Plus, dat tegen die tijd Coop heeft doorgeslikt. En wellicht nog een paar andere. Maar die paar andere zijn dan deels ook doorgeslikt door AH en Jumbo.

We zeggen hierbij uitdrukkelijk: dit is niet ‘het scenario’, maar wel ‘een scenario’. Meer dozen. Meer dozen ook van dezelfde partij. Er zit zelfs geen biodiversiteit in de vraag van wie die dozen zijn. Hoe meer dozen, ergo: hoe meer e-commerce, ergo: hoe meer dozen, het is een vliegwiel. En kijk, allemaal die consumenten die met hun auto naar een Poiesz, Nettorama, Boni, Jan Linders, Hoogvliet etc. rijden: is dat duurzaam? Is dat groen? Nee. Maar die dozen verder voortbouwen, is dat dan duurzaam omdat de marktpartijen die die dozen in bezit hebben beter kunnen plannen hoeveel brandstof er met e-commerce en een optimaal geplande ‘last mile’ verbruikt wordt? Dat is een vraag die een sector zichzelf zou moeten stellen.

Een tijdelijke stopzetting met het weggeven van grond voor grote dozen in het weiland… de suggestie van die meneer Veldhuis van het College van Rijksadviseurs. Het Financieele Dagblad van afgelopen woensdag komt terug op die oproep. De krant heeft iemand naar Venlo laten gaan, naar het ‘Trade Port Venlo’. Een plek waar termen als ‘supply chain’ en ‘dedicated logistics’ en wat dies meer zij hoogtij vieren – o, en soms heet dat gebied ook ‘Greenport’ (maar vast niet omdat het zo ‘groen’ is daar). ‘Greenport’ Venlo (welke lokale politicus heeft dat woord laten bedenken?) is inmiddels zo uit de kluiten gewassen dat inwoners van dorpen van twintig kilometer van Venlo vandaan zich ook beginnen te roeren. Het gaat om inwoners uit Horst en Sevenum, die nu in de gaten gaan krijgen dat de volgende doos niet meer zo ver van hun woonhuis gebouwd gaat worden.

De bezwaren zijn begrijpelijk. Weg uitzicht over het land. In plaats daarvan een bakbeest van 25 meter hoog. Want? Een inwoner uit Sevenum, die steeds meer activist aan het worden is, ene John van Dooren, vertelt dat. Het zou oorspronkelijk maximaal 15 meter zijn. Maar omdat gemeentepolitici ten overstaan van hun burgers ook economische successen moeten laten zien, blijkt het maximum van 15 meter hoogte opeens ‘bediscussieerbaar’ te zijn en staat er een bakbeest van 25 meter hoogte in de planning.
Het dc als de nieuwe varkensmegastal, daar komt er eigenlijk op neer. Maar dan zonder varkens.

In plaats daarvan: met Polen. Sorry dat we het zo zeggen. In Noord-Limburg (Venlo, Horst Sevenum etc.) werken ‘naar schatting zo’n 40.000 tot 60.000 ‘arbeidsmigranten’’. Nog een doos erbij en je hebt nog meer arbeidsmigranten. Want mensen uit eigen land hebben al een baan. Er is in die ‘tekort-economie van het coronatijdperk’ een schreeuwend tekort, overal.

Er worden plannen gemaakt voor die ‘dozenstad’ ten westen van Venlo, aldus de reportage uit Het Financieele Dagblad: “Er wordt ingezet op grootschalige huisvesting voor buitenlandse werknemers dicht bij de bedrijven. Alleen al voor Greenport zijn er zes huisvestingslocaties, met circa 2.000 plekken, waaronder het Labour Hotel in Sevenum voor 400 mensen.”

Sevenum’er John van Dooren wijst al op de massaliteit ervan. “Van integratie in de plaatselijke gemeenschap is geen sprake.” Dozen in weilanden. Mensen met wie andere bewoners geen contact hebben. De schepping van een parallelle samenleving. Lang leve de innovatie van tech en e-commerce. Go widde flo!

O ja, ook fijn: ik ga naar Amazon Go zodra ik er maar eentje in mijn buurt zal staan, want anders loop ik de kans dat een caissière iets tegen mij gaat zeggen en ik als beeldschermpjesautist kan daar totaal niet mee omgaan.