Kesbeke in de verdrukking tussen kostprijs en inkoperswens

0
Leestijd: 2 minuten

Afgelopen maandag zond omroep BNNVara het programma ‘Boven water’ uit, een reeks waarin kleinere familiebedrijven zijn gevolgd in de coronaperiode. Het gaat onder andere om een Zeeuws vissersfamiliebedrijf en een familie die een stomerij exploiteert in Amsterdam. Maar er doet ook een leverancier van het supermarktassortiment mee: het Amsterdamse Kesbeke. Ook een familiebedrijf. Dat levert ingemaakte augurken, zilveruitjes etc. aan de supermarkt, binnen een productgroep met een even ouderwetse als prachtige benaming: ‘tafelzuren’ (zie de foto voor een deel van het assortiment, fotobron: Kesbeke).

In het programma zien we de huidige eigenaar, Oos Kesbeke, onderhandelen met een inkoper of category manager van een formule. Het wordt niet bekendgemaakt welke persoon en welke formule. Bovendien zie je dat als kijker ook niet, want Oos Kesbeke overlegt met die inkoper via Teams, Skype of Zoom. Want: de makers van de documentairereeks filmden van juli 2020 t/m september vorig jaar. Het doel van de documentaire: laten zien met welke problemen kleinere familiebedrijven worstelen in de coronaperiode.

Opmerkelijk voor het geval Kesbeke is dat hij dan al tegen de problemen aanloopt die nu vast vrij veel fabrikanten hebben. De prijzen van allerlei kosten stijgen (grondstof, productie, energie, inkoop etc.), terwijl de inkoper Kesbeke voorhoudt dat een prijsstijging die Kesbeke wenst, niet door kan gaan. Omdat er ‘ergens in de markt’ een consumentenprijs wordt aangehouden waar die inkoper niet te veel van af wil wijken. En daarmee kan Oos Kesbeke niet de inkomsten binnenhalen die op dat moment voor de continuïteit van zijn bedrijf (hij is ‘de derde generatie’) wel erg nodig zijn, althans, in de ogen van Kesbeke.

Het is opmerkelijk omdat Kesbeke aan de supermarkt levert en je zou zeggen: prima, want dat was tijdens de lockdowns bijna de enige soort winkels die openbleven en de consument kocht er meer dan vóór corona (horeca dicht etc, afijn, u kent de situatie van toen nog wel). Dus daar heeft hij goed bij geboerd, denk je dan. Maar de prijsstijgingen binnen de keten halen dat kennelijk onderuit. (Trouwens, zijlijntje, de uitdrukking ‘ergens goed bij hebben geboerd’ durven we na de behoorlijk gewelddadige en intimiderende protestacties van de boeren van de laatste dagen bijna niet meer te gebruiken.)

Het is ook opmerkelijk omdat Oos Kesbeke gewoonweg op tv een inkijkje geeft in de perikelen van een fabrikant in de onderhandeling met supermarkten. Dat doen er niet veel. Het zou best kunnen dat supermarkten hem dat niet in dank afnemen. Maar moedig is het wel. Oos Kesbeke verdient eigenlijk een pluim. Ook binnen de sector zelf.

We grijpen ook even terug naar FoodPersonality van afgelopen april. Over fabrikanten die niet meer goed weten wat ze moeten doen om de wensen van hun afnemers te honoreren. Daar gebruikten we een citaat uit NRC. Van diezelfde Oos Kesbeke: “Als ik een onderhandelingsgesprek met de inkopers van een supermarkt heb, slaap ik er twee weken van tevoren nauwelijks van.”

Maar de andere kant van dat ‘Teams-gesprek’ is ook te begrijpen. Gisteren werd bekend dat Plus de landelijke en Poiesz de regionale winnaar is van het recentste GfK-zomerrapport. Maar ook: dat de waardering van de klant van Dirk, Lidl en Nettorama is gestegen, alle drie formules met de nadruk op lage prijzen. Nee, makkelijke tijden zijn het nergens.