kijken, kijken, niks opsteken

0
Leestijd: 2 minuten

Londen, 26 september 2012. Een dag om even bij stil te staan. In een moordend tempo de stad door, met de focus ‘nieuws zien’. En dat was er. Een bevriende bankier wees al op het weer opkrabbelen van de Engelsen op financieel gebied. Dat zie je terug in de winkels. In de echte stadswinkels, welteverstaan. Zouden die in Nederland zijn, dan zouden ze mij niet meer in een grote supermarkt zien. Voor wie wil ervaren wat ik bedoel, moet op Gloucester Road eerst de kleine Waitrose binnenlopen en daarna even verderop de grote Sainsbury op Cromwell Road . Die laatste winkel voelt dan ineens heel vermoeiend. Niet omdat de Sainsbury een ouderwetse winkel is, maar het kost ineens veel te veel tijd om je boodschappen te vergaren. Te veel schappen, te veel keuze, te veel lopen.

Zo’n grote winkel verleidt niet meer, inspireert niet meer. Maar die kleinere winkels juist wel! Je bent als klant veel eerder bij wat je zoekt en hebt daarom nog ruimte in je hoofd over om op andere producten te letten, en die producten kom je gewoon tegen op weg naar de kassa. Waar ik zo onder de indruk van ben, is de sfeer van een Waitrose, Sainsbury Local en Marks & Spencer. Het licht, de kleur, de producten, de indeling… ik blijf het knap vinden hoe die Britse retailers dat hebben gedaan. En toch is dit raar. Je hoort het sinds jaar en dag: Nederlandse formulemanagers en andere retailers vliegen weer een paar dagen naar Londen om die van hun Britse collega’s te bekijken. Voor zo ver ik weet, vliegen ze al twintig jaar daarheen. Hoe kan het dan dat wat ik in die Londense winkels zie, niet in Nederlandse supermarkten te zien is? Gaan ze erheen en vinden ze het niks? Nee, dat is niet zo, want je hoort hen altijd met diep respect over de Britten spreken. Gaan ze voor niks naar die Britse supers dan?

Als je goed kijkt, is het helemaal niet zo moeilijk wat die daar doen. Het is anders denken. Vanuit eten, vanuit verleiden en daar de logistiek aan aanpassen. Het lef hebben om juist in de beperking te excelleren. De icoon voor de verandering in Londen is voor mij het bakje verse mango dat ik voor het ontbijt kocht. Het toegevoegde partje limoen verhoogde naast de smaak vooral de visuele aantrekkingskracht van het product. Het frisse groen met het felle geel. Maar ik zag dat ook in groentecombinaties: verschillende kleuren wortel in een zakje, maaltijdsalades gecomponeerd op kleur, aantrekkelijke versdisplays op kleur. Verpakkingen op kleur en op thema. Kortom, winkels die je vrolijk maken, waar je zin krijgt om lekker, maar vooral ook gezond te eten. Dat is namelijk de tweede opvallende trend: good food fast! Uitgedacht door de ketens Pret a Manger en Eat, maar heel goed begrepen en opgepakt door de supermarkten met als beste speler Marks & Spencer. Meesters in het volgen en vertalen van trends. En vooral de nieuwe winkels zijn een en al verleiding. Los van de warenhuizen als zelfstandig fenomeen en helemaal afgestemd op de omgeving. Mijn advies: werk als een trendwatcher: ga in de winkels staan, kijk naar de klanten, naar het keuzeproces en voel. Voel de kleur, voel de sfeer en laat de vooroordelen thuis. Want dat is voorwaarde voor vernieuwing.

Anneke Ammerlaan