De kletskassa van Jumbo straks op grote schaal

0
Leestijd: 3 minuten

Afgelopen maandag opende cco (‘chief customer officer’) Colette Cloosteman-van Eerd een zogeheten ‘kletskassa’ in een Jumbo in het Brabantse Udenhout. En meteen maakte Jumbo bekend: het doel is om binnen een jaar 200 kletskassa’s door heel Nederland te openen. Het startschot in deze week is passend: vandaag, 30 september, is de opening van ‘de Week tegen Eenzaamheid’. De Kletskassa (Jumbo schrijft ‘m met een hoofdletter) is er al sinds 2019. In een Jumbo in het Brabantse Vlijmen. In FoodPersonality maakten we er destijds een impressie van, met uitleg van instanties, nationaal, regionaal, lokaal, die de vereenzaming bestrijden van met name ouderen.

Cloosterman-van Eerd wordt in het persbericht ‘aanjager van de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid’ genoemd. Zij zegt in dat bericht: “Als familiebedrijf staan we midden in de samenleving. Onze winkels zijn voor veel mensen een belangrijke ontmoetingsplek en daarmee willen we een rol spelen in het signaleren en terugdringen van eenzaamheid. Dit doen we op verschillende manier, waaronder onze Kletskassa’s.” En in Distrifood zagen we een impressie van reacties op sociale media, en die reageerders vonden het allemaal een goed idee. De ‘kletskassa’ als symbool tegen de vereenzaming.

Maar eigenlijk is die kletskassa enorm in tegenspraak met wat een supermarkt is. Een supermarkt is geen winkel waar je naar binnen loopt en je je door personeel uitgebreid laat adviseren (denk bijvoorbeeld aan het kopen van een kostuum, of een auto of caravan, of nee, een camper, even in coronatermen gedacht). Een supermarkt is de ultieme anonimiteitswinkel. Niemand vraagt aan jou: ‘kan ik u van dienst zijn?’. (Sterker nog; non-foodwinkels als Action en Big Bazaar zijn opgetuigd als supermarkt en de Hema in zekere zin ook: je laat de klant zoveel mogelijk met rust, anders gezegd: ‘in z’n uppie’.) Je kiest de producten die je wilt hebben of nodig hebt, je rekent af, je beantwoordt de vraag of je aan actie zus of zo meedoet of niet… en je bent weer weg.

Je gaat ook naar die winkel omdat het moet en niet omdat je dat wilt: ‘ik moet nog boodschappen doen’ in plaats van ‘we gaan vanmiddag met z’n allen gezellig boodschappen doen’. Een supermarkt is een winkel vol klanten die daar zijn omdat ze er móeten zijn, de koelkast is te leeg geworden. En juist in dat soort winkels begint Jumbo de kletskassa uit te bouwen. Is dat fout? Nee, helemaal niet, wie zijn wij om de bestrijding van eenzaamheid te kritiseren? Alleen, het past zo weinig bij het wezen van een supermarkt.

Dat gaat des te meer wringen als je je een situatie aan de kassa concreet probeert voor te stellen. Een klant kletst met een caissière. En er staan achter die klant andere klanten. Hoe lang kletst die klant? Heeft de caissière er intern aanwijzingen voor gekregen hoe lang zij maximaal het geklets moet aanhoren? En daarna komt de eerstwachtende? Trouwens, bij Jumbo had je ooit: derde klant in de rij, dan boodschappen gratis. Als een garantie bij de Zeven Zekerheden, in de concurrentiestrijd. Nu is de kletskassa een wapen in diezelfde concurrentiestrijd. Het contrast kon niet groter zijn, even terzijde.

En wat is de waarde van het praatje eigenlijk? Zou ik als klant mijn diepste zieleroerselen tegen een caissière kwijt moeten? Of kunnen, of durven? Dat ik mijn hypotheek niet kan afbetalen? Dat ik in de schuldsanering zit? Dat ik een aandoening heb waar ik nooit meer van afkom? Dat ik verslaafd ben aan de wijn van de Jumbo, aan de tabak, dat ik verslaafd ben aan series of aan programma’s van Omroep Max? Dat mijn kinderen mij veel te weinig bezoeken? En dat sta ik daar dan allemaal breeduit te vertellen terwijl er achter mij nog vier anderen staan? Als dat niet aan bod komt, hoe helpt dan een nietszeggend praatje tegen eenzaamheid?

En wat vinden die andere vier dan? Stel, je bent vierde. Blijf je dan in die rij staan omdat je hoopt dat je over vijftien minuten een fijn kletspraatje hebt met die dame aan de kassa? Met nog drie wachtenden voor me? En van die drie vóór mij moet ik ook nog eerst ‘hunne klets’ aanhoren?

We proberen het ons voor te stellen. De kletskassa klinkt leuk, en vanwege de idealen die erachter zitten, zouden we ‘m vooral niet ‘kapot moeten schrijven’. Maar het blijft toch: wat moet je als klant met je geklets daar, op die plek, midden in die Jumbo? Wij wachten het even af of we ergens te horen of te lezen krijgen ‘sinds ik altijd bij de kletskassa afreken, voel ik me niet meer zo eenzaam’.

En anders wordt dat initiatief eerder iets waar de naam voor staat: kletskassapraat van Jumbo zelf. Maar laten we hopen van niet. (En we gaan dat vast nog ’s aan Jumbo vragen, hoor.) “Oma, hoe was je dag?” “O, heel fijn, want ik heb verder vandaag niemand gesproken, maar ik heb wel bij de Jumbo hier om de hoek drie minuten aan de kassa staan kletsen.”
In coronatijd vol lockdowns, avondklokken en andere vormen van isolement had-ie vast wat voor mensen kunnen betekenen. Maar ja, iedereen een mondkapje voor de mond, spatschermen ertussen, en aan het begin van de supermarkt een plakkaat met: ‘Kom alleen!’.