Een groots gebaar

0
Leestijd: 2 minuten

Waar zijn ze toch gebleven, de pioniers van de kruideniersbranche? Ik bedoel een Hoogvliet, een Van den Broek, of een Zwanenburg. Ja, waar ze uithangen weet ik ook wel: in een villa aan het Caraïbisch strand, of in een Zwitsers chalet. Maar ik bedoel het uiteraard overdrachtelijk. Waarom horen we toch zo weinig van deze pensionado’s aan wie we zo veel verschuldigd zijn? Waarom is er geen instituut dat hun naam draagt, of een opleiding, of desnoods een vergaderzaal?

 

Ik wil nu niet direct pleiten voor een Walk of Fame in Leidschendam, met de namen mooi uitgebeiteld in marmer en voorzien van een gouden ster. Maar iets meer historisch besef en respect voor de mannen die ons hebben gebracht waar we nu zijn, kan geen kwaad.

Misschien ligt het ook wel een beetje aan de pioniers zelf, bedacht ik me laatst. Tonen zij wel genoeg initiatief? Ik kwam daarop na het lezen van een interview met de Amerikaan Paul Steiger, de 70-jarige oprichter van non-profit newsroom ProPublica. ProPublica is een soort ANP van het verborgen nieuws. Een redactie van 35 man is dag en nacht bezig de feiten boven water te krijgen die managers en bestuurders proberen te verdonkeremanen. Over de gevaren van het boren naar schaliegas, bijvoorbeeld, of over verpleegkundigen die ernstige fouten maakten maar niettemin probleemloos elders weer aan de slag konden. De resulten van deze diepgravende onderzoeksjournalistiek – journalism in the public interest, noemen ze het zelf – worden gratis ter beschikking gesteld van media als The New York Times en ABC News.   

Onderzoeksjournalistiek is tijdrovend en daarmee duur, en wordt dan ook wegbezuinigd. Dat geldt in de Verenigde Staten en dat geldt in Nederland. Het verschil is dat onderzoeksjournalistiek in de Verenigde Staten in een lange traditie staat: muckraking, heet het daar, wat zoiets betekent als ‘drek’ bovenhalen. Een andere Amerikaanse traditie is de beoefening van de kunst der filantropie door de (super)rijken. Het zeer succesvolle ProPublica profiteert van beide tradities. Hun werk wordt namelijk geheel gefinancierd door een gefortuneerd ouder Amerikaans zakenechtpaar, dat daarvoor maar liefst 10 miljoen dollar per jaar overheeft. Zonder enige inhoudelijke zeggenschap: ProPublica is volkomen onafhankelijk.

Kijk, zo’n fenomeen kennen we hier niet, maar dat wil niet zeggen dat het niet uiterst welkom zou zijn, zeker waar het gaat om levensmiddelen. Want juist onze sector wordt structureel geplaagd door schandalen, die op zijn minst voor afbreuk aan reputatie zorgen, op z’n slechtst voor  miljoenen euro’s omzetverlies, en op z’n allerslechtst voor flinke schade aan de volksgezondheid. Denk aan hormonen, BSE, EHEC, paard, antibiotica, afijn: u kent de lijst.

Journalistieke foodwaakhonden die echt doorbijten zijn we helaas nog niet tegengekomen. Van de makers van programma’s als Keuringsdienst van Waarde of Kassa hoeven we het niet te hebben als het erom gaat complexe werkelijkheden uiteen te rafelen, dat voel je aan je water. Je twijfelt voortdurend  of daar nu sprake is van een journalistieke productie die ook bedoeld is om te amuseren, of van amusement met een journalistieke ondertoon. Het is infotainment, geen serieuze waarheidsvinding.

Dus kijk ik naar onze vermogende helden en zeg: kom op Leen, Jan, Cees! Tien miljoen is misschien wat overdreven, maar één miljoen moet kunnen. Investeer met een flinke jaarlijkse donatie in een nieuw op te richten anti-drekoffensief en maak jezelf onsterfelijk met een groots Amerikaans gebaar. Ik denk graag met jullie mee.

Frits Kremer