‘Landbouw moet niet intensiever, maar robuuster’

0

Twee weken terug lieten we iemand nog zeggen dat mens en dier elkaar te dicht genaderd waren en dat de samenleving weer meer ‘het lokale’ zou omarmen. vorige week klink het van ‘stop met dat dure lokale voedsel voor rijke westerse mensen, landbouw moet juist intensiever’. En daar hakt deze week weer een ander op in.

De Vlaamse filosoof Maarten Boudry (Universiteit Gent) en Hidde Boersma (o.a. co-auteur van het boek ‘Ecomodernisme. Het nieuwe denken over groen en groei’) hielden vorige week in NRC Handelsblad een pleidooi voor meer intensieve en efficiënte landbouw. Betaalbaar voor iedereen, ook in de arme landen. Anders dan die biologische landbouw en die lokale producen, die alleen voor, laten we zeggen, hoogopgeleide jonge mensen uit de grote steden betaalbaar zijn, omdat die in hun latere toekomst toch wel een stevige baan zullen krijgen.

Allemaal een discussie in genoemde krant en het houdt maar niet op. Afgelopen maandag wordt het vervolgd (zoals we vorige week al zeiden) met een ingezonden artikel van Michiel Korthals. Korthals is emeritus-hoogleraar aan de VU en aan de Universiteit van Wageningen, en verder schrijver van het boek ‘Deugden van de tafel’.

Korthals kritiseert de opvattingen van de twee anderen. Een efficiënte landbouw, zoals hier in Nederland de dominerende praktijk, zorgt weliswaar voor een grote export, maar de monocultuur vereist toch ook weer een grote import van weer andere gewassen. Maar volgens Korthals is het een veel ernstiger zaak dat onze landbouw van vandaag de biodiversiteit om zeep helpt. Geen kruidenrijke akkers, vogels die niet meer in Nederland verblijven. “Wereldwijd is er een duidelijk verband tussen toename van chemie en afname van (agro)diversiteit.”

Het zijn volgens Michiel Korthals ook juist de boeren die ‘extensief’ en vooral voor de lokale markt produceren, een beter verdienmodel hebben dan de boeren die zich conformeren aan de conjunctuur van de wereldmarkt. Daarnaast: boeren in Afrika die zich op de lokale markt richten, zorgen in gebieden daar voor een goed lopend voedselproductiesysteem. En: intensieve landbouw put niet alleen de vruchtbaarheid van de bodem uit, maar kan ook niet adequaat reageren op rampen die door de natuur of door de mens veroorzaakt zijn.

Wordt nu ook weer vervolgd? O, vast.

Wat zo opvalt aan deze discussie, is dat die ontbreekt in de levensmiddelensector zelf. Hoe kan het dat er in – bijvoorbeeld – de supermarktsector geen openbare discussie is over voedselsystemen, voedselprijzen, marktmeesterschap? O, uiteraard gebeurt er van alles op het vlak van duurzaamheid, de ene na de andere commerciële organisatie (handel of industrie) komt weer met een duurzaamheidsinitiatiefje, maar die fundamentele discussie onder betrokkenen uit de agrosector, die heeft de levensmiddelensector niet. Zullen we dat maar ’s een gemiste kans noemen?