Lang leve de koopjesketens. Maar luxe net zo goed

0
Leestijd: 2 minuten

‘Nederlandse koopjesketens profiteren van coronacrisis’, kopt Het Financieele Dagblad op woensdag 11 november. Consumenten beginnen op de kleintjes te letten, aldus die krant. Recessiegedrag dus. Net als in voorgaande crises. De krant noemt zaken als ‘voordelige onderbroeken, kerstballen en schuursponsjes’ bij ketens als Action, Zeeman, Wibra en Big Bazar. Deze drie zouden hun omzet over dit jaar met 10% of meer zien groeien, ondanks de winkelsluitingen in andere Europese landen.

Is dat nou echt nieuws? Of hebben we het hier over winkels in winkelcentra bij wijken in plaats van de winkelstraten in steden?

En dat laatste, daar lijkt het wel op. Een formule als Flying Tiger, meestal in de centrale winkelgebieden van steden, heeft gewoonweg minder aanloop. Een kledingprijsvechter als Primark ook. Het gaat erom dat klanten ‘in de buurt van hun thuis’ vaker wat gaan kopen in de buurt, en dan zijn formules als Action, Zeeman en Big Bazar met winkels in wijkwinkelcentra in het voordeel.

Volgens detailhandelskoepel InRetail was het aantal passanten in de winkelgebieden in de binnensteden in oktober de helft van wat het een jaar eerder in die maand was. Nou, begrijpelijk dus. Maar is de consument al echt op de kleintjes aan het letten? Deels wel, deels niet, toch? Wie een restaurant exploiteert, bij een vliegmaatschappij werkt of een reisbureau heeft, zal inderdaad inmiddels wel op de kleintjes moeten letten. Maar er zijn nog zo veel andere banen, waar alles bij het oude blijft. En die… die hebben weinig mogelijkheden om te besteden, niet omdat ze geen inkomsten hebben, nee: omdat er veel bestedingsdoelen gewoonweg wegvallen. Dat is iets heel anders.

Het beeld alleen al: er is inkomensonzekerheid en ‘wat doen we dan?’: we kopen schuursponsjes bij de Action, ach, ach.

Neem bijvoorbeeld de tijdelijke reismaatregelen. Mag van Mark Rutte, maar ‘alleen als het moet’. Maar: Aruba, Bonaire en Curaçao vallen in dit geval nog ‘onder het koninkrijk’, en gelden min of meer als binnenland. En hup, een week later konden media melden dat qua vakanties in Aruba, Bonaire en Curaçao al bijna volgeboekt zat. Wat nou, op de kleintjes letten.

Maar er is nog iets. Is het werkelijk waar dat de hele westerse wereld (en de welvarende Aziatische wereld) opeens recessiegedrag vertoont? Daar zetten we dit tegenover: het aandeel LVMH en het aandeel Kering. Luis Vuitton Moët Hennesy en Kering kun je beiden ‘Parijzenaar’ noemen, maar ze tegelijk ook zijn aartsrivalen van elkaar, ieder met hun luxe modehuizen, juwelenhuizen, parfumeriehuizen, exquise warenhuizen, en dan wat dochters erbij als jachtbouwers en vijfsterrenhotels.

Het aandeel LVMH stond halverwege januari op € 439, kelderde tot half maart als een dolle, met een dieptepunt van € 287. En staat begin deze week alweer te pronken op standje € 474. Kering, van hetzelfde: halverwege januari nog op € 610, plumpuddingde in maart in elkaar tot € 357, en staat inmiddels weer op € 611. Coronacrsisis voorbij? Nog lang niet. Lang leve de koopjesketens vanwege recessiegedrag? Ja, als ze in de wijk zitten. Maar wie verder kijkt, ziet dat het tegendeel ook waar is.

Trouwens, die hoge standen van de aandelen LVMH en Kering komen natuurlijk ook doordat Joe Biden net dit weekend de verkiezing heeft gewonnen en doordat dinsdag de beurzen euforisch werden toen dat nieuws naar buiten kwam van een vaccin van Pfizer en BionTech.
Het zijn allemaal halve waarheden, ingedikt tot een artikel.
Skinny jeans zijn in. Flared jeans zijn ook in.