Leendert van Eck (ex-Deen) kijkt heel anders terug dan de rest

0
Leestijd: 3 minuten

Zo her en der in de vakmedia zijn allerlei topmensen uit de supermarktsector de laatste dagen aan het woord geweest, terugkijkend op 2021 en vooruitkijkend naar 2022. De meesten maken melding van de succesvolle stappen van het afgelopen jaar. Voor de een is dat de groei van e-commerce, voor de ander de betere samenwerking met leveranciers. Voor wie een beetje thuis is in de sector, is het moeilijk om daar verrassende passages in te vinden. Ja, het was weer pittig door corona, de consument is gezonder gaan eten… vult u het zelf verder maar in.

Hoe ze de kerst vieren? Een vraag in de Levensmiddelenkrant.
Nou, met lekker eten en met gezin, familieleden, vrienden, punt. (Uiteraard met inachtneming van het maximale aantal, denken we.) Frank Klören van Boni meldt daar dat hij op kerstavond ter kerke zal gaan (de formulering is van ons – omdat we die een mooie vinden). Wellicht ook niet verrassend, als je denkt aan het marktgebied van Boni en de mate van kerkelijkheid, maar het is een persoonlijk detail dat je al wat meer bijblijft. Waardoor iemand meer ‘omhoog komt’ in de plakkerige brij van lekker eten de komende dagen en de goede initiatieven van afgelopen jaar.

Hoe anders is het interview met Leendert van Eck in MT Sprout, tot aan dit jaar algemeen directeur van Deen. In dat interview vertelt Van Eck openhartig hoe hij zich een jaar lang intern in bochten moest wringen omdat hij wist dat Deen verkocht zou worden, terwijl velen om hem heen dat niet wisten.

Gedurende die periode zijn er maar twee directieleden bij Deen die er ook van weten. En thuis: de vrouw van Leendert van Eck. Alle anderen niet. En die komen geregeld met nieuwe ideeën, ideeën ook waarin bij een ‘ja’ geïnvesteerd moet worden. Maar Van Eck weet in dat jaar dat de familie heeft besloten om de keten van 88 filialen te verkopen. Enige tijd lang is het niet eens duidelijk aan wie (uiteindelijk worden dat, zoals bekend, Albert Heijn, Dekamarkt en Vomar).

Corona is in dat jaar een uitkomst. Als smoes. Iets gaat niet door, iets anders wordt uitgesteld. Van Eck erkent in het interview met MT Sprout dat hij zich bij tijd en wijle ‘huichelachtig’ voelde. Ongeveer een jaar lang – voordat Deen in de persoon van Van Eck zelf op 16 februari dit jaar de overname door AH, Dekamarkt en Vomar bekendmaakt – is iedereen bij Deen in zijn omschrijving enthousiast bezig met vernieuwing, terwijl hij weet dat het allemaal heel anders gaat uitpakken. “Mijn grootste angst was dat ik me zou verspreken.”

Hij probeert ‘negativiteit’ om te zetten in ‘positiviteit’. En dat is: maak van het einde van Deen er een waarbij alle belanghebbenden er zo goed mogelijk uit komen, de familie Deen, alle personeelsleden en een formule die tot op de laatste dag voor de klant goed functioneert.

De familie is niet meer bereid verder in online te investeren, heet het. En dat kan Van Eck goed begrijpen. Want: het is verlieslijdend. ‘Bij iedereen’, aldus Van Eck. Alleen, de markt is ongelijk. Hij verwijst naar Picnic, dat zich best verliezen kan veroorloven omdat het toch ooit naar de beurs gaat, winstgevend of niet, maakt niet uit. Maar voor een familie is dat anders, die moet besluiten honderden miljoen te gaan investeren of niet. En in die passage noemt hij niet eens een reus als Amazon.

Ook al komt dat besluit om te verkopen niet als een verrassing, achteraf gezien blijft het pijnlijk, aldus Van Eck, omdat hij de formule ook ervaart als ‘zijn kind’, hij heeft immers zestien jaar in totaal tal van directierollen vervuld, waarvan de laatste zes jaar als algemeen directeur. In 2020 wordt een omzet van bijna € 900 miljoen behaald. Leendert van Eck erkent dat hij zozeer met zijn geweten worstelde dat hij op een gegeven moment op het punt staat om met leden van de familie Deen te gaan praten. Maar dan komt de bevestiging van een goed sociaal plan.

Moed putten, doorgaan, omgaan met tegenslag. Van Eck vertelt dat hij veel geleerd van een van zijn zes kinderen, een dochter die een tijd lang een ernstige vorm van anorexia heeft, zozeer zelfs dat hij en zijn vrouw vrezen dat ze zal sterven; ‘er was een hospice thuis’ en elke avond vrezen hij en zijn vrouw dat hun dochter de volgende ochtend niet meer wakker zal worden. Maar, vertelt hij, op een gegeven ochtend komt ze de trap af om te vertellen dat ze toch verder wil leven. Haar herwonnen vechtlust om anorexia achter zich te laten is voor Van Eck een levensles. En ook: een situatie met nog vijf andere kinderen, en die moeten niet opgroeien in een situatie waarin alleen maar die ziekte van die ene telt.

Leendert Van Eck weet nog niet wat hij hierna gaat doen. “De retail blijf ik ongelooflijk leuk vinden, maar ik wil niet alléén in dat hokje zitten. Er is meer dan omzet, marktaandeel en winst maken.”