Het leest als zagen aan de stoelpoten van Frits van Eerd

0
Leestijd: 3 minuten

Jumbo-topman Frits van Eerd is sinds zondag weer op vrije voeten. Maar hij blijft – zo is de situatie althans op woensdag 21 september – nog steeds door de FIOD en/of politie als verdachte gekenmerkt.

Je bent onschuldig totdat het tegendeel bewezen wordt. Dát, staat in bijna alle stukken in kranten en andere media als de situatie van Frits van Eerd weer eens bij de kop wordt gepakt. Met name in Het Financieele Dagblad, maar ook in een krant als NRC komt nu de laatste dagen elke dag opnieuw iets terug in de kolommen over Jumbo en Frits van Eerd.

Centraal staat de vraag: als een topman ergens van verdacht wordt, kan hij dan nog aanblijven? Bij een beursgenoteerd bedrijf is dat vrij makkelijk te beantwoorden (en vrij hard), en dat is: bij zo’n smet op het blazoen moet de bestuurder meteen weg. Maar Jumbo is een familiebedrijf, ‘de familie Van Eerd = Jumbo’, zogezegd. En Frits van Eerd als ceo al helemaal. Wat dan?

Met name Het Financieele Dagblad schraapt dit onderwerp tot op het bot uit. Immers, de raad van commissarissen is eraan gehouden om voor de continuïteit van een bedrijf te strijden. En alles wat voor die continuïteit bedreigend of ondermijnend is, dient te worden geweerd.

In die ‘governance’-kwestie komt ook geregeld ene Leen Paape aan bod, hoogleraar ‘corporate governance’ aan Nyenrode. Even kort door de bocht: hij wordt op de donderdag in Het Financieele Dagblad geciteerd, op vrijdag in NRC, op zaterdag weer in Het Financieele Dagblad en op maandag weer in NRC, de dagen zijn eventjes fictief, het gaat om het idee.

Paape lijkt wel een punt te hebben: als de belangen van de persoon Frits van Eerd en de belangen van het bedrijf Jumbo uit elkaar lijken te gaan lopen, moet Jumbo de situatie veranderen dat de advocaat van Frits van Eerd ook de advocaat van Jumbo is, wat nu wél het geval blijkt.

Moet de rvc van Jumbo met Frits van Eerd een goed gesprek voeren? Ja, zegt weer een andere bestuursdeskundige, Jaap van Maanen. En dat moeten dan de commissarissen zijn die niet familielid zijn. En die leden van de rvc zullen ook gesprekken moeten voeren met de leden van de rvc die wél familielid zijn.

Ja. Ja. Dat is allemaal iets om op je te laten inwerken. Paape zegt in Het Financieele Dagblad: “Hij is een beetje aangeschoten wild. Dit doet de reputatie van het bedrijf geen goed.”
Ja. ja. Het kan allemaal waar zijn. Het is natuurlijk ook allemaal relevant op dit moment. Maar het heeft ook allemaal iets ongemakkelijks, iets genants, om dat allemaal dag in, dag uit weer te lezen. Artikelen met als onderwerp een topman die in opspraak is geraakt en wat daar allemaal de gevolgen van kunnen zijn, we snappen het. Maar tegelijkertijd zou je ergens ook willen dat al die ‘meningmakerij’ in de media even niet plaatsvindt. Want het leest ook min of meer alsof media alvast aan de stoelpoten van Frits van Eerd beginnen te zagen.

Waarbij we het in het midden laten of dat bewust of onbewust is. Bij een politicus zijn we dat gewend; nou, leuk is dat evenmin, maar rondom ‘politiek Den Haag’ zijn we als mediaconsumenten niet meer anders gewend. Maar bij een topman uit de levensmiddelensector begint het langs de randen van karaktermoord te scheren. Je begint te denken: laat de kwestie eens even rusten. En bedenk vooral: iemand is onschuldig totdat het tegendeel bewezen is.

Zou je als krant ook een keer kunnen besluiten om er één dag niet over te schrijven? Bovendien: hoe lang blijft deze situatie, hoe lang duurt het voordat de FIOD of het Openbaar Ministerie uitsluitsel geven? Dat kan best nog even duren. Moet je dan elke dag iets over Frits van Eerd publiceren? Dat zou een krant zich mogen afvragen. Of in elk geval: die vraag neerleggen bij iemand die thuis is in een soort ‘redactionele governance’.