Megavuurwerk of droevig knalletje?

0

Menig branchegenoot zal even hebben gegniffeld bij de uithaal van Deen naar het alom gehate Wakker Dier, een paar weken geleden. ‘Deen slaat terug’, kopten diverse media opgewonden. Met een radiospotje op Radio 538 en Sky Radio reageerde Deen met een vette knipoog op het gegeven dat het door Wakker Dier onder schot was genomen in de anti-kiloknallercampagne. ‘Zo, Wakker Dier! 25 procent knalkorting bij Deen Supermarkten op vleesvervangers.’

Deen zoekt de confrontatie, zou je kunnen zeggen. Kennelijk is het niet bang voor Wakker Dier, of misschien toch net bang genoeg om de tegenaanval ‘op ‘ludieke wijze te moeten verpakken. Je kunt je natuurlijk afvragen of zo’n zet tactisch wel zo slim is. Je kunt daarnaast van mening verschillen over de vraag of Deen nu wel of geen kiloknallers promoot. Je kunt je zelfs afvragen of 1 Ster Beter Leven Keurmerk wel iets wezenlijks toevoegt aan dierenwelzijn. Maar waar je onmogelijk je ogen voor kunt sluiten, is dat (veel) minder vlees eten de toekomst heeft, en dat we daar als levensmiddelenbranche niet genoeg bij stil kunnen staan.

Je hoeft geen vegetariër te zijn – ik ben het bijvoorbeeld niet – om je te ergeren aan de wezenloze bewieroking van het barbecueseizoen in onze branche. Als we niet oppassen, zal het met de kritiekloze promotie van onmatige vleesconsumptie net zo gaan als met de propaganda voor het roken: eerst van harte aanbevolen door de dokter in de witte jas, daarna vergezeld van het credo dat ‘het moet mogen’ als we maar een beetje rekening houden met elkaar, uiteindelijk keihard gesaneerd. Vlees eten is al een beetje het nieuwe roken aan het worden: slecht voor hart en bloedvaten, slecht voor het milieu, slecht voor je kindertjes. ‘Geen vlees, mevrouw, u weet wel waarom!’

De opmars van vega verloopt gestaag en is ondanks kinderziekten onstuitbaar. In de Volkskrant las ik een bespreking van de ‘plantaardige biefstuk’ van Vivera. Heeft niks met biefstuk te maken, was kortweg het commentaar van het testpanel. Daarvoor wijken structuur, smaak en geur van het product te veel af van the real thing. Culinair recensent Mac van Dinther noemt het de tragiek van ‘dit soort producten’: ‘Door zich te spiegelen aan vlees, scheppen ze een verwachting die ze nooit kunnen waarmaken.’ Maar – en dat is het goede nieuws – toch is Vivera’s kunststuk volgens het panel ‘een van de betere vleesvervangers’. Het is ‘een goede volgende stap’ en zelfs ‘gewoon lekker’, en dat voor een prijs die 2,5 keer lager is dan die van echte biefstuk. Vooral doorgaan met productontwikkeling dus!

Over de vermarkting van plantaardig is het laatste woord nog niet gezegd, dat is duidelijk. Dat we daar een oplossing voor gaan vinden, is al even duidelijk; niet voor niets wordt de levensmiddelenbranche de hogeschool van de marketing genoemd. Voor retailers zie ik hier een enorme kans: een compleet nieuwe categorie smeekt erom voortvarend ontwikkeld te worden, veel voortvarender dan nu het geval is. Goed voor mens, dier en aarde, aan te bieden onder private label – dus met een plezierige marge – en eindelijk verlost van de druk van actiegroepen en keurmerksystemen. Dat wordt een megavegavuurwerk! Zou Deen er ook zo tegen aankijken, of blijft het bij dat ene droevige knalletje?

Frits Kremer