In memoriam Karel van Eerd

0
Leestijd: 3 minuten

Van de vele interviews die ik in die vele jaren voor mijn werk voor FoodPersonality mocht afnemen, zijn de interviews met Karel van Eerd een van de bijzonderste, zo niet de bijzonderste. Een vraaggesprek met Karel van Eerd was altijd: een vraaggesprek met ‘een wijze kruidenier’. En met het woord ‘kruidenier’ bedoel ik niet die bijbetekenis van een persoon die gulheid niet tot zijn karaktertrek mag rekenen. Nee, ‘kruidenier’ dienen we hier op te vatten zoals ooit Ahold-topman Ab Heijn dat bedoelde: een ouderwetse benaming, die tegelijk een geuzenbenaming is.

Als er al mensen zijn wiens besluiten en handelingen de supermarktsector ingrijpend hebben beïnvloed, dan hoort Karel van Eerd daar zonder meer bij. Nemen we de periode vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw in ogenschouw, dan is hij wellicht de persoon met de grootste invloed op deze sector. Zijn denken, zijn opvattingen en de consequenties die daar wat hem betreft uit voortvloeiden, hebben de sector gevormd zoals die er vandaag de dag uitziet.

In de jaren negentig kwam Karel van Eerd stap voor stap steeds meer tot de overtuiging dat een goede – voor de consument aantrekkelijke supermarkt – er een moest zijn die met zichzelf in tegenspraak was. Want er waren grosso modo twee soorten supermarkten. Een supermarkt met een groot assortiment, met een zo mooi mogelijke aankleding en met vrij veel personeel. En als tegenstelling: die andere supermarkt, een supermarkt met een beperkt assortiment, met een zo schraal mogelijke aankleding en met zo weinig mogelijk personeel. Die eerste variant had hoge prijzen, die laatste variant had lage prijzen. En daartussenin was niets, of bijna niets.

Karel van Eerd was groothandelaar. Met zijn Van Eerd Groothandel leverde hij waren aan supermarkteigenaren, met formulenamen als Kroon en A&O. En hij zag telkens weer dat zij het niet konden bolwerken tegen de grotere ketens, in die tijd vooral Albert Heijn en Edah. En als discounter Aldi.

Van Eerd nam het besluit om een supermarkt te vormen die lage prijzen had, maar wel: een zo mooi mogelijke aankleding, een zo groot mogelijk assortiment, een zo hoog mogelijke servicegraad en ook voldoende personeel.

En al zijn concurrenten zeiden bijna in koor: wat Van Eerd nu doet, kan niet. Het kan niet uit. Sterker nog, in die tijd waren er zelfs directeuren van supermarktketens die vonden dat iets verkopen voor een lage prijs minderwaardig was. Iets voor een lage prijs verkopen, dat kon immers iedereen. Je moest juist tegen een goede (= ‘hoge’) prijs verkopen, dát was pas een prestatie. En dan had je ook genoeg marge, om verder te investeren, bijvoorbeeld. Daarvan afwijken was én geen kunst, én ‘bedrijfskundige zelfmoord’.

Maar Van Eerd zette door, hij ontlokte flinke interne discussies binnen zijn bedrijf, over de uitgangspunten van zo’n supermarktketen. Waarmee dienen we de klant het meest? Wat kunnen we doen zonder kopje onder te gaan? Welke kenmerken vindt de klant het belangrijkst? Hoe gaan we dat de klant allemaal uitleggen, en laten voelen? Wat moeten we doen om Albert Heijn, Edah, Aldi, C1000 en Groenwoudt van ons af te houden?

Hoe houden we de prijsveranderingen van die vijf voortdurend goed bij? Hoe krijgen we een gewone supermarktruimte zo vol aan verschillend assortiment dat we niet meteen uit voorraad lopen? Moeten we zo klantvriendelijk zijn dat we elke vierde klant in een wachtrij aan de kassa de kar met boodschappen gratis weggeven, om te laten zien hoe ver we hierin willen gaan? Aan de Rijksweg in Veghel ontstond een kruideniersdenktank, elk detail van een supermarktketen werd van alle kanten bekeken en beschouwd.

Het leidde tot de bekende Zeven Zekerheden, met als grootste drie uitgangpunten: de laagste prijs, het grootste assortiment en de beste service.

Dat kon niet, zeiden velen van zijn concurrenten nog steeds. Dat kan alleen als je zo groot bent als bijvoorbeeld Walmart, want dan kun je verdienen op grond van je volume en niet zozeer op grond van je marge. Maar het kon wel degelijk. Jumbo bleef overeind, in Veghel intern begonnen ook tegenstanders van dit uitgangspunt in te zien dat het kon.

En daarna, in de tientallen jaren die volgden, begon het bedrijf van Karel van Eerd aan een opmars die nog nooit in de sector vertoond was.

Vandaag de dag weet elke kruidenier dat je lage prijzen, mooie winkels, goede service en een ruim assortiment met elkaar kunt combineren en daarmee ondanks alle tegenstellingen je bedrijf kunt continueren. En zelfs laten bloeien.
Iedereen in de sector, van de afgelopen jaren en van vandaag de dag, heeft aspecten overgenomen van dat Jumbo, dat toen ontstaan is.

Daarmee is iedereen in de supermarksector van de afgelopen jaren en van vandaag de dag schatplichtig aan Karel van Eerd.