Meneer de minister-president, zijn wij ook essentieel?

0
Leestijd: 4 minuten

Natuurlijk, het is een trieste week voor de detailhandel. Vijf weken dicht. Kerstvoorraden die over twee weken niet eens meer de moeite waard van het verzenden zijn bij een online-aankoop. Maar deze eerste lockdowndagen waren voor iemand die de detailhandel een beetje bekijkt, vooral ook grappig. Zuur grappig.

‘Begrip.’ Dat was hét smeermiddelwoord dezer dagen: vóór de ‘maar’. We hebben begrip voor het besluit, klonk het overal. Maar… ‘Begrip voor de maatregelen’ is een nieuwe variant geworden voor ‘met alle respect’. ‘Met alle respect, maar wat ik dan niet goed begrijp…’, zoiets, maar dan in een coronacontext.
En dat ‘maar’, dat hebben we op alle fronten zien en horen voorbijkomen.

Maar… zo klonk bijvoorbeeld afgelopen dinsdag een eigenaar van een boekenwinkel op Radio 1 of BNR (we zijn vergeten welke zender). Er was een klant in zijn boekenwinkel, maar die mocht geen boek kopen en meenemen. Die moest terug naar huis, vertelde de ‘boekenwinkelier’, en dan thuis op de laptop de site zoeken, dat gewenste boek bestellen, en dan… terug naar die boekenwinkel om het bestelde boek op te halen. En, zei die winkelier, wat moet ik daar nou van denken als klanten van mij wel gewoon naar de supermarkt kunnen om daar een tijdschrift uit de rekken te pakken? En, zei die winkelier ook, als die geïntereseerde klant thuis achter z’n laptop zit, gaat hij wellicht ook kijken naar andere sites waar dat boek te verkrijgen is. Dus misschien ben ik ‘m dan wel kwijt.
Ongelijk speelveld!

En dat klopt, van dat ongelijke speelveld.
Trouwens, het idee alleen al, weg uit de winkel, terug naar huis, om te bestellen wat je in die winkel wilde aanschaffen. En dan terug naar die winkel als je een appje of mailtje hebt gehad dat het boek klaar ligt in die winkel. Is dat een effectieve anticoronamaatregel?

Maar wat de boekenwinkelier op het moment dat hij dat op de radio uitlegde nog niet wist, is dat het kabinet diezelfde dinsdag verkondigd had dat je boeken helemaal niet bij boekenwinkel mag afhalen.
Afhalen mag alleen als het om eten en drinken gaat. Want dat is essentieel. Aldus het kabinet.
In alle kranten regende het misverstanden en opportunisme. Een verkoopster van een winkel met chocoladeproducten in Haarlem in Het Financieel Dagblad bijvoorbeeld: “Mijn baas zei vanochtend: gooi de boel maar open.”

O ja, en de Hema moest dicht. De politie kwam eraan te pas bij een Hema in Schijndel, toen bleek dat die Hema behalve wijn of chips ook een wasmand verkocht. Niet essentieel. Door die wasmand.
Hema dicht. Action dicht. Big Bazar dicht. In Het Financieele Dagblad sprak Michiel Witteveen, eigenaar van Mirage Retail (Blokker, Big Bazar, Miniso, Intertoys etc.), wijselijk: “Als je een pan soep bij de kassa neerzet, ben je een essentiële winkel.” Cynisme alom, in die uitspraak. Maar het klopt wel, duidelijk was het allerminst, die lockdown.

Gaandeweg leerde de detailhandel dat het kabinet zich toch nog even het hoofd gebogen had over de branchevervaging. Wie mag er open? Die voor minimaal 70% van de omzet eten en drinken verkoop. Hema, Action, Intratuin, Blokker, Big Bazar, sluiten maar, die zaken.

Maar waar komt nou die 70%-regel vandaan? Is dat een criterium dat de overheid voor Nederlandse winkelgebieden allang ergens in een rapport over brancheringen van winkelgebieden in een la klaar had liggen, om het laatste restje duidelijkheid te verschaffen? We vrezen van niet. De ‘coronawaanzinnigen’, de groep mensen dus die in de nabijheid van de werkkamer van Mark Rutte in het Torentje maandagavond hard stonden te fluiten, hebben er in mentaal opzicht een grote groep detailhandelaars bij gekregen. Niet qua botheid, niet qua ‘ontkenningsmodus’, ook niet qua ‘demonstratiebereidheid’, maar wel qua frustratie.
Het woord ‘essentieel’ werd door premier en kabinet gebruikt nog voordat het duidelijk was wat daarmee bedoeld werd. Zonder eerst na te denken over het feit dat Hema rookworst, broodbeleg, wijn en notarisakten verkoopt en Action zoetwaren.

En opeens hadden we daar een ‘70% van de omzet’-regel uit een hoge hoed.
Hoezeer de VVD en ondernemers en ondernemingen qua politiek gezindte historisch aan elkaar verwant zijn, de premier en het kabinet hebben er door hun anti-corona-improvisatie van maandagavond tot gisteren geen fans uit de detailhandel bij gekregen.

Bij bibliotheken mag je wel boeken afhalen. Bij boekwinkels niet. Essentieel versus niet essentieel. Het riekt naar willekeur, paniekvoetbal, een besluit, vooruit dan maar – omdat je altijd beter een besluit kunt nemen dan geen besluit, heet het in managementkringen.
Dat Catshuis-overleg van afgelopen zondag: was dat ook maximaal drie mensen? Of bestaat de ministerraad uit meer mensen? O, wacht, dat overleg is natuurlijk ook essentieel.

In België is de lockdown net weer voorbij. Minister-president De Croo, zo klinkt het in de media, heeft al gezegd dat Nederlanders altijd welkom zijn in de Belgische winkelstraten, maar ‘nu even niet’.
Gezien de enorme stijging van de besmettingen begrijpt iedereen – op de ‘coronawaanzinnigen’ na dan – dat het zo niet langer kon. ‘Begrip.’ Maar: de manier waarop het kabinet deze detailhandelsverordeningen erdoorheen joeg, getuigt van dezelfde improvisatiemodus als de winkelier die een pan soep bij de kassa zet.

Onder de wat ‘anti-establishment’-media’ in Nederland waarde een bijzondere opmerking over Rutte. Dit weekend zou een van zijn mindere momenten zijn geweest. Want hij had te veel aan zijn hoofd, niet alleen de coronacrisis, maar ook de wisseling van zijn belangrijkste opponent in de aanloop naar de verkiezingen, van Hugo de Jonge naar Wopke Hoekstra. En Hoekstra, die wordt in de pers vaker neergezet als een van de kabinetsleden die meer voor de economie zou willen doen en minder zou willen uitgaan van het beddenmanagement van de intensive care-afdelingen. Nou, voor wat het waard is. Maar als je boekenwinkelier bent, of ceo van Action of van Hema of van Mirage Retail, dan kun je daar aardig van balen.