Het nietsontziende opportunisme van AH en Lidl

0
Leestijd: 3 minuten

Iedereen die zowel de non-food- als de foodretail zo’n beetje volgt, zal het niet ontgaan zijn: afgelopen weekend uitte ceo Tjeerd Jegen van Hema op zijn LinkedIn-pagina zijn ongenoegen over het feit dat Albert Heijn een actie ging houden met handdoeken en badmatten van het merk Walra. Dank voor de solidariteit, was de cynische boodschap. Meteen afgelopen maandag sloot Michiel Witteveen van Mirage Retail Group (Blokker en ander non-foodketens) zich aan bij die boodschap. Wat een gotspe dat supermarkten opeens gaan stunten met artikelen die ‘de thuishaven’ zijn van non-foodketens. Witteveen wees daarbij op de actie van Lidl met airfryers. En op speelgoed in de aanbieding bij Kruidvat. Ja, het heeft zonder meer iets weg van lijkenpikkerij.

Nou is het eerste wat je kunt denken: beste meneer Jegen, doe dat nou niet, want je bent net zelf bezig met ‘gered te worden door de familie Jumbo’. En ja, er is een element van ‘ik zit aan deze kant, jullie aan die kant’ dat meespeelt, maar het gaat verder dan dat. Jegens ongenoegen herleiden tot de rivaliteit tussen AH en Jumbo zou te kort door de bocht zijn, en wellicht zelfs een drogredenering (‘argumentum ad honinem’, voor wie het weten wil, in dit geval te omschrijven als: ‘nu ik de kans heb om om onze rivaal te grazen te nemen, doe ik dat meteen’). Nee. Jegen heeft een punt.

Belangwekkend is het hoofdredactionele commentaar van Het Financieele Dagblad van dinsdag 12 januari, de dag na de opmerking van Witteveen. Dat krijg je dus als je als kabinet een botte bijl hanteert bij winkelsluitingen, aldus de krant. Supermarktketens mochten open blijven omdat ze als ‘essentiële winkels’ zijn aangemerkt, vele andere winkels met vooral non-food moesten dicht bij het lockdownbesluit van december. En dan gaan die supermarkten stunten met non-food. Geen wonder dat retailers als Hema en Blokker zich in de steek gelaten voelen, aldus Het Financieele Dagblad. We wijzen nog even op die ene dinsdag, toen Hema ook nog open was, maar alleen het foodgedeelte, non-foodgangpaden waren afgeschermd met plakstroken en wat dies meer zij, maar het kabinet en andere Haagse politici foeterden op het ‘opportunisme’ van ketens als Hema en Action.

Nee, zegt Het Financieele Dagblad afgelopen dinsdag: dit is wat je krijgt als je inconsequent bent in je besluiten over wat essentieel is en niet essentieel, en verder niet verfijnt in je lockdownbeleid. De krant wijst bijvoorbeeld op de situatie in België. Daar mochten non-foodketens wél open blijven, als het ‘niet essentiële aanbod’ maar werd afgeschermd. “Voor supermarkten en drogisterijen gold dezelfde regel. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen, mochten zij niet eens handdoeken verkopen, laat staan ermee stunten.”

Haagse willekeur, aldus die krant. Eigenlijk moeten we dat omschrijven als: niet goed kijken naar de onderlinge concurrentieposities, dat is wat Den Haag heeft gedaan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Brussel. En het is niet de eerste keer, aldus de krant, want de periode van afgelopen najaar waarin hotels wel open mochten blijven en andere horeca niet, terwijl daarna jan en alleman een hotelovernachting boekte om vervolgens uit te eten in dat hotel, was ook al een situatie die alom onvrede opriep bij de noodlijdende horecapartijen en -ondernemers.

“Een pandemie is niet eerlijk”, aldus het commentaar. Maar het huidige kabinet had wel de tijd kunnen nemen om nieuwe ongelijke speelvelden te voorkomen, Zo moeilijk is dat ook niet. In België deden ze dat.
Maar ja, die boodschap kan inmiddels bijna weer achterhaald zijn. Tenminste, als het kabinet wellicht morgen, overmorgen of volgende week vanwege de toeslagenaffaire alsnog kan vallen.

In praatprogramma M werd woensdag 13 januari over Mark Rutte een hard oordeel geveld. Renske Leijten (Tweede Kamerlid SP) en Sheila Sitalsing (journaliste en schrijfster van een biografie van Mark Rutte) wezen erop dat Rutte als premier snel de buidel trekt als het om het bedrijfsleven gaat, maar niet de burger. Toeslagenaffaire? Nog steeds hebben de gedupeerden geen geld, want ‘moeilijk-moeilijk’. Groningse huizenbewoners en aardbevingen? Duurde jaren, eerst had je nog een economieminister Henk Kamp die alles bestreed (‘er is meer onderzoek nodig’), waarna Eric Wiebes alsnog een inhaalslag moest maken. Terwijl, aldus Sitalsing, zodra KLM komt bedelen om geld omdat niemand meer vliegt tijdens de pandemie, er meteen miljarden worden vrijgemaakt uit de buidel van Wopke Hoekstra. En dit tekent de man die ooit als beginnend premier jaren geleden zich voornam ‘een premier voor alle Nederlanders te willen zijn’.

Dat is al geen al te fraai beeld van premier Rutte, maar het is in die context nog gekker dat hij zijn kabinet niets laat doen om de onderlinge naijver tussen detailhandelssectoren te voorkomen of te verminderen. ‘Streng, maar consequent’, aldus een passage van dat hoofdredactionele commentaar van Het Financieele Dagblad. Nee, consequent is het allemaal niet, integendeel. Rutte laat de verdeeldheid verder groeien, zelfs binnen economische sectoren.

Daarnaast, het commentaar van Het Financieele Dagblad is behartenswaardig en de opmerkingen in praatprogramma M ook, maar los daarvan hadden Albert Heijn en Lidl wel hun ‘pandemische maatschappelijke verantwoordelijkheid’ mogen inzien. Dan kun je wel willen pronken met energieneutrale winkelpanden (Lidl) of met huismerkartikelen met minder zout, suiker en vet (Albert Heijn), maar we mogen ervan op aankunnen dat op de hoofdkantoren in Huizen en Zaandam de ‘emotionele intelligentie’ iets hoger is dan wat we nu hebben gezien. Los van de vraag of Mark Rutte en zijn kabinet eraan toekomen of ze bij lockdownmaatregelen een ongelijk speelveld niet nog groter maken dan het al is.