PBL: van vlees eten naar plantaardig eten gaat niet vanzelf

0
Leestijd: 3 minuten

Nederlandse consumenten stappen niet zomaar over van vlees op plantaardig. Daar is meer voor nodig. Dat meldt het Planbureau voor de Leefomgeving. Zolang een regering die keuze laat aan het verantwoordelijksheidgevoel van de burger, gaat de verduurzaming er nauwelijks op vooruit. Politiek, je zou ook zelf iets kunnen doen, is de voorzichtige suggestie.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzoekt kwesties om daarmee tot adviezen voor de regering te komen. Het PBL heeft een rapport gemaakt over de ‘eiwittransitie’, de overstap van dierlijke producten naar plantaardige producten. Tot nu toe wordt die overstap weliswaar gestimuleerd door allerlei ngo’s en er zijn soms acties van supermarktketens – en ja, wij weten ook allemaal hoezeer het aanbod in de categorie vleesvervangers de laatste jaren is toegenomen – maar – om de bevinding van het PBL maar eens kort door de bocht te formuleren – het schiet niet op zo. Het rapport, met de titel ‘Voedselconsumptie veranderen’, is op eigen initiatief gepubliceerd.

Duurzaam eten, wat is dat volgens het PBL? Minder voedsel verspillen, artikelen kopen die duurzaam geproduceerd zijn, maar vooral: meer plantaardig eten. En dat doet de Nederlander niet, aldus het PBL. Niet duurzaam en ook niet gezond. Nederlanders eten gemiddeld 98 gram vlees per dag, dat is in elk geval procentueel flink wat meer dan de 70 gram, die de Gezondheidsraad als maximum adviseert. Nederlanders halen 60% van hun eiwitten uit dierlijk eten en 40% ervan uit plantaardig eten.

Het PBL wijst erop dat een omslag naar meer plantaardig eten twee doelen dient: ten eerste de gezondheid van mensen, en ten tweede een milieudoel. Denk aan ‘het Preventie-akkoord’, maar ook aan ‘het Klimaatakkoord’.

Willen mensen hun lapje vlees niet laten staan? Een deel zeker niet, maar een deel zeker wel. Maar die groep het lukt het niet. “Consumenten denken niet iedere keer grond na als ze bijvoorbeeld boodschappen gaan doen of gaan koken, ze vallen bij het uitvoeren van deze activiteiten vaak terug op routines”, aldus het PBL.

Routines. Zoals daar zijn: toch weer zin in barbecueën bij mooi weer. Een prachtig stuk wild kiezen voor het kerstdiner. Maar het heeft ook te maken met wat levensmiddelenzaken en de horeca de consument of de gast willen voorschotelen. De eetcultuur met dierlijke eiwitten is diep verankerd. Daarnaast: het is voor de consument niet gemakkelijk om anders te leren koken. De informatie is niet overal om iedereen heen voorhanden en anders leren koken vergt ook een langere adem.

Het PBL ziet ook een gevaar bij de combinatie van keuzevrijheid en ‘nudging’ (duwtje in de rug). Verplicht het vlees laten staan zou uiteraard meteen protesten oproepen, dat moge duidelijk zijn. Maar het PBL zegt ook dat bij een beleid dat consumptiegedrag als een individuele keuze beschouwt – terwijl je wel als overheid een bepaalde richting uit duwt – mensen zich eraan kunnen gaan storen.

Hoe diep verankerd ook, mensen veranderen hun eetgewoonten, aldus het PBL. Want: tegenover ‘blijf van mijn vlees af’ staat ook dat in de afgelopen tientallen jaren allerlei nieuwe keukens omarmd zijn. Denk aan oosters eten en aan de Italiaanse keuken die de aardappelen-groente-vleescombinatie van oudsher toch flink heeft verdrongen. Dus: nieuwsgierigheid, hang naar ‘exotisme’ en variatie zouden ‘t ‘m toch kunnen doen, moeten we maar begrijpen.

Wat stelt het PBL voor? Verschillende mogelijkheden. Doe campagnes etc. op momenten dat er veel verandert in het leven van de consument. Dat is toch bij iedereen op een ander moment? Ja, maar dit jaar niet: dit jaar is de coronacrisis voor iedereen een enorme ommekeer, aldus het PBL. En verder: de overheid zou beleid kunnen voeren om aan de aanbodkant wat meer verandering te stimuleren, dus: supermarkten, restaurants, kantines, doe meer met plantaardig. zoiets. Of: ingrijpen in het concurrentieveld. Bijvoorbeeld door stunten met vlees of stunten door fastfoodketens aan banden te leggen. Het PBL doet zelf geen uitspraak over wat de beste methode of suggestie zou zijn. Dat is aan Den Haag zelf. Maar goed, dit rapport illustreert wel dat de ‘kwartiermakers in Den Haag’ nadenken over hoe ‘beleidsmakers in Den Haag’ de supermarkten, levensmiddelenfabrikanten, horeca, cateraars etc. kunnen gaan nudgen.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de boeren, die gisteren weer eens een protestbijeenkomst hadden, nu in de buurt van het RIVM in De Bilt. Zeg hem eerst dat-ie z’n stikstofhuishouding moet omgooien, zeg hem een half jaar later dat-ie z’n koeien anders moet gaan voeren, en dan zeg hem na pakweg een jaar dat je de consument gaan beïnvloeden om minder van zijn varkens, kippen en koeien te gaan eten? Geheid dat de trekkers dan weer op pad gaan.