Pim van den Berg (l.), hier hartelijk begroet door Rob Green, eigenaar van ‘The Pavillion’, een formule met een vijftal bakkers-, broodjes- en lunchzaken in Londen.
Pim van den Berg (l.), hier hartelijk begroet door Rob Green, eigenaar van ‘The Pavillion’, een formule met een vijftal bakkers-, broodjes- en lunchzaken in Londen. Pim van den Berg

‘Ik zou zo graag meer bezieling zien in supermarkten’

Pim van den Berg meldde in de vorige FoodPersonality: ‘mensen, dit is mijn laatste beeld en uitleg’. Daarom nu een gesprek met de ‘straat-o-loog’, de ‘alles(be)kijker’ - en een selectie van beelden die hij in al die jaren verzamelde. En wij zeggen alvast: dank, Pim, voor je trouwe en bijzondere bijdrage, in al die jaren.

Op deze pagina’s een kleine selectie van de foto’s die Pim van den Berg in zijn rubriek ‘Met Pim op straat’ in al die jaren de lezers voorschotelde. Deze selectie omvat niet alle leegstand in Nederlandse stads- en dorpscentra, zoals we die met name de laatste paar jaar in de rubriek voorbij zagen komen, en ook niet alle ‘miskleunen’ van Nederlandse supermarktformules. Maar juist allerlei bijzondere taferelen, winkels, situaties etc. bij buitenlandse formules, warenhuizen, speciaalzaken etc.

Pim van den Berg weet niet meer precies hoe vaak hij in het buitenland is geweest, maar het moeten zeker vijfhonderd reizen zijn geweest. Met groepen, als ‘inspirator’ van groepen…
Nee, niet ‘gids’. “Ik hou niet van het woord ‘gids’, dat klinkt me te veel als ‘reisgids’”, aldus Van den Berg zelf.
En die reizen, dat is inclusief voorbereidende reizen.
Van Scandinavië tot Zuid-Afrika, van Toronto tot Singapore. Ook ging hij zo nu en dan naar afgelegen, geïsoleerde gebieden als Spitsbergen of Antarctica. Maar dat was vooral voor hem zelf.
Die vijfhonderd reizen: dat is éxclusief de vele dagen dat hij naar Nederlandse steden rijdt omdat een gemeente hem vraagt om een indruk en een oordeel over ‘het dna’ van een binnenstad. Levendigheid, gezelligheid, vitaliteit, kwaliteit van ‘voorzieningen’, winkels, supermarkten, horeca, diversiteit van het aanbod, kwaliteit van het aanbod, originele ondernemers, ambachtelijkheid, authenticiteit, bebouwing, grootsteeds, dorps, ‘doods versus inspirerend’, modern/vernieuwend etc. En dat laatste geldt ook voor Duitse en Belgische steden en stadjes.
Daarnaast kennen wij Pim van den Berg in zijn rubriek in ons blad – sinds najaar 2007 – als:
* een kritisch kijker naar initiatieven van bijvoorbeeld Albert Heijn, Jumbo etc.
* criticus van ‘de kale/lelijke armoe’ van bijvoorbeeld Action of Primark, versus de ‘pareltjes’ van speciaalzaken, die hij zo nu en dan in steden en stadjes ontdekt.
Bovendien stelt hij de laatste jaren geregeld de leegstand aan de kaak. Leegstand roept meer leegstand op, gemeenten weten niet wat ze ermee moeten, zeker omdat de laatste tien jaar in vooral non-food e-commerce in opkomst is, denk aan de rol van grote internetbedrijven als Amazon, Alibaba, Shein, Zalando etc.

In dat cv op deze pagina’s ontbreekt nog iets. Je hebt bij de commando’s gezeten. Wanneer en wat deed je daar? 

“Klopt. Van 1970 t/m 1972. Ik was sergeant, waarnemer, ‘verkenner’. Het was mijn eerste ervaring in ‘goed kijken’, ‘goed waarnemen’. Dat is eigenlijk het begin geweest van wat ik al dertig jaar doe, en dat doe ik dagelijks, want mijn ogen en andere zintuigen staan altijd ‘aan’.”

Eens commando, altijd een commando? Of is dat onzin? 

“Zeker waar! Het is altijd een rode draad in mijn leven geweest. Tot het gaatje gaan en nooit opgeven.”

Je hebt een mentor. Steve Herman. Wat was hij voor iemand en wat deed hij?

“Steve was een Amerikaan die als een soort eenmans-adviseur fungeerde voor bestuurders in de detailhandel. Hij was een vrijdenker. En een harde leermeester. Een vernieuwer, die altijd gebruikelijke patronen in de detailhandel aanvocht en die pleitte voor betekenisvolle veranderingen. Ik heb veel aan hem te danken.”

In de vorige editie van dit blad meldde je dat het jouw laatste rubriek zou zijn; dat hebben we ook samen overlegd. ‘Ruim baan voor nieuwe generaties’, zei je. Maar stop je ook met die reizen? Je bent inmiddels ook ‘op leeftijd’. 

“Nee, daar ga ik mee door. In april ga ik gewoon weer met zo’n dertig tot veertig franchisenemers op pad: Boston, Chicago… Winkels bekijken, winkelcentra bekijken; het nieuwste van het nieuwste, als het kan. Met z’n allen door stadscentra lopen, of op de fiets. En het bijzondere aan deze groepsreis is dat mijn zoon Bob meegaat, als afgevaardigde namens Deloitte, waar hij werkt, bij het onderdeel ‘digital’. Hij zal een presentatie geven over kunstmatige intelligentie en retail. Ook bijzonder: we zullen de dochter van Steve Herman ontmoeten, zij is werkzaam als productontwikkelaar voor Amerikaanse bedrijven. Na die groepsreis reizen Bob en ik door naar Californië, maar dan ‘privé’, Yosemite Park, Palm Springs, San Diego, en op zeker moment gaat hij verder en ga ik terug naar Nederland. Ik zou momenteel voor geen goud met die reizen willen stoppen.
Bovendien, de gemeente Dokkum heeft me gevraagd om eens goed te kijken naar ‘wat kan er beter in Dokkum?’. En de gemeente Den Haag heeft me om hetzelfde gevraagd.
Ja, ooit zal ik er te oud voor zijn, ooit zal het niet meer goed kunnen. Dat zal ik moeten accepteren. Maar zolang het nog kan, geniet ik van wat ik doe.”

Jouw reizen gaan over ‘ontdekken’, kijken in supermarkten, maar zeker ook in speciaalzaken, non-foodwinkels, horeca… En desondanks zijn in al die jaren ook veel directieleden en managers van supermarktformules met jou meegereisd. 

“Jazeker. Lang geleden werkte ik bij Nestlé. Al die relaties vanuit mijn tijd bij Nestlé heb ik altijd warm gehouden en dat is daarna nooit veranderd. Niet uit ‘gewin’, maar omdat ik altijd graag met hen in discussie ben gegaan over de vraag hoe de supermarkt kan veranderen en zich vernieuwen. En daarnaast waren het soms hechte vriendschapsbanden.”

Je bent de laatste jaren steeds kritischer geworden op Albert Heijn en Jumbo. Te veel ‘systeem’, te weinig ‘gevoel’, ‘aantrekkingskracht’, ‘verleiding’. Zeg ik het zo goed?

“Ik loop geregeld een Albert Heijn of een Jumbo binnen. Of dat nu in mijn eigen Amstelveen is, of het nabije Amsterdam, of ik ben in Den Bosch, Helmond, Dokkum of Den Helder. Ik zie altijd presentaties van versartikelen die te veel ‘verpakt’ zijn. Mijn respect voor Albert Heijn en Jumbo is groot, laat ik dat meteen zeggen. We hebben nog steeds ‘onze eigen ‘Nederlandse’ formules’, die zijn niet weggeblazen door buitenlandse supermarktketens of discounters. Compliment. Maar vergeleken met formules in sommige landen van Europa, de VS en Azië loopt het water me nauwelijks nog in de mond. Het is te veel ‘kunnen we het in elk filiaal makkelijk kopiëren?’ en ‘hoe houden we de kosten zo laag mogelijk?’. Alles moet ook zoveel mogelijk zelfbediening zijn, terwijl detailhandel en dus ook de supermarkt voor mij een ontmoetingsplaats is, met contact met mensen die mij adviseren of enthousiast maken voor iets. Ik mis dat. Ik snap dat die ketens uit rendementsoverwegingen daarvoor kiezen, maar ik mis vaak ‘de ontmoeting’, het contact, een gesprekje, ik mis de bezieling die ik aantref bij bakkers, slagers en andere winkeliers en speciaalzaken. Bij hen voel ik me veel meer ‘koning klant’.”

Maar in al die jaren kwam je zo nu en dan met beelden van Albert Heijn of Jumbo, met: ‘doodse winkelhoeken’, rommelige presentaties, versafdelingen met te weinig ‘product’ en te veel ‘plastic’. Maar: nooit van Aldi, Lidl, Dirk, Nettorama, Vomar, Hoogvliet etc.

“Ja, dat klopt. Maar bij voor die formules geldt hetzelfde.”

Hebben mensen wel eens kritiek op jouw presentaties of manier van denken?

“Ja, soms wel. Tijdens een presentatie aan een publiek, aan de hand van allerlei foto’s van winkels, verkoopsituaties, winkelstraten etc., is het me wel eens overkomen dat iemand van de aanwezigen, zomaar vanuit de zaal, de opmerking maakte: ‘dat kan ik ook’. Kennelijk roept mijn aanpak dat soms op. Tegen die mensen zou ik willen zeggen: ‘prima, doe het dan ook, begin ermee’. Want hoe meer mensen uit de supermarktsector of de detailhandelssector kijken zoals ik kijk, hoe beter de supermarkt- of de detailhandelssector wordt. Menselijker, creatiever, origineler, diverser, noem maar op. Waarmee ik niet zeg dat mijn kijk op de zaken heilig is en die van de anderen niet, maar ik strijd al jaren tegen de ‘spreadsheet-aanpak’ van detailhandelsketens. Alles in hun formule moet kopieerbaar zijn. Alles wat in zelfbediening kan, daar kunnen mensen verdwijnen. Alles wat goedkoper kan, denk aan de aankleding van een winkelformule, dat wordt ook goedkoper gemaakt. Want ofwel te veel kosten, ofwel de winstgevendheid moet omhoog. Maar als mensen mij dan voor de voeten werpen ‘dat kan ik ook’, dan denk ik altijd: ja, het lijkt zo makkelijk, maar zie je ook hoeveel moeite ik erin gestoken heb? Want goed kijken kost tijd, inspanning. En om de waarneming over te brengen, heb je ook een verhalend vermogen nodig. Alleen maar ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ is niet genoeg. Gaat het ook maar vertellen, met een bak aan cumulatief opgebouwde ervaringen door de jaren heen. Je toehoorders voelen genadeloos snel aan wanneer het ijs te dun is en jij als presentator erdoorheen valt.
Bovendien, mijn wensdenken, mijn detailhandelsideaal, dat staat vaak genoeg nog ver af van directieleden die alleen maar op volume en marge worden afgerekend en die in een keurslijf van een koopjesketen werden gemangeld. Maar iedereen kiest voor zichzelf het pad dat hij of zij wil bewandelen.
Verder hebben al die momenten en ontmoetingen met mensen uit de detailhandel etc. me een enorme voldoening gegeven. Het is nog steeds een groot, dagelijks voorrecht. Oprechte gesprekken met mensen. Nieuwe inzichten opdoen. Het leven is als een fruitschaal, een bron van weldaad en rijkdom. Die fruitschaal kunnen zien, van die rijkdom kunnen genieten, dat is mij gedurende mijn loopbaan goed afgegaan. Die waarneming van wat echt relevant is in het leven, wens ik eenieder toe. Ons leven wordt mede bepaald door de mensen die we mogen ontmoeten. Hoe we elkaar zien. Hoe we elkaar begrijpen. Gelukkig heb ik dat boek voorlopig nog niet uit.” n

Pim van den Berg (l.), hier hartelijk begroet door Rob Green, eigenaar van ‘The Pavillion’, een formule met een vijftal bakkers-, broodjes- en lunchzaken in Londen.
De pui van ‘Billa Corso’ in hartje Wenen.
De agf-afdeling van ‘Muji’, in Japan.
Macarons bij een banketbakker in een winkelcentrum in het Franse Lille.
Medewerkers van delizaak ‘Demel’ maken een bijzonder gerecht, tijdens de kerstperiode, in Wenen.
Een klant moet kiezen bij deze ultraverse maaltijdonderdelen, dit is ergens in Hongkong of Singapore (dat hebben we niet meer kunnen achterhalen).
Rechts de agf-afdeling, links horecazitjes, in een stijlvolle Coop in het Zwitserse Genève.
‘Centraltigus’, de ‘centrale markthal’ in Riga, de hoofdstad van Letland.
Op bezoek bij ambachtelijke palingroker Dirk Eveleens, in Burgerveen.
Een medewerkster beoordeelt nog even de presentatie van verse maaltijden etc., in een filiaal van warenhuis Isetan, in Japan.
De verkoop van Spaanse ham, in een Mercadona, op het eiland Ibiza.
Een coöperatie van een slager, bakker, groenteman etc., in een overdekt geheel, in het Zweedse Malmö.
De agf-afdeling van ‘Hyundai Fresh Market’, in Seoel, Zuid-Korea.