Riedel: ‘Sap in een pakje is beter voor het sap, en beter voor de aarde’

0
Leestijd: 6 minuten

Er speelt veel in de wereld van de frisdranken en sappen. Een voorgenomen verhoging van het btw-tarief, drastisch gestegen energieprijzen en de onlangs ingevoerde statiegeldplicht op PET-flesjes, straks ook de blikjes en – in het verlengde daarvan – discussies over verschillende verpakkingen. Drankenproducent Riedel heeft wat dat laatste betreft een duidelijke keuze gemaakt: “Kartonnen verpakkingen zijn het meest duurzaam.”

Een tijd  geleden plaatste drankenproducent Riedel, bekend van onder meer Appelsientje, DubbelFrisss en CoolBest, enkele berichten op LinkedIn over haar duurzaamheidsbeleid en de keuze van het bedrijf voor kartonnen drankverpakkingen. De reacties onder deze berichten lieten zien hoezeer dit onderwerp leeft. “Er waren heel veel positieve berichten, dat was natuurlijk geweldig,” aldus Bas Boswinkel, algemeen directeur van Riedel. “Daarnaast heb ik ook wat kritische geluiden gehoord, maar dat houdt ons scherp en dwingt ons om nog beter en duidelijker uit te leggen waarom we bepaalde keuzes maken.”

Duurzaamheidsstrategie

De reacties onder de LinkedIn-pagina hadden vooral betrekking op de keuze voor kartonnen drankverpakkingen. Boswinkel: “Riedel gebruikt al bijna vijftig jaar drankenkartons om sappen in te verpakken. Deze verpakking beschermt de inhoud het beste tegen de invloed van zuurstof en licht en de kwaliteit van het sap blijft zo het beste behouden. Het is bovendien de meest duurzame manier om sappen te verpakken. Ik ben dan ook blij dat de kleinverpakkingen van Appelsientje, CoolBest en DubbelDrank eerder dit jaar van PET zijn overgegaan naar kartonnen verpakkingen. Want het gebruik van kartonnen verpakkingen past in onze duurzaamheidsstrategie. De belangrijkste doelstelling van deze strategie is een bijdrage leveren aan het stoppen van de opwarming van de aarde door de CO2-uitstoot drastisch te reduceren. Dat geldt voor onze productieprocessen, maar ook voor de verpakkingen. Daarnaast willen we een bijdrage leveren aan het stoppen van het uitputten van de aarde. Dat betekent het stoppen of structureel verminderen van het gebruik van fossiele grondstoffen zoals aardolie en mineralen in onze verpakkingen. Onze derde pijler is onze ambitie om de plastic soep te verkleinen; we willen daarom het gebruik van plastics in onze verpakkingen en omverpakkingen
minimaliseren.”

De overgang van de kleinverpakkingen van Appelsientje, CoolBest en DubbelDrank van PET naar kartonnen verpakkingen eerder dit jaar moet in het licht van deze duurzaamheidsstrategie worden gezien. Toch zijn de meningen over de duurzaamheid van kartonnen verpakkingen verdeeld, erkent ook commercieel directeur Leonie Kortleve: “Er zijn nog altijd misverstanden over kartonnen verpakkingen. Bij consumenten, journalisten, maar bijvoorbeeld ook bij onze retailpartners. Die bellen ons dan op en zeggen: ‘Ik hoor dat jullie die kartonnen verpakkingen gebruiken om niet mee te hoeven doen aan het statiegeldsysteem, hoe zit dat?’. Daar kunnen we natuurlijk een heel kort antwoord op geven, want 98% van onze producten valt als puur sap helemaal niet onder het statiegeldsysteem. Dus er is niks te ontduiken. En een kartonnen verpakking heeft gewoon 74% minder CO2-uitstoot. Voor de helderheid: wij zijn helemaal niet tegen het statiegeldsysteem en als het in de toekomst ook voor kartonnen verpakkingen gaat gelden, dan doen wij vanzelfsprekend gewoon mee.”

Een ander veelgehoord misverstand gaat over zwerfafval, merkte Margreet Houthoff, binnen Riedel verantwoordelijk voor het duurzaamheidsbeleid. “Ik spreek met veel retailers over de verschillende verpakkingen. Daarbij noemen mensen zwerfafval soms in één adem met kartonnen verpakkingen. Ook hier spreken de feiten voor zich: bijna 100% van alle kartonnen verpakkingen komt in het reguliere afvalsysteem terecht; slechts 0,5% van al het zwerfafval is aan te merken als drankkarton. Uit onafhankelijk onderzoek blijkt ook duidelijk dat er niet méér kartonnen verpakkingen in het zwerfafval terechtkomen na de invoering van statiegeld op PET-flessen.”

Onafhankelijk onderzoek

Houthoff merkte dat de behoefte groeide aan een wetenschappelijke, feitelijke onderbouwing van Riedels keuzes door een neutrale, onafhankelijke derde partij. “Daarom hebben wij het onafhankelijke Institut für Energie- und Umweltforschung – IFEU – in het Duitse Heidelberg gevraagd een uitgebreide levenscyclusanalyse uit te voeren. De vraag was om de milieu-impact van onze nieuwe SIGnature-kartonverpakking en de eerder gebruikte PETflesjes met elkaar te vergelijken. Vanaf grondstof en productie tot en met recycling.”

Over dat onderzoek, waarvan Riedel inmiddels een uitgebreide samenvatting op haar website heeft geplaatst, is natuurlijk meer te vertellen. De aangewezen personen daarvoor zijn Piet Haasen en Kris Kuppen, beiden werkzaam op de Research & Development-afdeling van het bedrijf en binnen Riedel verantwoordelijk voor het onderzoek. Haasen: “Onze vraag was om een levenscyclusanalyse van sapverpakkingen op de Nederlandse markt te maken, waarbij werd gekeken naar de milieu-impact van onze nieuwe SIGnature-kartonverpakking en naar die van het eerder gebruikte PET-flesje.”

Riedel gaf de opdracht aan het gerenommeerde en onafhankelijke IFEU. Het had weliswaar zelf veel onderzoek gedaan naar de gebruikte verpakkingen en ook leverancier SIG beschikt over veel data over de milieu-impact van de kartonnen verpakking. Toch was er die behoefte aan een onafhankelijke visie, en met name aan een vergelijking met de eerder door Riedel gebruikte PETflesjes.
Kuppen: “Er wordt heel veel gezegd over de verschillende soorten verpakkingen. Soms op basis van feiten en onderzoek, maar vaak ook gevoed door emotie of verkeerde informatie. Wij wilden voor onze kartonnen verpakkingen feiten en cijfers die niet ter discussie zouden staan. Het was best spannend wat de resultaten zouden zijn. Natuurlijk kenden we de voordelen van karton ten opzichte van een PET-fles, maar we wisten niet hoe dat er in cijfers uitgedrukt uit zou zien.”

Haasen: “Ik ben blij dat we met het IFEU hebben kunnen werken. De onderzoekers van IFEU hebben veel gezag en hun onderzoeksmethoden staan niet ter discussie, nog los van het feit dat drie onafhankelijke wetenschappers hebben meegekeken
naar het onderzoek.”

Fossielvrij

En toen het rapport van IFEU op de mat viel in Ede? “Toen zijn we gaan lezen”, aldus Haasen, “en zagen we dat onze aannames over de milieu-impact van kartonnen verpakkingen klopten.” Haasen geeft desgevraagd een paar highlights: “De uitkomsten van dit onderzoek tonen ondubbelzinnig aan dat de kartonnen verpakkingen van Appelsientje, CoolBest en Dubbeldrank ruim 75 % minder CO2-uitstoot hebben dan onze multilayer-PET-flessen. Ook hebben onze verpakkingen 74% minder CO2-uitstoot in vergelijking met sappen in een monolayer-PET-verpakking. Verder besparen we meer dan 95% fossiele materialen, gebruiken we bij de keuze voor karton geen fossiel plastic en is er bij een kartonnen verpakking ruim 43% minder materiaal nodig.”

Indrukwekkende cijfers, maar Kuppen benadrukt dat de vlag niet uitging. “We zijn er nog niet: neem het recyclepercentage van drankenkartons. Dat is nu 31%, dat kan gewoon nog omhoog, waardoor de cijfers nog beter worden. Ik ben ervan overtuigd dat we dit recyclepercentage ook snel omhoog zullen krijgen. Daarnaast maken we grote vorderingen bij het vinden van een alternatief voor het aluminium laagje dat nu nog in onze verpakkingen zit.”

Dit laagje is nodig om het pak licht- en luchtdicht te maken. Het betreft slechts 5% van de hele verpakking, maar het bemoeilijkt de recycling van het lege pak en heeft een grote CO2-impact. Haasen: “Daarom starten we binnenkort een proef met een plant-based alternatief. Pakt deze pilot goed uit, dan zullen onze kartonnen verpakkingen binnen afzienbare tijd helemaal fossielvrij zijn. Zo wordt de CO2-reductie nog groter.”

Consumentenvoorkeur

Riedels keuze voor karton sluit aan bij wetgeving die de Europese Unie in voorbereiding heeft en die erop gericht is het gebruik van plastic in verpakkingen zoveel mogelijk te beperken. En het plastic dat wordt gebruikt, moet zo veel mogelijk worden gerecycled. Boswinkel: “Recyclen is dus geen doel op zich, maar een middel om ervoor te zorgen dat er geen zwerfafval en geen moeilijk afbreekbaar plastic in het milieu terechtkomt. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat steeds meer producenten juist van plastic overstappen op karton.”

V.l.n.r.: Bas Boswinkel, Leonie Kortleve en (staand) Chantal Singels. (Foto: Jan Willem Houweling)

Boswinkel doelt op de plasticvrije flessen voor wasmiddelen, papieren flessen in de cosmetica-industrie, recyclebare boterverpakkingen of de papieren zakjes die in Nederlandse supermarkten te vinden zijn. Dan dringt zich toch de vraag op waarom er zoveel kritiek is op de kartonnen drankverpakkingen. Of valt het wel mee met die kritiek? Boswinkel: “We hebben onderzoek gedaan naar de voorkeur van consumenten. Hieruit blijkt dat 51% een kartonnen verpakking verkiest, 30% heeft een voorkeur voor PET. Als we de ondervraagden vervolgens vertellen over de duurzaamheidsvoordelen van karton, stijgt het percentage dat de voorkeur geeft aan karton zelfs naar 68%.”

Maar, zo benadrukt Boswinkel, dat wil niet zeggen dat Riedel kritiek op de duurzaamheidsstrategie negeert: “We zijn bezig met een aangepaste website waar we ons beleid en onze ambities op het gebied van duurzaamheid in heldere taal uitleggen. Want ons ambitieniveau is hoog. Niet alleen met de CO2-reductie die we realiseren met onze keuze voor karton, maar ook met de verduurzaming van ons productieproces door het gebruik van fossiele brandstoffen radicaal te reduceren en door het gebruik van biostoom en zonnepanelen. Ook gaan we CO2-neutraal fruit gebruiken, en ook onze eigen waterbronnen, die zich diep onder onze fabriek in Ede bevinden.”

Riedel kiest voor een open aanpak. Zo wil het rondetafeldiscussies over dit onderwerp organiseren. Boswinkel: “Om onze standpunten toe te lichten, maar zeker ook om te luisteren. Naar kritiek, en hopelijk ook naar ideeën om het samen nog beter te doen. Dus hierbij een oproep aan allen: neem contact met ons op om te praten over onze gezamenlijke doelstellingen, over prioriteiten daarin en om ervoor te zorgen dat we met zijn allen nog betere keuzes gaan maken voor een gezamenlijk milieubeleid dat nog beter is.”