Spant Den Haag het paard achter de wagen?

0
Leestijd: 2 minuten

Nederland is een van de meest welvarende landen in Europa. We hebben een gezonde economie en een lage staatsschuld, en dat biedt het kabinet de ruimte om de economische crisis met ruime steunmaatregelen te lijf te gaan. Maar toch bekruipt mij al jaren het gevoel dat men in Den Haag denkt dat de bomen tot in de hemel groeien. Het geld klotst tegen de plinten, zo lijkt het. En wellicht is dat ook zo, want de laatste acht jaar is de collectieve lastendruk van 36% naar 39% van het bnp gestegen. Gevolg: een steeds ruimer overheidsbudget, terwijl de (private) koopkracht van burgers nauwelijks is gegroeid.

Maar wie het ruim heeft, laat het ruim hangen en dat geldt ook voor onze overheid. Aan de ene kant is er verstandig met geld omgegaan door de staatsschuld terug te dringen, aan de andere kant vliegt het geld de kas uit, bijvoorbeeld aan subsidies voor biomassa (€ 11 miljard) en elektrisch rijden (€ 6 miljard). Leuk natuurlijk, maar als CO2-reductie het doel is, kunnen we het beter op een andere manier besteden. Ook stort Nederland zo’n € 20 tot 25 miljard in het EU-coronafonds. Niet geheel verrassend komt dat geld met name bij EU-landen terecht die zich vaak niet aan de EU-afspraken hebben gehouden en nu met een veel te hoge staatsschuld zitten. En deze gift komt boven op de netto € 5,4 miljard, die Nederland al jaarlijks aan de EU bijdraagt. Goed, Zwarte Piet mag dan wel persona non grata zijn, maar Nederland mag wel nog steeds voor Sinterklaas spelen.

Blijkbaar zijn er een hoop politici in Den Haag die denken dat wij in de ‘hoorn des overvloeds’ leven. We moeten echter wel beseffen dat de welvaart Nederland niet is aan komen waaien. Daar is veel ondernemerschap, innovatie en inspanning voor nodig geweest.

En juist daar maak ik mij de laatste jaren steeds meer zorgen over: dat er in Den Haag mensen zitten die wél weten hoe je het geld uit moet geven, maar die niet weten hoe je dat geld moet verdienen. In het bijzonder stoor ik mij daarbij aan de manier waarop met onze agrisector wordt omgesprongen. Het agrifoodcluster is goed voor 8% van het bnp en is daarmee een stuwende kracht achter ons jaarlijkse handelsoverschot. Kortom, het legt een fundament onder de Nederlandse welvaart.

Maar Den Haag komt de laatste jaren niet verder dan een beleid dat nog het beste te betitelen valt als ‘autocratisch boertje pesten’. De sector had al te kampen met een enorme lading aan regels en bureaucratie (je kunt waarschijnlijk beter accountant dan boer worden), maar met de aanvullende stikstofregels wordt het steeds lastiger om in een vrije EU-markt een concurrerend product te kunnen leveren. Als klap op de vuurpijl komt daar dan nog even een ‘voermaatregel’ bovenop, die met name de melkveehouders tot wanhoop drijft. Zij voelen zich in algemene zin in de steek gelaten door een overheid die geen oog meer heeft voor zaken als een ‘gelijk speelveld’ en top-down regels over de sector uitstort.

Maar de boeren geven niet op, zijn strijdbaar, demonstreren en hebben – niet onbelangrijk – de sympathie van een flink deel van de Nederlandse bevolking. Wellicht dat Den Haag nog tot inkeer komt in het najaar, als een nieuwe begroting voor 2021 gemaakt moet worden en er een nieuw realisme ontstaat: brood moet eerst op de plank komen voordat je het kunt verdelen.

‘Den Haag komt de laatste jaren niet verder dan een beleid dat nog het beste te betitelen valt als ‘autocratisch boertje pesten’’