Standbeeld

0
Een onderwerp dat ook de foodsector steeds meer gaat raken, zijn de ‘sustainable development goals’ uit 2015 van de Verenigde Naties, die een einde moeten maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering in de wereld. Food loopt als een rode draad door zo’n beetje alle (zeventien) doelen heen.
Willen we dat die duurzaamheidsdoelen van de VN echt gestalte krijgen in food, dan zullen we ons uiterste best moeten doen om op te schalen en het verduurzamingsproces onder de massa te brengen. Ik signaleer daarin twee tegengestelde bewegingen. Aan de ene kant zien we dat er sprake is van een gestage evolutie, waarin er sprake is van misschien kleine, maar toch betekenisvolle stappen op weg naar mainstream. Zo gaat de omzet van biologisch in 2018 naar verwachting door de grens van 1 miljard euro. En zien we dat Aldi in Nederland een langlopende publiekscampagne is gestart om te laten zien dat verantwoord en voordelig prima samen kunnen gaan. Dit natuurlijk mede in reactie op Lidl, waaraan Aldi de afgelopen jaren veel marktaandeel heeft moeten afstaan, maar dat is juist prima, die groene concurrentie. Lidl zelf heeft trouwens ook weer een mooie stap gezet op het gebied van duurzaamheid, met de omarming van het Kipster-initiatief. Een fijn bericht, zeker ook na een zomer van permanente eiercrisis.
Tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat er ook krachten in de samenleving zijn die tegenwerken dat het gezonde en verantwoorde leven de massa bereikt. Kortgeleden verscheen daarover een interessante analyse van de Amerikaanse sociologe Elizabeth Currid-Halkett. Haar boek heet The Sum of Small Things, en zij beschrijft hierin de opkomst van een nieuwe elite, die zich niet van de massa onderscheidt door Rolex-horloges en Gucci-tassen te dragen, maar door de consumptie van peperdure biologische avocado’s, sojamelk en quinoa. De wetenschapster waarschuwt dat deze elite al net zo’n gesloten bolwerk begint te vormen als de bourgeoisie van weleer. Een tweedeling op het gebied van duurzaamheid dreigt tussen de hoogopgeleide ‘quinoaklasse’ (de term is van de journalist Koen Haegens) en de slecht (op)gevoede, zich vol vretende massa.
Overdreven? Misschien, maar de idee van een zelfgenoegzame elite die steeds verder afdrijft van Jan met de pet, heeft wel degelijk wortels in de werkelijkheid. Neem nu de venijnige uithaal naar de supermarkt die Ekoplaza-directeur Erik Does onlangs deed in dit vakblad. Hij beschuldigt de supermarkten ervan dat ze biologische producten goedkoper aanbieden dan hij zelf doet. Dat mag niet, vindt Does, want zo ontstaat een scheiding tussen kwaliteits- en budgetbio. Een verwijt dat hij overigens niet hard kan maken, geeft hij meteen toe. Lijkt me ook moeilijk, want een Eko-keurmerk is een Eko-keurmerk, nietwaar, waar je het ook aanschaft. Does’ eigen klanten maken gelukkig wel de juiste keuzes, constateert hij – namelijk door bij hem te kopen en niet in de supermarkt. Maar ja, zij zijn dan ook hoger opgeleid.
Bij zo veel dedain voor de gewone man wrijf je je even de ogen uit: zegt hij dat nou echt? Voor de democratisering van duurzaamheid verdient Does geen standbeeld, dat is duidelijk. Van Marcel Oosterwijk van Lidl daarentegen mag er wat mij betreft morgen een vervaardigd worden, uit duurzaam marmer natuurlijk. Komen we eindelijk ook eens te weten hoe de man eruitziet!
Frits Kremer