De strijd rond statiegeld – kappen nou!

0
Omdat ik van huis uit historicus ben en al bijna dertig jaar in de foodbranche vertoef, heb ik vanzelfsprekend een grote belangstelling voor de geschiedenis van onze mooie branche. Vandaar dat ik nog niet zo lang geleden het boek 1948-1998. 50 jaar zelfbediening in Nederland: geschiedenis van de supermarkttoekomst van Gerard Rutte weer eens ter hand nam. Het viel me op dat in deze uitgave, geschreven in 1997 onder auspiciën van het CBL, met geen woord werd gerept over de maatschappelijke rol van de sector, terwijl de eerste ngo’s toen al aan de poorten stonden te rammelen. Voor geen van de voor het boek ondervraagde directieleden van supermarktorganisaties – Albert Heijn, Vendex Food Groep, Sperwer Nationaal, Dekamarkt, Schuitema, Hermans Groep, Prisma Food Groep, De Boer Unigro – was dit in 1997 kennelijk een issue om rekening mee te houden.
In twintig jaar tijd is er veel veranderd. Supermarktorganisaties staan onder druk om hun assortimenten te verduurzamen en hebben daar ook daadwerkelijk beleid op ontplooid, zelfs zodanig dat van een vorm van institutionalisering van het duurzaamheidsthema kan worden gesproken. Illustratief voor de veranderde opvattingen is het gegeven dat het CBL tegenwoordig een brochure uitgeeft onder de titel ‘De supermarkt centraal in de maatschappij’, met ruime aandacht voor duurzaamheidsthema’s. Er is geleidelijk een nieuwe werkelijkheid ontstaan, waarin supermarkten en CBL vorm en inhoud proberen te geven aan een csr-beleid. Met sommige ngo’s – Wakker Dier, Milieudefensie, Greenpeace, Foodwatch – wordt aanhoudend strijd gevoerd, met andere zijn meer of minder hechte samenwerkingsverbanden ontstaan. Keurmerkartikelen hebben aanzienlijk meer ruimte in het schap gekregen en kennen sterk stijgende verkoopcijfers. Er is forse groei opgetreden in het biologisch assortiment, dat jarenlang een kwijnend bestaan leidde en door een speciale Task Force op de been moest worden gehouden. De grotere supermarktketens hebben duurzaamheidsmanagers aangesteld om het csr-beleid ten uitvoer te leggen en zijn overgegaan tot de publicatie van een duurzaamheidsverslag.
Dit alles schoot mij door het hoofd toen ik na het bericht van Gerards overlijden nogmaals zijn boek oppakte, aangeslagen door het gegeven dat hij het vervolg nooit meer zal schrijven, maar dankbaar voor het tijdsdocument dat hij heeft nagelaten. Er is veel positiefs gebeurd in onze sector, maar één ding vind ik onbegrijpelijk en dat is de verbeten strijd rond het statiegeld. De langslepende vete met de milieubeweging over dit onderwerp vormt een smet op het duurzaamheidsblazoen van de branche. Plastic Heroes leidt niet tot hoogwaardige recycling, constateerde het Centraal Planbureau onlangs, en Nederland Schoon leidt niet tot vermindering van het zwerfafval. Het zijn schijnbewegingen, in gang gezet om te ontkomen aan het onontkoombare.
‘Kappen nou!’, had Gerard daar ongetwijfeld over gezegd, waarschijnlijk vergezeld van wat krachttermen, want voor diplomaat was hij niet in de wieg gelegd. Met het verzet tegen statiegeld en de (uitbreiding van de) statiegeldplicht voeren we al jaren een achterhoedegevecht dat aan de consument, die we met zijn allen proberen op te voeden tot een duurzamer aankoopgedrag, niet uit te leggen valt. Een grote meerderheid van de consumenten is immers voor statiegeld, blijkt keer op keer uit onderzoek. Dus kappen. Nou.