Supermarkt en horeca van pandemie naar oorlog

0
Leestijd: 4 minuten

De foto hier is vrij willekeurig: het is de opening van ‘vegan restaurant’ Rozey in Delft. De laatste maanden, vooruitlopend op de versoepelingen, kregen we flink wat berichten over openingen en heropeningen van restaurants binnen, die trouwens door de begeleidende marcom-professionals vaak ‘hospitality concepts’ of ‘food concepts’ werden genoemd. Tsja, hoe ver wil je gaan met dat managerial gebazel. Het klinkt eerder als een gebrekkige vakopleiding.

Historici hebben er in allerlei media op gewezen tijdens de pandemie: een vergelijking met de uitbraak van de Spaanse griep meteen na de Eerste Wereldoorlog. In 1918 was er uiteraard opluchting, die oorlog was voorbij. Maar: van 1918 t/m ongeveer 2020 (dus in een periode van oorlog naar een periode van vrede) woedde wereldwijd de pandemie van de Spaanse griep, met volgens Wikipedia slachtofferschattingen die uiteenlopen van 17 tot wel 100 miljoen doden.

Maar toen die pandemie achter de rug was, ging de westerse wereld bijna een decennium lang uitbundig leven, feestelijk leven. Iedereen heeft wel eens ergens de vage zwart-witbeelden gezien van cocktailparty’s en andere partijen. Met de kenmerkende opkomst van de ‘flapper girls’, zogezegd de eerste generatie ‘bevrijde vrouwen’, betaalde baan, onafhankelijk, niet meer onderdanig aan de man, gekleed zonder korset, met kort bobkapsel, zo’n kek omhullend hoedje, jazzminnend, de ‘charleston’…

Allerlei tradities gingen overboord: deze vrouwen rookten, konden bij tijd en wijle stevig meedrinken met de mannen, reden auto en ‘gingen makkelijker dan gangbaar om met seks’, aldus de Nederlandse Wiki. Dát dus. En historici zeiden de afgelopen twee jaar: zoiets kan nu ook weer gebeuren, na de pandemie, een bevrijding van het juk van lockdowns en andere beperkingen, feest, uitbundigheid. En nu die pandemie momenteel een aflopende zaak schijnt te zijn (zeker weten we dat niet, met name in het zuiden van het land lopen de besmettingen weer op – maar dat lijkt eerder een incidenteel gevolg van carnaval), zou je zeggen: tijd voor die uitbundigheid.

Dat zou natuurlijk een geweldige oppepper zijn voor de horeca, na twee jaar lijden en afwachten, tegenover een supermarktsector met een enorme omzetgroei sinds maart 2020.

Maar historici kunnen zich net zo goed als alle andere mensen danig vergissen als hun uitspraken over de toekomst: vorige eeuw eerst oorlog, dan pandemie, dan uitbundigheid, maar in deze eeuw is het voorlopig: eerst een pandemie en vervolgens een oorlog. Weliswaar geen Derde Wereldoorlog (daar ziet het op dit moment niet naar uit, althans), maar wel een aanval van het ene land op het andere land, ongekend in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog – waarbij we de gewelddadigheden in het voormalig Joegoslavië betitelen als een intern conflict, het uiteenvallen van een natiestaat; niet vergelijkbaar met een invasie van Rusland in Oekraïne.

En zijn mensen in Nederland nu uitbundig? Het antwoord is afhankelijk van de bubbel waarin je verkeert, want ja, uitgaan tot diep in de nacht is er wel alweer bij sinds twee weken, maar het overgrote deel van de Nederlandse consument staart met afgrijzen en medeleven op de telefoon- en tv-schermen naar wat de Oekraïeners nu ongeveer twee weken elke dag meemaken. Tweeduizend kilometers van de Nederlandse grens vandaan voltrekt zich een ramp… ‘We zien het’, elke dag opnieuw.

En nu weer richting de supermarktsector versus de horecasector: die laatste had zich wellicht verkneukeld op zo’n periode van uitbundigheid, een ‘inhaalslag van genieten’, uit eten, uitgaan, de cultuursector opzoeken, buitenshuis consumeren… In plaats daarvan kijken we naar een tragedie die werelddeel Europa sinds 1945 niet meer gekend heeft.
En hoe zuur dat dan ook moge klinken: ook nu weer gedijt de supermarktsector hierbij, eigenlijk tegen wil en dank. Want er is geen reden voor uitbundigheid bij al die beelden van kapotgeschoten stadswijken en kinderziekenhuizen en miljoenen mensen op de vlucht voor geweld en gevaar.

Goed dat supermarktketens afgelopen maandag forse bedragen doneerden bij die Giro 555-actie. Een illustratie van empathisch ondernemen, deel willen uitmaken van medemenselijkheid en humaniteit, en uiteindelijk een recordbedrag van meer dan € 100 miljoen.

Probleemloos is deze periode voor de supermarktsector uiteraard niet. Een pak Brinta kost inmiddels € 1,95 (gekocht bij een fullserviceformule, we noemen maar even geen formulenaam). Een pak Brinta. Jarenlang een bulkproduct van jewelste, bijna twee euro nu. Want? Er zit alleen maar graan in. Gas, olie, nikkel, graan… het is bekende kost voor wie inkoopt namens een formule. En sinds gisteren ook: de koopkracht zal gemiddeld met 2,7% dalen in dit lopende jaar. En het kan oplopen tot 3,4%, aldus het Centraal Planbureau afgelopen woensdag.

Supermarkten zijn daarbij samen met het maandbedrag voor energie en de prijzen aan de pomp de ‘kanarie in de kolenmijn’: dáár merkt de consument hoe duur alles gaat worden of is geworden. En toch wil die Nederlandse consument ook graag de Oekraïener helpen. Want erop achteruit gaan is nog lang niet zo erg als huis en haard moeten ontvluchten als gevolg van een oorlog.

Nee, beste eigenaren van restaurant, café, dance hall, disco, pannenkoekenhuis, hotel et cetera, het zit jullie niet mee. Dat licht aan het eind van de tunnel dat Mark Rutte en Hugo de Jonge twee jaar lang in het vooruitzicht stelden, wordt weer uitgesteld. Bij zo veel menselijk leed 2.000 kilometer verderop is er geen aanleiding tot uitbundige consumptie.

Wellicht staan we zelfs op een keerpunt: het einde van die ‘global economy’, die in de jaren negentig van de vorige eeuw haar intrede deed. Tijdens de pandemie was het al duidelijk wat voor problemen er voor een nationale economie opdoemen bij zoveel verstoringen in de wereldwijde toeleveringsketens. Maar dat was dan alleen nog een logistieke en productiekwestie. De inval in Oekraïne en de reacties daarop van de westerse landen illustreert de opkomst van nieuwe economische grenzen. Nu treft dat vooral Rusland (en hopelijk vooral de oligarchen in plaats van de bevolking, maar dat is vaak ijdele hoop…), maar de kans is reëel dat het westen zich ook zal afkeren van het wrede China, dat communistische imperium dat mensenrechten schendt in de omgang met de Oeigoeren en dat er al jaren op zint om het democratische Taiwan en het alsmaar protesterende Hongkong in een dictatoriaal gareel te krijgen.

Dit is een periode waarin de dominee het voor het zeggen heeft en niet de koopman. En dat zou je – bij alle Oekraïense ellende – een winstpunt kunnen noemen. Hardere en duidelijker keuzes met wie je wel en niet zaken wilt doen, op grond van ethiek en moraal. En als dat zo zal gaan, zal zowel supermarkt als horeca dat ook ervaren. In die zin dat de consument zich meer als burger zal opstellen en zich bewuster wordt over de vraag ‘wie steun ik als ik dit koop?’.