To be or not to be in Russia, dat is de vraag

0
Leestijd: 3 minuten

President Zelensky van Oekraïne (foto) heeft in een toespraak afgelopen zaterdag Zwitserse bedrijven opgeroepen geen zaken meer te doen met Rusland. Dan gaat het uiteraard vooral om de banken in dat land, maar Zelensky noemde ook ‘good food, good life’, daarmee verwijzend naar de slogan van Nestlé. Nestlé heeft nog steeds niet besloten om de activiteiten in Rusland te staken, al worden er volgens de levensmiddelengigant alleen nog ‘essentiële voedingsmiddelen’ in Rusland verkocht.

Een foto in Het Financieele Dagblad deze week: Britse burgers demonstreren. Een bord heeft de tekst: ‘Persil. No detergent will clean your conscience. Unilever, stop doing business in Russia.’ Unilever heeft wel de export stopgezet, maar het heeft wel fabrieken in Rusland en die draaien nog. Ook de grote levensmiddelenconcerns raken betrokken bij de oorlog in Oekraïne, of ze dat nu willen of niet. En het geldt niet alleen voor Unilever en Nestlé. Je kunt op internet net zo goed foto’s vinden van demonstranten die Danone oproepen zich uit Rusland terug te trekken.

Voor bedrijven is een wereldbeeld aan het kantelen. Na de Koude Oorlog was de hele wereld opeens het speelterrein, de landen van het Warschau-pact, de voormalige Sovjet-Unie, China kwam erbij, nou nee, heel Azië zowat… de jaren negentig vormde het begin van de vorming van een zogeheten ‘global economy’.

Dick Veerman van Foodlog noemt deze tijd ‘de nieuwe Koude Oorlogswereld’, in een opiniestuk over voedselschaarste in NRC Handelsblad. Een ‘nieuwe Koude Oorlog’? Koud is het niet eens, de oorlog is bikkelharde dagelijkse realiteit. Maar de term is wel op z’n plaats in de zin van een westerse wereld met een waarheid en een Russische wereld met een andere waarheid. En een Chinese wereld met weer een andere waarheid, bijvoorbeeld als het gaat om de vervolging/opvoeding van de Oeigoeren.

‘Vervolging’ als de westerse waarheid, ‘opvoeding’ als de Chinese ‘staatswaarheid’. En helaas, voor ons westerlingen, is het maar al te duidelijk dat de Russische en de Chinese waarheden propagandafabels zijn. In die wereld worden bedrijven gedwongen om te kiezen. Je moet niet alleen verduurzamen, je moet sinds 24 februari ook duidelijk laten zien waar je voor staat; of ‘mensen voeden’, en dus ook Russen. Of ‘alleen actief zijn daar waar een democratische rechtsstaat is’. De redenering van concerns in de trant van ‘we zijn daar juist aanwezig om de dialoog aan te gaan’, die is niet meer van deze tijd. De globalisering zal niet nu voorgoed voorbij zijn, maar de globalisering heeft nu wel een pauze genomen. En hoe lang die pauze duurt, is onduidelijk.

De oorlog in Oekraïne kan ook de opmaat vormen tot blijvende vragen over welk land dan ook waar welk concern zich dan ook maar bevindt. Met als vraag: waar sta je? Zulke vragen waren er al vaker. Denk aan Unilever en Ben & Jerry in de Joods-Palestijnse kwestie. Denk aan het moment waarop Hanneke Faber van Unilever in het tv-programma ‘De achterkant van het gelijk’ (met Alexander Pechtold als gespreksleider) een fabriek in Myanmar noemde. Die fabriek staat er. Maar sluit je hem als de junta van dat land op de eigen protesterende burgers met scherp gaat schieten? Moeilijk.

Je kunt als concern altijd hopen dat gewelddadigheden een incident zijn, iets van korte duur, waarna de media-aandacht verdwijnt. Je kunt als concern ook een andere afslag nemen: en dat is dat je van tevoren een gedragscode opstelt voor de eisen waar een land of een marktgebied aan moet voldoen (vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, democratische rechtsstaat etc.). En dat je het je aandeelhouders duidelijk maakt dat je meteen stopt met ijsjes, bier, soep of bonen in blik produceren als dat land niet meer aan de gestelde eisen voldoet.

Ja, maar als een ander dat dan wél doet, dus gewoon blijven zitten, ook als een leger of politie-eenheden de burgers van een naburig (Rusland-Oekraïne) of de eigen (Myanmar) bevolking onder vuur neemt? Tsja. Moet meer omzet dan altijd leidend zijn?

Het kan zich via een belangrijke buitenwacht in de komende jaren ontwikkelen. Banken, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen hanteren sinds een tijd zogeheten ‘esg’-maatstaven (‘environmental’, ‘social’ en ‘governance’) bij de keuze van in welke bedrijven wordt geïnvesteerd. ‘Governance’ slaat de op de kwaliteit en de borging van het bestuur van het bedrijf zelf. Maar je zou kunnen bedenken dat dat een tweede ‘governance’ bij komt: welk bedrijf wil actief zijn in een land met een ‘governance’ van een autocraat, een dictator, een land zonder persvrijheid, waar oppositieleiders door middel van een fakebeschuldiging zomaar jarenlang celstraf kunnen krijgen en waar burgers worden gekneveld tot zelfs gemarteld? En het argument ‘de dialoog aangaan’ is dan geen argument meer, mensen voeden en werkgelegenheid verschaffen voldoen in dat toekomstscenario evenmin als argument.