Versoepelen. Liever blije mensen of liever meer omzet?

0
Leestijd: 4 minuten

Hebt u ze ook op tv of op sociale media gezien? Al die blije mensen die tijdens Koningsdag – iets te veel – de teugels lieten vieren en die de dag erna, afgelopen woensdag, als eerste op een terras plaatsnamen? Ja, dat is allemaal omzet die de supermarkt nu in theorie weer gaat verliezen. Maar ‘we’ krijgen er in het beste geval wel klanten voor terug van wie de lontjes niet meer zo kort zijn. ‘Ik was dat wandelen spuugzat!’

Het was tijdens Koningsdag al niet meer om te houden. Parken moesten geruimd worden, de ME moest er her en der aan te pas komen. En dan een dag later, 28 april, is opeens ‘een flintertje meer mogelijk’ voor de horeca.

In India is zich op dit moment een humanitaire ramp aan het voltrekken, iets te veel massabijeenkomsten van politieke en godsdienstige aard, en weken later gieren de besmettingscijfers omhoog (benieuwd of de populistische premier Modri zich hier nog voor gaat verontschuldigen of dat hij de ‘houwdegenlompheid’ van de Braziliaanse president Bolsonaro kiest, of – in het ergste geval – de schuld bij moslims gaat leggen).

Aura Timen, Jaap van Dissel, Ernst Kuipers, Diederik Gommers, Ab Osterhaus, Marion Koopmans – afijn u kent deze rij ‘B©N’ers’ (‘bekende ‘coronapandemie-Nederlanders’) inmiddels sinds ruim een jaar heel goed: ze hadden allemaal zo hun reserves bij dat moment van 28 april, avondklok in de prullenbak en de horeca op terrassen weer open – tot zes uur (bedenk: Duitsland is deze week met aanzienlijk lagere besmettingscijfers een zoveelste lockdown in gegaan).

Op tv zag je allemaal opgetogen horeca-ondernemers. En opgetogen Nederlanders. Al is het r-getal nog niet echt goed en nemen de besmettingen niet af, ‘we kunnen weer – althans, een beetje’. Winkelen: in een lange rij voor de Primark. Zonde van al die kleertjes uit Bangladesh, hongerloon, arbeidsomstandigheden, maar goed, de dames in kwestie stonden een uur in de rij, want wellicht heeft Galon Weston een leuk T-shirt voor me voor vier euro. ‘Junktextiel’, daar zijn veel Nederlandse vrouwen kennelijk gek op.

Probleem? Ja. Problemen te over. Losgelaten dieren. Zo leken de Nederlanders de afgelopen twee dagen. Iemand in een tv-praatprogramma sloeg de spijker op z’n kop: over twee weken eens goed kijken naar het r-getal. Maar ja, je bent, zeg, 22, en je wil je studentenkamer wel eens uit. Wie begrijpt dat niet?

Versoepelen dus. En zo zaten gisteren de terrassen goed vol. Niet echt vol, want alles op afstand. “Daar ga ik niet voor opendoen”, zei een horeca-eigenaar in Het Parool nog. Hij heeft een terrasruimte voor maximaal acht gasten. “Daar kan ik niet voor inkopen.” Ook begrijpelijk.
Het Parool meldt ook een jonge student, die nota bene een tijdje voor de GGD werkte sinds corona, maar die gisteren, met een goeie vriend van ‘m, van begin van de middag tot bijna zes uur een terrasstoeltje bezet hield, en die vriend van hem een andere stoel. Waarom? Eindelijk ‘uit’! Eindelijk een koud en lekker glas bier aan de mond. Hij zei ook: “En dat wandelen komt je ook de strot uit!” Hij woont bij zijn ouders.

Voor al diegenen die als trendwatcher, marketeer of andere waarzeggersmethode in de afgelopen vijftien maanden heeft verkondigd dat corona ‘alles verandert’. Nee. Het heeft niets veranderd. ‘We willen terug naar het oude normaal’, zoveel is duidelijk.
En dat houdt ook in dat de supermarktsector straks z’n ‘extra corona-omzet’ weer kwijt zal raken aan de horeca. Als je dan Albert Heijn heet, vind je dat niet eens zo erg, want je beseft; binnenkort krijgen die tientallen AH To Go’s op stations en binnensteden eindelijk ook weer wat meer geld in de kassa’s.

Maar misschien is het wel zo prettig voor de hele sector. Geen geprikkelde consumenten meer, geen gedoe met opstandige supermarktbezoekers die geen mondkapje dragen. Geen kloppartij meer zoals afgelopen zomer in Egmond aan Zee, toen een AH-filiaalleider of -franchiser een kist sinaasappels naar zijn hoofd geslingerd kreeg omdat hij een groep klanten die ‘met te veel waren’ tot de orde wilde roepen.

Minder omzet, oké. Maar niet meer die vreselijke toestanden van gefrustreerde klanten die niet in staat zijn of gewoonwrg ‘niet het IQ hebben’ om een ‘coronaconcessie’ te doen en zich te voegen naar algemene richtlijnen. Niet meer zo’n jongen die in Den Bosch een Jumbo City en een Primera kort en klein slaat en niet meer weet waar- ie eigenlijk mee bezig is.
‘Bevrijding’. Dat waren de beelden in de media van de afgelopen twee dagen.

Maar er is ook een tegengeluid, een bijzonder geluid. Van Arjan van Veelen, partner van Rosanne Hertzberger en net als zij columnist of publicist in NRC Handelsblad. Daar staan ze weer, schrijft hij, die onderkant-samenleving-mensen die weer de Primark in denken te moeten. Daar staan we straks weer, lopend door binnensteden, op zoek naar een textielkoopje dat ons eventjes gelukkig maakt en troost biedt door wat we kopen. Jammer, aldus Van Veelen. Hij beschouwt zichzelf als voormalig koopverslaafde. Niet zozeer textiel, maar in zijn lunchpauzes kocht hij vaak ‘spulletjes’. Papierwaren, of mokken van Le Creuset. En hij is ervan af geraakt, dat kopen omwille van het kopen, als balsem voor de gestresste ziel. De lockdowns hebben hem doen inzien dat dat allemaal idioot was. Dat tegengeluid zal niet beperkt blijven tot alleen Van Veelen zelf.

Maar dat geldt dan weer niet voor de supermarktsector, gelukkig.
Van de andere kant, al die opgeluchte gezichten op die terrassen: het laat wel zien hoe groot de aantrekkingskracht van de horeca is ten opzichte van de supermarktsector. De supermarkt, daar móet je soms zijn. De horeca, daar zóu je willen zijn.