Vivera: toch weer onderdeel van een vleesleverancier

0
Leestijd: 2 minuten

Deze week werd het bekend dat Vivera, merk en producent van vleesvervangers, onderdeel gaat worden van JBS, een grote Braziliaanse vleesleverancier. Dat is eigenlijk vreemd, als je bedenkt dat Vivera jaren geleden onderdeel was van Encko Food Group, een leverancier van vleessnacks. Destijds was het oordeel: het is beter voor vleesvervangersmerk om niet meer onderdeel te zijn van een producent van vleessnacks. Maar nu wordt Vivera toch weer onderdeel van zo’n leverancier.

Wat is nou het beste? Onderdeel zijn van een vleesleverancier? Of juist losstaan van een vleesleverancier?
Valess is van FrieslandCampina, De Vegetarische Slager is van Unilever, dat ook Unox nog in handen heeft. Maar Jaap Korteweg, oprichter van De Vegetarische Slager, heeft zich altijd erg afgezet tegen de consumptie van vlees. Totdat zijn bedrijf onderdeel van Unilever werd. Toen werd het een merk met, volgens Unilever Europa-directeur Hanneke Faber, een merk met een sociale missie.

Vivera was jarenlang onderdeel van Enkco Food Group. Enkco Food Group en Vivera, de een maakte satéballetjes, de ander de vervangers van vlees. In Holten werd op een gegeven moment een klap erop gegeven: beide bedrijven moeten loskomen van elkaar. Enkco Food Group verloor zijn vleesvervangersgedeeltje, dat ging naar investeerder Gilde. En Enkco Food Group werd naderhand zelf weer onderdeel van vleesleverancier Van Loon Group. Gilde heeft deze week Vivera verkocht aan JBS, een reusachtig groot vleesbedrijf uit Brazilië. Het aankoopbedrag moet volgens Het Financieele Dagblad in de ‘honderden miljoenen’ zijn geweest, want Vivera is – volgens die krant – na Quorn en na Nestlé met zijn vleesvervangersmerk Garden Gourmet – de nummer drie binnen de vleesvervangers in Europa. O, dat is dan kennelijk groter dan De Vegetarische Slager.

Maar er is een groep vegetariërs en veganisten die willen dat een merk vleesvervangers ook echt de boodschap en houding uitstraalt van ‘wij strijden tegen de vleesconsumptie’. En ‘tegen de ontbossing omwille van de soja voor veevoer’. En tegen ‘een kilo vlees kost in de productie ‘zoveel-duizend’ liter water’. Dat zijn veelal consumenten die de vleesindustrie als een bron van dierenleed en milieuschade beschouwen. Denk aan ‘de fans’ van een merk als Beyond Meat.

Wat vinden die consumenten er dan van dat een vleesvervangersmerk onderdeel is van een vleesleverancier? Je kunt ook zeggen: dat is een kleine groep fanatiekelingen, de meeste vleesvervangerskopers zijn ‘parttime-vegetariërs’, die gewoon zo nu en dan geen vlees willen eten om een steentje bij te dragen, maar dan zonder zich te bekommeren om ‘van wie dit merk is’ en voor wie dat verder ‘worst’ zal zijn.

Aan Vivera de uitdaging om dit in goede – voor Vivera en JBS gunstige – banen te leiden. Eigenlijk zit Unilever ook met deze kwestie. Oprichter Jaap Korteweg van De Vegetarische Slager zette zich altijd af tegen de vleesindustrie. Maar hij verkocht jaren geleden wel zijn bedrijf aan een bedrijf dat Unox in huis heeft, met rookworsten en met soepen etc. met vaak vlees erin. Korteweg vond dat zijn bedrijf in handen van Unilever meer doorgroeimogelijkheden had en zodoende: een kans op meer plantaardige voedselpatronen. Ja, kan zijn, maar je levert je overtuiging uit aan een bedrijf met vleesproductie. Voor Vivera geldt nu hetzelfde, zij het wel dat Vivera nooit een persoon als Korteweg in huis heeft gehad die flink de publiciteit zocht voor een eiwittransitie.

Misschien is een soort keerzijde ook het geval: een vleesvervangersleverancier kan smakelijkere producten op de markt brengen met aan de hand de kennis en kunde van vleesleveranciers. Minder zout, minder vet, minder toevoegingen, en zodoende een goede doorontwikkeling van vleesvervangers, die nu nog vaak van allerlei toevoegingen vergeven zijn.
Laten we het voor Vivera hopen…