Voedselverspilling ‘uitlokken’

0
“Doe me nog maar een doos eieren. Mijn zoon eet er veel, maar hij gooit ze weg als ze niet perfect zijn bereid!”
Dat hoorde ik onlangs bij een eierkraam, op een biologische markt nog wel. Gaan die dure bio-eitjes zó in de vuilnisbak? Heb je nog niet gehoord van voedselverspilling? Dat had ik willen zeggen, en normaal kan ik het niet laten om te reageren. Maar deze keer was ik te veel van mijn à propos. Terwijl ik denk dat iedereen nu onderhand wel weet dat je voedsel zo weinig mogelijk moet weggooien, bleek een biokoper als deze dat gewoon te doen. En dan ook nog vragen om een papieren zakje, zeker.

Misschien trof het me wel zo door de uitleg over duurzame verpakkingen, tijdens een brainstormsessie onlangs. Wij Nederlanders kijken meer naar de verpakking dan naar de inhoud: hoe recyclebaarder het verpakkingsmateriaal, hoe beter. En het liefst is het ook nog biologisch afbreekbaar. Maar wat blijkt: dit soort verpakkingsmaterialen echt niet altijd zaligmakend duurzaam. Recycled materiaal bevat altijd vervuiling. Komt het materiaal direct met het levensmiddel in contact, dan kan die vervuiling op het product overgaan. Dat hebben we gezien met kartonnen verpakkingen voor bijvoorbeeld ontbijtgranen. Hetzelfde geldt voor plastic. Dan maar biologisch afbreekbaar, is dan de redenering. Maar nee, veel van deze materialen hebben ideale omstandigheden nodig om te vergaan en die doen zich maar zelden voor. Bovendien zijn ze geen voeding voor de bodem. En de vruchtbaarheid van de bodem is volgens de deskundige (die die uitleg gaf) het grootste probleem voor onze toekomst. 
Volgens hem kunnen we in Europa nog twintig tot vijftig jaar voedsel op onze bodem telen en dan is het op. Monocultuur is net zo vervuilend als de olie-industrie. Daarmee is voedselverspilling voorkomen misschien wel prioriteit nummer één als het gaat duurzaamheid en dus onze toekomst. 
Wat ín een verpakking zit, is daarom vanuit duurzaamheidoogpunt dus vele malen kostbaarder dan de verpakking zelf. De voedselindustrie zal daarmee de plicht krijgen om hun producten zo te verpakken dat er bij de consument thuis zo min mogelijk verspilling optreedt. Dat kan betekenen dat de verpakking van ‘maagdelijk’ karton of plastic moet zijn gemaakt, omdat daarmee het product langer houdbaar is. Maar het gaat ook om de hoeveelheden in verpakkingen.
Nu nog gaat het om de economische waarde van de hoeveelheid, straks om de duurzaamheidswaarde; blijven er geen restjes over die weggegooid gaan worden? 
Wat supermarktketens en levensmiddelenfabrikanten vaak ook vergeten, is verspilling die ze – onbedoeld, mag ik hopen – ‘uitlokken’ door middel van receptsuggesties op een verpakking of een website. Zo had ik laatst van één maaltijdbox met drie maaltijden een half bakje cherrytomaatjes, ½ komkommer, ½ bakje munt, ½ bakje tuinkers, ½ pak groene asperges, ½ zakje geraspte kaas, half pakje tomatensaus, ½ zakje soepgroenten, ½ pak verse lasagnebladeren en driekwart pot chutney over. Die tomaat en komkommer peuzel ik wel op. Met die tomatensaus en de soepgroenten heb ik een soepje gemaakt, maar wat moest ik met die verse lasagnebladeren en die chutney? En die munt is ook geen kruid waar je veel van gebruikt. Verspilling, die door een andere manier van denken heel simpel voorkomen kan worden.  
Duurzaamheid heeft bij de consument in de keuken nog een lange weg te gaan. Een supermarktketen of een fabrikant kan hen makkelijk een handje helpen.
Anneke Ammerlaan