Waar blijft Jumbo’s Brabantse bravoure?

0
Leestijd: 2 minuten
Je zou bijna vergeten dat Jumbo in 2000 nog een regionale speler was met een consumentenomzet van ‘slechts’ € 300 miljoen, indertijd goed voor een marktaandeel van zo’n anderhalf procent. In de voorbije vijftien jaar is de Jumbo-formule stormachtig gegroeid, naar een consumentenomzet van € 6,25 miljard in 2015. Met een marktaandeel dat richting 18% gaat, is Jumbo inmiddels de onbetwiste nummer twee van Nederland, achter marktleider Albert Heijn.
Wat in die afgelopen vijftien jaar opviel, was dat de wenkbrauwen in de branche menigmaal fronsten wanneer het familiebedrijf zijn ambities met Brabantse bravoure uit de doeken deed. Bijvoorbeeld toen Jumbo-ceo Frits van Eerd eind 2006, op het moment dat de teller op 94 supermarkten stond, verkondigde dat Jumbo binnen vijf jaar tijd het winkelbestand naar 200 vestigingen zou uitbouwen. Een belofte die in 2011 ook daadwerkelijk werd ingelost. De aanjager van was natuurlijk de overname van Super De Boer. Na de bekendmaking van die overname organiseerden wij met het EFMI destijds enkele workshops over dit onderwerp.
Onder de deelnemers bespeurde ik toen een interessante mix van enerzijds bewondering voor Jumbo’s durf en ondernemerschap en anderzijds scepsis over de vraag of het familiebedrijf zich niet aan zo’n ingrijpende ombouw en integratie zou vertillen. Ondanks dat de Super de Boer-case een succesverhaal werd, was diezelfde mix van bewondering en scepsis er wederom bij de overname van (de veel grotere kluif) C1000. Hoewel Jumbo er nooit een geheim van heeft gemaakt op zoek te zijn naar nieuwe acquisities, kwam de overname van La Place begin 2016 voor velen toch als een verrassing. De hele branche zat dan ook klaar voor Jumbo’s plannen met de foodserviceformule.
Jumbo zocht in de afgelopen weken veelvuldig de media op. Zo was er natuurlijk de ‘bitch fight’ met bierbouwer Heineken en liet Frits van Eerd in de Volkskrant optekenen dat Jumbo binnen vijf jaar Albert Heijn voorbij zal zijn gestreefd als online-marktleider. Maar over de plannen en ambities met La Place blijft het, tot het moment dat ik deze column schrijf, angstvallig stil in Veghel.
Nu is het ook weer niet zo dat er bij La Place helemaal niets gebeurt. Zo (her)openden onlangs alweer enkele La Place-vestigingen bij nieuwe ‘bewoners’ van voormalige V&D-panden. Door de op handen zijnde samenwerking met Hudson’s Bay Company (HBC), die medio 2017 naar verluidt twintig warenhuizen in Nederland wil openen, kan dat aantal verder oplopen. Daarnaast is de instroom van La Place-koffie in het Jumbo-assortiment mogelijk een voorbode van een integratie van het (ijzersterke) La Place-merk binnen de Jumbo-formule.
Het echte Veghelse tromgeroffel over La Place moet voor mijn gevoel echter nog komen. Het zou mij na al die jaren van ‘Nederlandse’ groei niet verbazen als Jumbo’s ambities verder reiken dan onze landsgrenzen. Een samenwerking met HBC zou die ambities wel eens kunnen verwezenlijken. Het van oorsprong Canadese retailbedrijf is namelijk ook eigenaar van het Belgische Galeria Inno (16 warenhuizen) en het bekende Duitse Galeria Kaufhof (circa 100 warenhuizen). Daarmee behoort een (verdere) internationale expansie van La Place naar onze buurlanden, met Jumbo Foodmarkt wellicht in het kielzog, ineens tot de mogelijkheden.
Maar misschien denkt Jumbo nog wel groter. De bakermat van HBC ligt namelijk in Noord-Amerika, waar het circa 300 warenhuizen exploiteert. Wie meteen al denkt dat zo’n stap onrealistisch is, moet niet onderschatten wat het La Place-restaurant in het kantoor van Google in New York sinds augustus 2014 voor het merk La Place in de VS heeft gedaan. Hoe Jumbo’s plannen met La Place er ook uit gaan zien, de Brabantse bravoure wordt door de branche vast weer met een mix van bewondering en scepsis ontvangen.