‘We zijn de dieren te dicht genaderd’

0

Er begint zich onder de beschouwers van de coronacrisis een scheidslijn te vormen. De ene groep houdt het vooral op technologie als oplossing, de andere groep predikt een stap terug in modern consumeren.

Vroeger was het politiek links of rechts (of een beetje het midden), of vooruitstrevend versus conservatief of zelfs reactionair, maar die scheidslijnen zijn niet meer zo helder dan, pakweg, de jaren zestig, met studentenprotesten en een muzieksmaak die je met terugwerkend kracht ‘disruptief’ zou kunnen noemen.

Hoe dan ook, de scheidslijn grootschalig versus kleinschalig is gebleven. Dan bedoelen we niet het legendarische Woodstock-festival destijds met zo’n 300.000 bezoekers – ook zeer grootschalig.

Op het Nationaal Food Congres was er nog een spreker die ervan overtuigd was dat ‘innovatie’ doorgaans de oplossing is van grote problemen. Dus ja, we willen van die fossiele economie af, dus elektrisch rijden, nieuwe auto’s, en nieuwe stoffen die het plastic moeten vervangen. Technologische innovatie, ja, dat gaat er doorgaans goed in bij mensen, ook die in de levensmiddelensector, want die zien ‘innovatie’ altijd als hét middel om verder te komen met hun bedrijf.

De coronacrisis heeft weer meer het woord gegeven aan beschouwers die ‘minder, minder’ roepen. Onlangs werd in NRC Handelsblad Carolyn Steel geïnterviewd, vooral bekend vanwege haar boek ‘De hongerige stad’. Steel bepleitte in dat boek een overgang naar meer lokale economische structuren, een stad met zoveel mogelijk daaromheen de voorzieningen die de mensen in die stad nodig hebben. Kleinschalige landbouw, bijvoorbeeld, en denk ook aan die kassen met gewassen op de daken van hoge gebouwen. Steel wijst nu onverkort op de beelden uit haar boek van toen. Hadden we maar meer moestuinen zelf gehad nu. Waren we maar zelf een beetje meer landbouwer en tuinier geworden in plaats van hyperbesteder aan van-alles-en-nog-wat, midweekjes Barcelona en zo.

Afgelopen weekend, een boekbespreking in diezelfde krant, ‘Unchartered, how to map the future together’, van ene Margaret Heffernan, die in talloze voorbeelden laat zien dat je met de beste wil van de wereld niet de toekomst kunt voorspellen, je kunt wel collectief iets bedenken. Heffernan wijst op de vele Silicon Valley-mensen die al jaren vinden dat het ontwikkelen van algoritmen de oplossing is voor grote wereldproblemen. Het eind van het lied tot nu toe is dat partijen al Amazon, Google en Facebook de hele westerse wereld alleen maar afhankelijker maken van wat zij bieden, en daarmee zijn nieuwe problemen gecreëerd.

Deze week weer een ‘doe een stap terug’-denker in diezelfde krant: de Vlaamse bioloog Dirk Draulans, die tevens journalist en boekenschrijver is. Draulans wijst erop dat het ontstaan van de coronacrisis niet alleen een probleem is dat China zich moet aantrekken, omdat op markten zoals die in Wuhan levende dieren worden verkocht. Volgens hem is het onontkoombaar dat de mens steeds meer risico’s neemt zolang hij de wereld steeds meer naar zijn hand wil zetten. Concreet is dat dat de mens steeds meer in de habitat van dieren ingrijpt, door bijvoorbeeld regenwouden te verruilen voor palmplantages, of om nieuwe winkelcentra aan randen van natuurgebieden te gaan bouwen. Of woonwijken. “We dringen steeds dieper het leefgebied van andere dieren binnen en vernietigen het. Die dieren komen daardoor dichter bij ons in de buurt.”

Maar ‘wij westerlingen’ hebben toch geen vleermuis op het menu, zoals daar in Wuhan? Maakt niet uit volgens Draulans. Van 2003 tot nu was er eerst sars, toen mers, een Mexicaanse griep en nu corona. Sars was voor het westen niet ingrijpend, maar sindsdien zijn de Chinezen veel welvarender geworden en vliegen ze naar allerlei bestemmingen.

Lokale virussen worden wereldwijde virussen. En er zijn er duizenden, bij allerlei beesten. En die muteren. Draulans wijst ook op het marburgvirus, ebola, nipah en denk ook aan het zikahvirus, jaren geleden met al die Braziliaanse baby’s met de kleine hoofdjes. “Stel je voor dat een virus de besmettelijkheid van Covid-19 combineert met de dodelijkheid van het marburgvirus, dat 90 procent van de besmette mensen doodt.”

Deze eenlingen wijzen ons op een nare boodschap; we moeten terug naar af. Dat is een nare boodschap als je bedenkt dat je al wekenlang van Mark Rutte thuis hebt moeten blijven.