Zo trots

0
Aan het schrijven deze column gaat iedere keer weer een proces van onderwerpkeuze vooraf. Waar wil ik het over hebben? Waar wil ik over schrijven? Heeft dat zin? Voegt het wat toe? Zo ook deze keer. Nu wil het geval dat ik deze column schrijf in de week waarin het Indistributiediner plaatsvond. Het jaarlijkse prijzengala van de Nederlandse levensmiddelensector. Aansluitend daarop viel mij iets op wat mij op sociale netwerken en platformen al langer opvalt: het ‘Zo Trots!’-fenomeen. En toen had ik een onderwerp.
Al langer neem ik waar dat sociale netwerken en platformen in toenemende mate worden gebruikt voor Zo Trots!-berichten. Zelfs een zakelijk bedoeld netwerk als LinkedIn heeft hiermee te maken. Een toenemende stroom aan zelfgeïnitieerde berichten waarin de afzender met zijn of haar netwerk deelt hoe trots hij of zij wel niet is met een behaald resultaat of met een bereikt doel. Trots is natuurlijk een mooi woord. Trots is een mooie emotie. Trots: daar hoef je je niet voor te schamen.
Maar desalniettemin vraag ik mij af: waarom? Waar komt die behoefte vandaan om soms ‘schromelijk overdreven successen’ te delen met jan en alleman? Wat zit daarachter? Wat drijft ons voort, dat we dit doen? Want ook wanneer verhuld onder de dekmantel van trots, een vermeend oprechte en eerlijke emotie, schuilt hier misschien iets anders achter? En wat dan? En waarom dan? Waarom die behoefte aan – zoals de Duitsers zo mooi zeggen – ‘endlose Selbstdarstellung’? De oneindige behoefte zichzelf met successen te portretteren.
Zit het in de mens? Zit het in het functioneren van onze westerse organisatievormen? Zit het in de combinatie en de wisselwerking tussen beide? Graag haal ik in deze Manfred Kets de Vries aan, hoogleraar bij INSEAD en expert op het gebied van leiderschaps- en organisatiepsychologie. Op basis van vele jaren onderzoek komt hij tot de conclusie dat aanzienlijk meer dan de helft van alle topmanagers in de wereld aan een psychische deformatie lijdt.

Narcisme is daaronder het sterkst vertegenwoordigd. Zijn we allemaal in de kern een beetje narcist? Hebben we allemaal in de kern een beetje behoefte aan aanzien? Is dat wat ons drijft als we ons op sociale netwerken manifesteren? En brengen hiërarchische structuren en performance measurement-systemen het narcistische in ons boven? Wellicht is het de normaalste zaak van de wereld. En praten we hier over een fenomeen van alledag. Want laten we eerlijk zijn, de oude Romeinse keizers wisten als geen ander wat Selbstdarstellung betekende. Ook wanneer ze geen woord Germaans spraken. Wellicht wordt de omvang van een eeuwenoud fenomeen in ons verreikende sociale netwerk in het heden alleen maar zichtbaarder.

Aan de andere kant zijn er echter ook leiderschapsconcepten die uitgaan van het omgekeerde. Niet de almachtige egocentrische leider, maar de ‘servant leader’, de dienstige leider. Wikipedia biedt ons een definitie: ‘Servant leadership is a leadership philosophy. Traditional leadership generally involves the exercise of power by one at the ‘top of the pyramid’. By comparison, the servant leader shares power, puts the needs of others first and helps people develop and perform as highly as possible. Servant leadership turns the power pyramid upside down; instead of the people working to serve the leader, the leader exists to serve the people.’
Maar ach, wat zeur ik eigenlijk. Wat hang ik hier nu de criticaster uit? En waarom schrijf ik eigenlijk deze column? Selbstdarstellung? Laat ik maar eerlijk zijn. Als deze column straks gepubliceerd is, dan maak ik er toch gauw een pdf’je van. En die post ik dan op LinkedIn. Zo Trots!
Of misschien deze keer toch maar niet.
Koen Hazewinkel