De vraag moet niet zijn: ‘Hoe drukken we vandaag de prijs?’ maar: ‘Hoe bouwen we samen aan een toekomstbestendige voedselketen?’
De vraag moet niet zijn: ‘Hoe drukken we vandaag de prijs?’ maar: ‘Hoe bouwen we samen aan een toekomstbestendige voedselketen?’
UITDAGINGEN IN DE KETEN

Getouwtrek in de keten werkt verlammend: Waarom goedkoop duurkoop wordt voor de voedselketen

Door: FNLI · leestijd 3 minuten FPWork

De strijd om de laagste prijs zet de voedselketen onder druk. Want zolang samenwerking tussen retailers en fabrikanten vooral draait om centen, blijven de échte uitdagingen – duurzaamheid, innovatie, eerlijke vergoedingen – onderbelicht. Het is tijd om te kiezen: blijven we fixeren op stuntprijzen, of bouwen we samen aan een toekomstbestendige voedselketen? 

Het streven naar de laagste prijs botst met de maatschappelijke wens om te verduurzamen. Boeren, fabrikanten en retailers worden geacht te investeren in dierenwelzijn, klimaat, voedselveiligheid en innovatie. De vraag moet daarom niet zijn: ‘Hoe drukken we vandaag de prijs?’ maar: ‘Hoe bouwen we samen aan een toekomstbestendige voedselketen?’ De kosten van verduurzaming worden nu vaak afgewenteld op de fabrikant, terwijl de retailer zich profileert met een duurzaam assortiment én scherpe prijzen. Dit is niet houdbaar: verduurzaming kan niet slagen als de rekening steeds bij dezelfde schakel wordt gelegd.

Wij begrijpen dat supermarkten onderling concurreren om de laagste prijs te bieden aan de consument. Tegelijkertijd staan fabrikanten, en verder terug in de keten ook boeren en telers, voor de uitdaging hun stijgende kosten terug te verdienen. Alleen zo kunnen zij blijven investeren in verduurzaming, voedselveiligheid en innovatie. Wanneer prijsconcurrentie – vaak versterkt door stuntaanbiedingen – te sterk wordt, blijft er steeds minder ruimte over voor deze noodzakelijke investeringen. De druk komt daarbij het hardst terecht bij partijen met minder onderhandelingsmacht, zoals mkb-bedrijven, nationale fabrikanten en de primaire sector.


Het beeld dat boodschappen in Nederland duurder zijn dan in het buitenland is hardnekkig, maar feitelijk onjuist.

Vertekend beeld

Het beeld dat boodschappen in Nederland duurder zijn dan in het buitenland is hardnekkig, maar feitelijk onjuist. Volgens Eurostat en het CBS betalen Nederlanders gemiddeld zelfs 1,1% minder voor voeding dan het EU-gemiddelde. Het aandeel van het besteedbaar inkomen dat naar voeding gaat, is in Nederland lager dan in de meeste andere Europese landen. De prijsperceptie wordt echter sterk beïnvloed door het hoge aandeel promoties: bijna een kwart van alle aankopen gebeurt in de aanbieding. De constante stortvloed aan kortingen geeft ons een vertekend beeld: we zijn zó gewend geraakt aan kortingen, dat de normale prijs buitensporig lijkt – zelfs als dat niet zo is.

Ons eten is de afgelopen jaren flink duurder geworden. En eerlijk is eerlijk: die prijsstijgingen gaan door als we niets veranderen. Oogsten die mislukken, internationale spanningen, hogere energieprijzen, duurdere arbeid en belastingen, én de groeiende vraag naar gezonder en duurzamer eten; het zorgt er allemaal voor dat boodschappen meer gaan kosten. In plaats van vingerwijzen en focus op discussies over commerciële centen tussen supermarkten en fabrikanten, moeten we het hebben over de reële uitdagingen die euro’s vergen. Iedereen in de voedselketen en de politiek moeten hier verantwoordelijkheid voor nemen.

Een keten in de knoop

De afgelopen jaren zijn de verhoudingen in die keten verhard. De relaties in de keten dreigen door fixatie op het eigen belang steeds verder vast te lopen. Supermarkten en fabrikanten vliegen elkaar in de haren over prijzen, volumes en leveringsvoorwaarden. Gevolgd door boycots, rechtszaken en met name vervelend voor de consument: lege schappen. Dit getouwtrek in de keten werkt verlammend, terwijl we elkaar juist nodig hebben.

De kosten van verduurzaming worden nu vaak afgewenteld op de fabrikant, terwijl de retailer zich profileert met een duurzaam assortiment én scherpe prijzen.

Enorme prijsdruk

In een sector met veel concurrentie is de prijsdruk enorm. Iedereen wil de laagste prijs kunnen bieden, maar niemand kan het zich veroorloven structureel verlies te draaien. Supermarkten moeten scherp inkopen om hun klanten concurrerende prijzen te bieden. Tegelijkertijd proberen producenten hun stijgende kosten te compenseren én te blijven investeren in innovatie, voedselveiligheid en verduurzaming. 

Boeren en telers zitten daar weer onder, vaak met beperkte onderhandelingsmacht en marges die steeds verder onder druk staan. En de consument? Die verwacht – terecht – een betaalbare kassabon, maar wil ook steeds vaker dat producten duurzaam, lokaal en gezond zijn.

We zijn zó gewend geraakt aan kortingen, dat de normale prijs buitensporig lijkt – zelfs als dat niet zo is.

Rol keten en overheid 

De sector staat op een kruispunt. Blijven we fixeren op de laagste prijs, dan zetten we de keten in de uitverkoop en blijft er te weinig ruimte voor investeringen in duurzaamheid, gezondheid en innovatie. Naast de keten, heeft ook de overheid een belangrijke rol; het waarborgen van marktwerking, het stellen van heldere kaders en het stimuleren van eerlijke concurrentie. En fiscale maatregelen, zoals accijnzen, heffingen en energiebelastingen beïnvloeden de prijs direct. 

Omdat dit zowel de betaalbaarheid van boodschappen als de concurrentiekracht binnen de voedselketen niet ten goede komt, is het belangrijk om terughoudend te zijn met dergelijke maatregelen. Daarnaast moet de consument geholpen worden om meer inzicht te krijgen in de échte waarde van ons voedsel. Zolang we blijven geloven dat goedkoop altijd beter is, snijden we in de toekomst van onze ketens. Dus, tijd voor keuzes! Willen we duurzame ketens of eeuwige stuntprijzen?

Reageren of ideeën?
In elke editie van FPWork komt een onderwerp op het gebied van een eerlijk en duurzaam voedselsysteem aan bod. Heb je vragen of ideeën? Neem contact op met Pascal Hopman via phopman@fnli.nl.

Nieuws

Personality's

Opinie

Productnieuws

Branche & Cijfers