Franchisewet en ‘drempelwaarde’

0
Leestijd: 2 minuten

Is de nieuwe franchisewet in helemaal in kannen en kruiken? Of is er nog ruimte voor discussie en meningsverschillen. Terugkomend op vorige week: de ‘drempelwaarde’.

Vorige week schreven we in deze nieuwsbrief over de komst van de franchisewet, de staatssecretaris die dit door de Eerste Kamer geloodst kreeg (Mona Keijzer, die een week later afviel als mogelijk nieuwe ‘leidsvrouwe’ van het CDA) en degene die daar jarenlang als jurist voor geknokt heeft, Vakcentrum-directeur Patricia Hoogstraaten. Maar er zat ook een los eindje aan. Het blad Franchise+ merkte op na ‘een rondje langs de velden’ dat de ‘drempelwaarde’ nog wel een bron van conflict kon zijn.

In het bericht deden we gekscherend een oproep aan Hans Verweij, woordvoerder van het Vakcentrum, in de zin van ‘o, Hans reageert wel’, dus dan weten we volgende week meer.
En ja, hoor. Op Verweij kunnen we bouwen. Die heeft zijn directeur dit laten sturen… “Drempelwaarde is de waarde waarboven de franchisegever om instemming moet vragen, aan de franchisenemersvereniging of de individuele franchisenemers, indien hij initiatieven wil gaan ontwikkelen, die op enige wijze direct of indirect geld kosten en waarvan de franchisegever het nodig acht dat de franchisenemer daar een bijdrage aan leveren. De drempelwaarde kan op verschillende manieren worden vastgesteld: een bedrag aan investeringen, een percentage van de kostentoerekeningen, een bedrag of een percentage aan inkomsten-/omzetderving of een combinatie daarvan.”

Dat is de juridische omschrijving. Het gaat om: stel, AH vraagt een franchiser dat hij moet investeren in een modernere variant van de formule… dan is dat een bedrag, percentage of een combinatie daarvan, waarbij AH om instemming moet vragen, en dat niet kan opleggen.
“Een reële drempelwaarde is cruciaal”, aldus Vakcentrum-directeur Hoogstraaten. “De franchisegever kan niet zomaar onredelijke hoge grenzen hanteren. Maar het houdt ook in dat een franchisenemer niet zomaar een investering kan weigeren als het bedrag, percentage etc. onder die grens blijft.”

Waar hebben we het dan over? Nou, geen klein bier. Ooit hebben we bij een formule meegemaakt dat aangesloten ondernemers bij een overgang van een ‘oudere generatie’ van een formule naar een ‘volgende generatie’ een bedrag van € 1,4 miljoen aan ombouw moesten ophoesten. Kijk, Jeff Bezos draait daar z’n hand niet voor om. Maar u en ik wel. (Nou ja, in elk geval ik dan.)

Verder: als die grens wordt overschreden, kan de franchisegever niet zonder instemming iets doen. De drempelwaarde dient in alle nieuwe overeenkomsten opgenomen te worden. En dat is dan vanaf 1 januari van het komende jaar. Bij lopende overeenkomsten moet het binnen twee jaar ingebouwd worden, ook als de looptijd langer is.

Ook onderdeel van de franchisewet en de drempelwaarde: als de franchisegever een onredelijk voorstel doet en/of er wordt geen akkoord bereikt, dan moet de franchisegever na die twee jaar bij elk nieuw initiatief dat geld kost, om instemming vragen. Van de andere kant, zo’n drempelwaarde is ingesteld om de franchisegever ook weer niet helemaal afhankelijk te maken in zijn behoefte aan innoveren en moderniseren. Zodat de franchisegever niet bij elk minder bedrag klemzit en z’n formule niet kan moderniseren.

Duidelijk? Nee?

Nou, dan rijdt de redactie en masse met z’n trekkers naar dc’s en kantoren AH, Jumbo en het CBL om te begrijpen hoe het wél zit. Maar in dat geval is er meteen weer sprake van een ‘drempelwaarde’; als u als lezer vindt dat wij op uw (abonnements)kosten een te dure trekker kopen, kunnen wij dat niet doen. Twee jaar lang niet.